Gepost op

Woops…

Woops… Het is ineens bijna herfst… Na maanden zomer en weken vakantie lijken de dingen weer normaal te worden. Al las ik dat het kwik vanaf aanstaande dinsdag weer boven de 25 graden zal komen. Andere jaren keek ik heel erg uit naar de tijd van korte dagen en langere avonden. Maar dit jaar moet ik er erg aan wennen. Een echte verklaring heb ik hier nog niet voor, maar misschien is het omdat het straks heel lang duurt voordat er weer blaadjes aan de bomen komen. Voordat de tuin weer vol zit met zoemende bijen en fladderende vlinders en voordat we weer echt op reis kunnen met ons rode kampeerbusje.

Onze ‘rooie’ in Zweden

Want ik mag dan niet geblogd hebben de afgelopen maanden, stilzitten is niets voor mij. In juni heb ik het grootste deel van mijn vrije tijd ondersteboven gehangen in de tuin, die nu vol staat met vaste planten die zich tooien met bloemen in alle kleuren van de regenboog (behalve blauw, ben niet zo’n fan van blauw). In juli heb ik ons toilet een make-over gegeven en zijn manlief en ik met de rode kampeerbus naar Denemarken en Zweden geweest, waar het minstens net zo warm was als in Nederland. De bus heeft zich super gehouden en bracht ons zonder morren door heel Småland, maar daar schrijf ik binnenkort apart een blog over. In augustus moest ik weer aan het werk en had ik nog meer vakantie. Dit keer helaas niet op pad, maar wel veel getekend. Ik maakte een poster met reptielen & amfibieën en begon met de kalender voor 2019, welke ik zojuist (eindelijk) naar de drukker heb gestuurd.

De Reptielen & Amfibieën-poster

En nu is het dus bijna herfst. Tijd om nog te genieten van het laatste beetje zomer en van de eerste bokbiertjes, tijd om te kamperen met een muts op en tijd om aan de slag te gaan met kaarsen en de open haard, stoofpotjes en warme wijn. Om het weer hyggelig te maken. Als je het zo op een rijtje zet heb ik eigenlijk ook wel zin in. Winter is coming!

Gepost op

Voorproefje

Volgens mijn planning ga ik vandaag een stukje schrijven over de lente. U weet wel dat fijne seizoen waarbij het voorjaarszonnetje haar best doet om de herinnering aan de koude winter te verdrijven. Dat seizoen waarbij de bomen eerst een zacht geelgroene gloed krijgen om vervolgens los barsten in wel honderd tinten groen met bovendien heerlijk geurende bloesems. Dat seizoen waarbij de lammetjes door de wei dartelen en de kuikens verdwaasd uit hun ei kruipen om de wereld te gaan verkennen. Dat seizoen, dat meteorologisch (1 maart) en astronomisch (20 maart) is begonnen, maar verder nog nergens te bekennen lijkt… Dat seizoen dus. Ik wacht er nog wel even mee. En op.

Begin maart heb ik al wel een voorproefje van de lente gehad. Samen met Steven was ik in Granada in het zuiden van Spanje. Wat een fijne stad (met palm- en sinaasappelbomen)! We sliepen bij een vriend die er al een jaar woont en daarmee hadden we een lokale gids die ons naar mooie plekjes, prachtige uitzichten en lekkere tapas leidde.

Granada ligt op ongeveer twee uur rijden met de bus van het vliegveld van Malaga. Het ritje gaat langs de bergen van Malaga, die toen wij er reden waren bedekt met mist waardoor het eerder Brits dan Spaans leek. En waar er in Malaga al blaadjes aan de bomen zaten, waren deze in Granada nog goed verstopt. Ook regende het meer dan gemiddeld voor de tijd van jaar. Maar…

… als de zon dan schijnt is het meteen heerlijk warm. De straten komen tot leven, kunstenaars verkopen hun handgemaakte spullen op kleedjes op de vele trappen en op pleintjes spelen straatmuzikanten flamenco op hun gitaar. Echt wat een sfeer! Ook krijg je bij elk drankje dat je besteld een gratis tapas, variërend van wat olijfjes tot toast met ham en van aardappelpuree met gegrilde groente tot gefrituurde vis. Dus door bij een paar cafétjes een drankje te doen, heb je gelijk je avondeten bij elkaar verzameld.

