Gepost op

Over de zomer in drie bedrijven

Openingsscène
Buiten is het 28 graden Celsius. Ik heb me in de tuin, onder het afdak geïnstalleerd. Voor me staat mijn laptop, daarnaast een kleine tomatensalade met mozzarella en basilicum en een glas bubbeltjeswater met verse munt en frambozen.

Als ik even op kijk, zie ik poezenbeest Saartje voor de achterdeur zitten. Haar bekje beweegt en door het klapraampje hoor ik zacht, maar klagelijk gemiauw. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ik buiten ga zitten terwijl zij binnen moet blijven. Sorry poes. Even overweeg ik om een muziekje op te zetten, maar dan hoor ik al die vogelgeluidjes en zoemende beestjes en besluit dat dat eigenlijk het perfecte achtergrondgeluid is voor een dag als deze.

Eerste bedrijf
Tijd om met schrijven te beginnen. ‘Opeens is het zomer’, verschijnt er op mijn scherm. Mijn vingers rusten even op de toetsen, waarbij ik neig naar de backspace-knop. Astronomisch gezien is het geen zomer, dat duurt nog bijna drie weken. Maar meteorologisch gezien is het gisteren zomer geworden en alles duidt erop dat ’t zover is. Het is warm. De tuin is groen. Er groeien klaprozen uit de stoep bij het stoplicht. En de behoefte aan bbq, pina colada en ijskoffie is groot. Daarnaast is een datum ook maar een getal; vorig jaar was het mid-augustus nog geen 16 graden en toch noemden we het zomer.

Intermezzo
Van over de schutting komt een mannetjes-merel aangevlogen. Deze heeft het blijkbaar voorzien op de aardbeitjes, want hij duikt er vol in. Ik laat em maar, die aardbei is nu toch niet meer te redden.

Tweede bedrijf
Opeens is het zomer. Dat vraagt nogal wat aanpassingen. De zomerjurkjes waren nog opgeruimd onder het bed en het winterdekbed lag er nog op. Alles in de (moes)tuin begon enthousiast te groeien, het gras, het onkruid en de slakken inclusief. De andijvie is inmiddels doorgeschoten, iets verderop ontstaan grote bloemknoppen in de prei en bloeien de raapstelen met schattige gele bloemetjes. Dat belooft wat dit weekend, hard werken maar ook genieten van de eerste oogst.

Intermezzo
Vanuit de verte komt een hip-hop aandoend deuntje steeds dichterbij. Even is het oorverdovend, maar daarna fade het langzaam weer uit.

Derde bedrijf
Bløf zei het al in het liedje ‘Aan de kust’; waar de zomer onbewust met een noodgang wordt genoten. In ons landje kan het zo maar weer afgelopen zijn met het mooie weer. Voor we het weten zitten we weer hele avonden met een dekentje over ons heen op de bank Netflix te kijken. Dus als het dan echt zomer is, kunnen we het er maar beter van nemen. Geniet ervan!

P.S. Het ansichtkaartje op de tweede foto kan je hier vinden.

Gepost op

Uitwaaien

Vissersbootjes in Nørre Vorupør

Afgelopen week was ik aan het uitwaaien, in de meest letterlijke vorm want de wind liet zich van zijn beste kant zien. Maar het was heerlijk! We waren met de auto naar de westkust van Denemarken gereden, naar een vissersgehuchtje genaamd Nørre Vorupør. Hier hadden we een huisje in de duinen, op ongeveer 250 meter van het strand. Uit de slaapkamer konden we de Noordzee zien.

Waarom toch helemaal naar Scandinavië rijden voor een stukje strand zul je je misschien afvragen. Het lijkt er toch precies op Nederland, alleen praten ze er raar? Het antwoord is ja maar nee. Wat betreft platheid komen ze aardig overeen, maar hoewel de landen bijna even groot zijn, wonen er bijna 12 miljoen minder mensen in Denemarken. En dat merk je gek genoeg heel goed! Op de snelweg, op het strand en in de supermarkt. Je kan je echt een beetje verstoppen voor de wereld.

Duinlandschap

En dat hebben we ook gedaan, want we hadden rust nodig. En tijd om spelletjes te doen, lekker te tekenen, te lezen en naar het strand te gaan. Ik ben echt een verzamelaar en het is eigenlijk een wonder dat er maar één klein tasje met strandvondsten mee terug is gegaan. Gelukkig kan je wel oneindig foto’s maken van al dat moois.

De vissersbootjes komen hier direct het strand op om gelost te worden, de meeuwen weten dit natuurlijk heel goed! Verspreid over het zand lagen tientallen krabbenpoten (mooi die kleurtjes) en visgraten.

Krabbenpootjes

Op de terugweg zijn we gestopt in het Deense dorpje Jelling, wat voor de Denen van historisch belang is. Viking koning Gorm heeft hier namelijk rond het jaar 950 voor het eerst verwezen naar ‘Denemarken’, in runen op een grote steen ter nagedachtenis aan zijn vrouw Tyra. En later rond 965 heeft Gorm’s zoon, Harald Blauwtand, eveneens een runensteen laten plaatsen. Dit om te markeren dat hij hier het Christendom in Denemarken heeft geïntroduceerd. Beide stenen staan bij een wit kerkje, met aan beide zijden een enorme grafheuvel. Je voelt gewoon de geschiedenis als je daar bent, ik houd d’r van.

De week is echt voorbij gevlogen. En inmiddels is het gewone leven weer begonnen. Vandaag al een glimpje van de zomer gehad, weer thuis zijn is zo slecht nog niet. Nu weer vol inspiratie en goede moed verder met nieuwe dingen. Zo denk ik aan een kaartenset met deuren, te beginnen met deze mooie Deense.

Deense deur