De geschiedenis en het straatbeeld van Granada zijn voor het groot deel bepaald door de Moren, een Islamitisch volk bestaande uit Noord Afrikaanse Berbers en Arabieren. Vanaf de zevende tot en met de vijftiende eeuw hadden zij de stad in handen.

Ons logeeradres lag midden in Albaicín, de oude Arabische wijk met fijne nauwe straatjes, veel trappen en huizen uit de veertiende eeuw. De Arabische invloed is hier goed te zien in de bouwstijl en de vele gekleurde tegeltjes rondom ramen en deuren. Vanaf het dakterras hadden we een fantastisch zicht op het Alhambra, de middeleeuwse vesting met prachtige tuinen en paleizen waar de Moorse sultans woonden en regeerden tot 1492. Vanaf dat moment hadden de katholieke koning Ferdinand II en zijn vrouw Isabella het voor het zeggen in Granada. Moskeeën moesten toen plaats maken voor kerken, maar het Alhambra mocht blijven. Nu staan het complex en de wijk Albaicín beide op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

De pracht van Granada wordt uitgedrukt in de beroemde uitspraak van de Mexicaanse dichter Francisco de Icaza: ‘Dale limosna, mujer, que no hay en la vida nada como la pena de ser ciego en Granada’. (‘Geef een aalmoes, vrouw, want er is in het leven geen ergere straf dan een blinde te zijn in Granada’.) En hier ben ik het wel mee eens, terwijl wij de stad niet eens op het mooist hebben gezien. Het is misschien niet de eerste plek waar je aan denkt bij zuid Spanje, maar wat mij betreft zeker het overwegen waard mocht je die kant op willen. Wij komen er ongetwijfeld nog een keer terug, als is het alleen maar voor de inspirerende ramen en deuren 🙂

 

 

 

Gepost op

Happy camper I

Eigenlijk is het dus mijn bedoeling om wekelijks een blogbericht te schrijven, om de sjeu en de regelmaat er in te houden enzo. Maar vorige week is het weer niet gelukt. De reden? We waren ‘uit kamperen’. Nou hoor ik u denken, het was toch niet bepaald zomer vorig weekend? Nee dat was het zeker niet, de Siberische kou van nu was nog fijn in Rusland, het was wel wat aan de frisse kant. Maar met goeie slaapzakken, een petroleumkachel en een muts op tijdens het slapen was het eigenlijk heel fijn (ook al was de bus van buiten bevroren en waren onze neusjes rood van de kou).

Elk jaar gingen we met de tent op vakantie. Lekker kamperen op een (hopelijk) rustig stukje natuur. Terwijl wij tijdens één van die tripjes onze tent aan het opzetten waren, kwam er een blauw-groen kampeerbusje bij ons op de camping staan. Nog voordat wij klaar waren met die tent, waren zij geïnstalleerd, stond de buurvrouw te koken en zat de buurman aan een biertje. Dat zag er zo ideaal uit, dat wij een droom én een missie rijker waren.

Afgelopen november hebben we onze, nog naamloze, kampeerbus gekocht en vorig weekend zijn we er voor het eerst mee op pad geweest. Het is een echt campertje. Niet de ouderwetse VW-bus die ik eigenlijk in gedachten had, maar een rode Ford Transit Nugget uit 1989. Deze is wat groter dan een VW, logischer ingericht en laten we eerlijk zijn, betaalbaarder. Vergeet daarbij ook niet het signatuur motor-geluid; je hoort ons al van verre aan komen. Verder heeft ie een hefdak, zodat je bovenin lekker een bedje kan maken terwijl je beneden een fijn zitje hebt. Heerlijk toch? De bus ziet er nu nog een beetje basic uit, maar dat duurt niet lang meer. Ik heb stapels retro stofjes liggen; klaar om vermaakt te worden tot gordijntjes, kussens, vlaggetjes én toiletpapierhouders. Inspiratie (ook voor nieuwe Happy Camper-collectie) haal ik onder andere van Pinterest, wat is dat een heerlijke uitvinding, maar dat terzijde.

Net toen ik dit weekend had besloten om over kamperen met een (ons!) busje te schrijven; over de vrijheid die zo’n (ons!) busje representeert en hoe fijn het is dat je (wij) ieder moment in kan stappen om te ontsnappen aan de harde realiteit, om je te verliezen in een wereld waarin je niet harder gaat dan 100 km per uur en je ’s ochtends nog niet weet waar je bed die avond staat, viel de Flow (u weet wel, dat tijdschrift) op de deurmat. Het openingsartikel gaat over, jawel, het busjesgevoel! Waar je natuurlijk niet perse een busje voor nodig hebt, een bootje of een strandhuisje doet de truc ook. Per ongeluk zijn we met een trend mee gegaan, waarbij ‘het busje voorziet in het verlangen om te versimpelen en tegelijkertijd het normale bestaan prettiger in te richten’. Zelf zouden we het niet met zoveel woorden zeggen, maar in essentie klopt het wel. Daarnaast is het gewoon tof om te weten dat de vakantie al is begonnen zodra je de oprit verlaat. Wordt vervolgd…

 

Gepost op

Heel hyggelig

Zo. De vakantie zit erop, net als de eerste werkweek van 2018. De kerstspullen zijn weer opgeborgen, op die ene vaas met verlichte witte takken na. Die staat nog gezellig in de keuken te shinen. De dagen mogen dan misschien weer langer worden, tis nog steeds donker als ik thuis kom. ’s Avonds gaat er regelmatig weer een hele bubs waxinelichtjes aan, in het weekend brand de open haard er lustig op los en mijn gele fleece-dekentje ligt standaard op de bank.

De Denen hebben een woord voor veel kaarsen en met warme thee en boek op de bank: hygge. En ze hebben er niet alleen het woord voor, dat zowel als zelfstandig naamwoord en als werkwoord wordt gebruikt; hygge is een belangrijk deel van de Deense identiteit en daarmee hun manier vann leven. Vergelijk het met ons Nederlandse ‘gezelligheid’, volgens velen niet te vertalen naar een andere taal, ‘gemutlichkeit’ en ‘cozy’ komen in de buurt maar zijn het net niet, maar het is wel typisch Nederlands. Hygge heeft wel wat weg van onze gezelligheid, maar het gaat verder. Je kan namelijk ook alleen in het bos, zonder je telefoon in de buurt te hebben, heel hyggelig zijn.

Bovenstaande woorden vormen de kern van hygge. Het is makkelijk om hier van alles bij te verzinnen. Wat denk je van een kop warme chocolademelk of glögg (warme wijn met specerijen) bij de open haard. Of van een avondje bordspelletjes doen met vrienden. De hele middag een pan op fornuis hebben staan, zodat je ’s avonds kunt genieten van een stoofpot met groenten uit eigen tuin. Op kantoor fijn koffie drinken met collega’s en dan na je werk met je lief knus op de bank een goeie (of juist slechte) film kijken. En waar ik zelf ook erg fan van ben: een grote sjaal om je warm te houden en je in te verstoppen. Veel van die dingen doe je misschien al. Ik denk dat deel van de hyggeligheid is dat je het met aandacht doet en dat je bewust in het moment aanwezig bent. Maar dan zonder dat het zweverig is.

In alles wat ik er over lees komen een paar elementen terug; lekker eten en drinken, comfi kleding, een aaibaar interieur met sfeerlicht en kaarsen, aardig zijn voor jezelf, de warmte van vrienden en familie en de liefde voor natuur binnen en buitenshuis. Ik snap wel waarom Denen zulke gelukkige mensen zijn, ondanks het feit dat het daar in de winter extra donker en koud is. Alleen van het lezen van het boek Hygge-de Deense kunst van het leven van Meik Wiking word ik al een blijer mens (alles wel heeeeel hyggelig in het boek). Er staan ook een paar fijne recepten in, al vind ik De keukentafel van het Noorden (van Yvon Jaspers, je verwacht het niet) beter als het over de Scandinavische keuken gaat. Vol met lekkers voor bijvoorbeeld  bij de koffie, zoals kaneelbroodjes en peperkoekjes. Maar dat terzijde.

Ik denk dat ik heel hyggelig maar eens lekker naar buiten ga om een wandeling te maken. Misschien laat ik zelfs mijn telefoon wel thuis zodat ik mijn aandacht extra goed bij de vogeltjes kan houden.

Gepost op

Vakantie!

Bij menig basisschoolkind hangt de vlag uit en wordt er op tafel gedanst; want het is zomervakantie! Zes weken lang vrij, zonder ingewikkelde staartdelingen, zonder de topografie van Zeeland en zonder de vermanende stem van de meester die zegt dat je naar het bord moet kijken in plaats van naar buiten. Met een beetje geluk ga je op vakantie en dan is het helemaal feest, want dan hoef je de hond niet uit te laten (die blijft thuis) en ook de afwas gaat helemaal vanzelf. Om jaloers op te worden die zorgeloosheid.

De afgelopen twee weken had ik vakantie, maar omdat manlief wel moest werken zijn we niet weg geweest. En ik wil totaal niet klagen, maar dan voelt het toch niet echt als vakantie heb ik gemerkt; elke avond op tijd naar bed omdat de wekker vroeg gaat en de huishoudelijke dingen moeten toch doorgaan aangezien de keuken anders overgenomen wordt door de fruitvliegjes. Ik heb het heus leuk gehad hoor, was met mijn moeder een heerlijk dagje naar Dordrecht en onder andere heb de tuin flink onder handen genomen. Maar ik kijk toch met een jaloers oog naar andermans vakantiefoto’s op Instagram.

In Dordrecht onder andere een bezoek gebracht aan Villa Augustus, zo fijn daar!

Het liefst ga ik uit kamperen, idealiter op een niet te drukke camping aan het water. Door de jaren heen hebben we heel wat mooie plekken gezien, maar ik denk dat Slovenië favoriet is. Dat relatief kleine landje heeft eigenlijk alles wat je in een vakantieland zoekt (nou ja, wat wij zoeken dan). In het noorden vind je hoge bergen in de Juliaanse Alpen, er zijn slaperige dorpjes met mooie beschilderde kerken in het westen en in het zuiden zwem je in de zee. En als kers op de taart hebben ze er nog mooi weer ook.

Checklist
Als wij goed en wel onderweg zijn, met de auto volgepakt en de banden op spanning, ga ik me afvragen wat we vergeten zijn. Want hoeveel lijstjes ik ook maak, er is altijd wel iets dat de kofferbak niet haalt. Bij ons variërend van koffiemelk tot zonnebrandcrème en van Rummicub tot de barbecue. Om te voorkomen dat je de eerste paar dagen van je welverdiende vakantie doorbrengt bij de Franse Super U op zoek naar dat ene belangrijke ding, maakte ik een checklist. Fijne vakantie!

Hoewel voor mij de vakantie er weer bijna op zit en ik maandag weer fris en fruitig aan het werk ga, heb ik nog wel drie weken vakantie in september in het vooruitzicht! Zie, ik klaag niet 🙂

 

Gepost op

Plantenliefde – deel II

Toen ik twee weken geleden over plantjes schreef, lag er een hittegolf op de loer die enkele dagen later werd opgevolgd door de zondvloed. Bijna ging ik met een paraplu bij de tomaten staan om ze troostend toe te spreken. Inmiddels is het weerbeeld meteorologisch gezien wat stabieler en meer passend bij de tijd van het jaar; mijn moestuin daarentegen is ontploft! Enerzijds vind ik het heel fijn dat de komkommers, courgettes en pompoenen eindelijk in hun groeispurt zitten. Maar diezelfde groeispurt doet zich voor bij het gras, het onkruid en bij nog meer onkruid. Genoeg te doen zeg maar.

Uit eigen tuin
Vanavond aten we paksoi uit eigen tuin. De zaadjes heb ik halverwege maart in een bakje in de vensterbank gezaaid en nu staan er nog zes van deze Aziatische kolen op me te wachten. Ik kan me zo verwonderen over dat er uit dat hele kleine zaadje een plantje komt dat je, mits voorzien van zon, water en een beetje liefde, gewoon kunt eten. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor de paksoi. Ik verheug me nu al op de bietjes (rode én gele), de tomaten en de pastinaken. In het voorjaar van 2015 kocht ik een aardbeienplantje en nu, twee winters later, kunnen we nog steeds heerlijk snoepen uit de tuin.

Ook de tuinbonen en peultjes doen het goed dit jaar. Hoewel het in het begin heel lekker is om twee keer per week verse tuinboontjes te eten, op een gegeven moment ga je toch een beetje om je heen kijken. In het boekje Zelfgeboerd van Uitgeverij Snor staat een heel fijn recept voor tuinbonendip met erwtjes, munt en basilicum, voor bijvoorbeeld op een toastje of door de pasta. Zo lekker dat je het tuinbonen-met-aardappels-en-vlees gedeelte bijna zou overslaan.

Moestuin-alfabet-poster
Toen we in 2014 dit huis kochten wist ik al dat er een moestuin moest komen. In Arnhem was ik al voorzichtig begonnen, maar een courgetteplant met de doorsnee van een meter werkt nou eenmaal niet zo goed op een balkon. Nog voordat het zo ver was dat het zo ver was, had ik al precies bedacht wat er op mijn akkertje moest komen. Aangezien geduld niet persé mijn sterkste kant is, tekende ik alvast een moestuin-alfabet, dat gaat van Appel tot Zonnebloem. Hiervan maakte ik een poster en een paar kaarten. Om de tekst ‘I love you from my head tomatoes‘ moet ik stiekem nog steeds een beetje lachen. Wat betreft het alfabet, op de B, de D en M na heb ik de afgelopen drie seizoenen allemaal in de tuin gehad. Inclusief de naaktslak. Helaas.

Gepost op

Plantenliefde – deel I

Als je onze keuken en woonkamer zou binnenlopen, hoop ik dat er (in ieder geval) twee dingen zullen opvallen; de fijne verzameling kamerplanten en de combinatie van nieuw met vintage. Over dat laatste, plus de magie van het zoeken naar tweede-, derde- of tiendehands spullen in een soms wat twijfelachtig aandoend winkeltje en het bijbehorende geluksgevoel dat het vinden van dat ene fantastische vaasje oproept, zal ik een andere keer schrijven. Maar voor nu: hoe gaaf zijn planten!

Niet alleen zijn ze van levensbelang (je weet wel, dat ding met fotosynthese en zuurstof), maar ze komen in zoveel soorten en vormen. Alleen het bovenstaande rijtje telt al zeven verschillende; de een heeft blaadjes, de ander stekels en weer een ander heeft allebei; de tweede van rechts drinkt heel weinig en de plant helemaal links (een pilea) is juist nogal dorstig. Als je iets gemeenschappelijks zou moeten aanwijzen, is het dat ze allemaal groen zijn. Behalve dan die cactus in die witte pot, die heeft wat donkerrode blaadjes.

Nog even over de pilea peperomioides, zoals deze volledig heet. Die is ook wel bekend als pannenkoekplant of Chinese moneyplant. In de jaren zeventig populair, even uit de gratie geraakt en nu terug in de Hollandse huiskamer. Het plantje heeft door interieurblogs en woonwinkels een ware sterrenstatus gekregen en dat is inclusief Facebookpagina. Leuk detail is dat de pilea baby’s maakt; kleine zijscheutjes die wortel schieten en die je kan afknippen om vervolgens in een eigen potje groot te laten worden :).

Ik ben dus nogal fan van planten. Naast de zeven op de foto bovenaan vind je er op de begane grond nog 13 en een vaas verse bloemen op de eettafel. In mijn werkkamer staan er 22, variërend van een grote monstera (links op de foto) tot een kleine crassula ‘buddhas temple’ (nee dat verzin ik niet). ’n Leuke bijkomstigheid van planten is dat ze in een pot (of theekopje) moeten staan. Komt daar toch weer eventjes het kringloopwinkelen om de hoek kijken. Want hoewel ik zeker niet wil beweren dat vroeger alles beter was, ze maakten in de jaren zeventig van de vorige eeuw wel toffe bloempotten.

Planten om me heen geven me energie en inspiratie en ik ben niet de enige waarbij dat fenomeen opspeelt. Gelukkig bestaan er fijne winkels die heel goed op deze behoefte inspelen. Zo heb je Wildernis in Amsterdam en Oerwoud in Den Bosch, maar ook van tuincentrum Borghuis in Deurningen gaat mijn groene hartje sneller koppen. Tafels vol met gezellige kamerplanten, vetplanten met bizarre bloemen, schaduwplanten met prachtige tekeningen op t blad, als een kind zo blij!

Hoe ideaal is het dan, dat ik deze liefde voor planten terug kan laten komen in mijn werk. Zo heb ik onder andere ‘t Chinees lantaarnplantje en m’n lidcactus van hun beste kant gefotografeerd voor prints en ook in mijn illustraties spelen ze vaak een rol. Daarbij vind ik het ook leuk om op een andere manier iets met planten te doen, bijvoorbeeld door kaartjes met zaadjes erin te ontwerpen. Don’t grow up, grow flowers! Maar goed, zo wel weer even genoeg reclame gemaakt 😉

Dit ging eigenlijk alleen nog maar over de plantjes binnenshuis, terwijl er buiten nog een hele (moes)tuin vol groen geluk ligt. Daarover een andere keer meer in Plantenliefde – deel II. Voor nu mooi weekend allemaal!

 

 

 

Gepost op

Over de zomer in drie bedrijven

Openingsscène
Buiten is het 28 graden Celsius. Ik heb me in de tuin, onder het afdak geïnstalleerd. Voor me staat mijn laptop, daarnaast een kleine tomatensalade met mozzarella en basilicum en een glas bubbeltjeswater met verse munt en frambozen.

Als ik even op kijk, zie ik poezenbeest Saartje voor de achterdeur zitten. Haar bekje beweegt en door het klapraampje hoor ik zacht, maar klagelijk gemiauw. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ik buiten ga zitten terwijl zij binnen moet blijven. Sorry poes. Even overweeg ik om een muziekje op te zetten, maar dan hoor ik al die vogelgeluidjes en zoemende beestjes en besluit dat dat eigenlijk het perfecte achtergrondgeluid is voor een dag als deze.

Eerste bedrijf
Tijd om met schrijven te beginnen. ‘Opeens is het zomer’, verschijnt er op mijn scherm. Mijn vingers rusten even op de toetsen, waarbij ik neig naar de backspace-knop. Astronomisch gezien is het geen zomer, dat duurt nog bijna drie weken. Maar meteorologisch gezien is het gisteren zomer geworden en alles duidt erop dat ’t zover is. Het is warm. De tuin is groen. Er groeien klaprozen uit de stoep bij het stoplicht. En de behoefte aan bbq, pina colada en ijskoffie is groot. Daarnaast is een datum ook maar een getal; vorig jaar was het mid-augustus nog geen 16 graden en toch noemden we het zomer.

Intermezzo
Van over de schutting komt een mannetjes-merel aangevlogen. Deze heeft het blijkbaar voorzien op de aardbeitjes, want hij duikt er vol in. Ik laat em maar, die aardbei is nu toch niet meer te redden.

Tweede bedrijf
Opeens is het zomer. Dat vraagt nogal wat aanpassingen. De zomerjurkjes waren nog opgeruimd onder het bed en het winterdekbed lag er nog op. Alles in de (moes)tuin begon enthousiast te groeien, het gras, het onkruid en de slakken inclusief. De andijvie is inmiddels doorgeschoten, iets verderop ontstaan grote bloemknoppen in de prei en bloeien de raapstelen met schattige gele bloemetjes. Dat belooft wat dit weekend, hard werken maar ook genieten van de eerste oogst.

Intermezzo
Vanuit de verte komt een hip-hop aandoend deuntje steeds dichterbij. Even is het oorverdovend, maar daarna fade het langzaam weer uit.

Derde bedrijf
Bløf zei het al in het liedje ‘Aan de kust’; waar de zomer onbewust met een noodgang wordt genoten. In ons landje kan het zo maar weer afgelopen zijn met het mooie weer. Voor we het weten zitten we weer hele avonden met een dekentje over ons heen op de bank Netflix te kijken. Dus als het dan echt zomer is, kunnen we het er maar beter van nemen. Geniet ervan!

P.S. Het ansichtkaartje op de tweede foto kan je hier vinden.

Gepost op

Uitwaaien

Vissersbootjes in Nørre Vorupør

Afgelopen week was ik aan het uitwaaien, in de meest letterlijke vorm want de wind liet zich van zijn beste kant zien. Maar het was heerlijk! We waren met de auto naar de westkust van Denemarken gereden, naar een vissersgehuchtje genaamd Nørre Vorupør. Hier hadden we een huisje in de duinen, op ongeveer 250 meter van het strand. Uit de slaapkamer konden we de Noordzee zien.

Waarom toch helemaal naar Scandinavië rijden voor een stukje strand zul je je misschien afvragen. Het lijkt er toch precies op Nederland, alleen praten ze er raar? Het antwoord is ja maar nee. Wat betreft platheid komen ze aardig overeen, maar hoewel de landen bijna even groot zijn, wonen er bijna 12 miljoen minder mensen in Denemarken. En dat merk je gek genoeg heel goed! Op de snelweg, op het strand en in de supermarkt. Je kan je echt een beetje verstoppen voor de wereld.

Duinlandschap

En dat hebben we ook gedaan, want we hadden rust nodig. En tijd om spelletjes te doen, lekker te tekenen, te lezen en naar het strand te gaan. Ik ben echt een verzamelaar en het is eigenlijk een wonder dat er maar één klein tasje met strandvondsten mee terug is gegaan. Gelukkig kan je wel oneindig foto’s maken van al dat moois.

De vissersbootjes komen hier direct het strand op om gelost te worden, de meeuwen weten dit natuurlijk heel goed! Verspreid over het zand lagen tientallen krabbenpoten (mooi die kleurtjes) en visgraten.

Krabbenpootjes

Op de terugweg zijn we gestopt in het Deense dorpje Jelling, wat voor de Denen van historisch belang is. Viking koning Gorm heeft hier namelijk rond het jaar 950 voor het eerst verwezen naar ‘Denemarken’, in runen op een grote steen ter nagedachtenis aan zijn vrouw Tyra. En later rond 965 heeft Gorm’s zoon, Harald Blauwtand, eveneens een runensteen laten plaatsen. Dit om te markeren dat hij hier het Christendom in Denemarken heeft geïntroduceerd. Beide stenen staan bij een wit kerkje, met aan beide zijden een enorme grafheuvel. Je voelt gewoon de geschiedenis als je daar bent, ik houd d’r van.

De week is echt voorbij gevlogen. En inmiddels is het gewone leven weer begonnen. Vandaag al een glimpje van de zomer gehad, weer thuis zijn is zo slecht nog niet. Nu weer vol inspiratie en goede moed verder met nieuwe dingen. Zo denk ik aan een kaartenset met deuren, te beginnen met deze mooie Deense.

Deense deur