Gepost op

Kinderboekenliefde

Een van de bijkomende voordelen van het hebben van een kleintje vind ik de groeiende stapel prentenboeken in ons huis. Nou moet ik bekennen dat er al een zekere verzameling in mijn kast stond voordat er ook maar sprake was van een baby; nu grijp ik elke gelegenheid aan om de collectie uit te breiden. Want man wat zitten er toch kunstwerken tussen! De verhalen an sich zijn simpel, en dat is logisch want die kleine breintjes moeten het wel kunnen begrijpen. Al gaat het soms wel over de Grote Dingen in het leven. Of er staat helemaal geen tekst in, zodat je je eigen verhaal kan bedenken. Maar de illustraties zijn af en toe om je vingers bij af te likken, de één nog mooier en bijzonderder dan de ander. Ik vind het echt een kunstvorm; kan je zo aan de muur hangen.

Hieronder een aantal van mijn favorieten, eigenlijk allemaal boeken met illustraties zo mooi dat ik ze liever uit de grijpgrage pindakaashandjes van mijn mini houdt. De lijst is niet genummerd maar in willekeurige volgorde. Kiezen is veel te moeilijk 😉

Home van Carson Ellis
Dit mooie grote boek laat zien dat heel veel dingen iemands thuis kunnen zijn. Een huisje op het platteland, een paleis of een schoen. Met mooie, herkenbare, waterverf illustraties in zachte maar niet zoete kleuren. Elke pagina is een feest voor het oog en zet je aan het fantaseren over hoe het er van binnen uit ziet en alle dingen waar mensen en dieren in kunnen wonen.

Waar geluk begint door Eva Eland
Wat een fijn boekje is dit, een beetje filosofisch want het gaat over geluk. Over de ongrijpbaarheid ervan, dat je soms even niet gelukkig kan zijn en dat dat ok is, omdat geluk altijd wel weer een weg vindt. Het kleurgebruik in de illustraties, die het midden houden tussen zeefdruk en potloodtekening, is heel fris en fijn. Zowel qua tekst als tekening leuk als cadeautje voor kleine en grote mensen.

De vos en de ster door Coralie Bickford-Smith
De kaft alleen al; donkerblauw linnen met witte bedrukking. En van de binnenkant maakte mijn illustratiehart een sprongetje. De illustraties en het kleurgebruik spelen een leidende rol in het verhaal, dat gaat over verlies, rouw, loslaten en opnieuw beginnen. Ik wil er eigenlijk niet te veel over zeggen, behalve dan dat je dit echt in de kast wil hebben.

Samen hier van Oliver Jeffers
Dit boek kregen we van een goede vriend toen Annika er nog niet was. De schrijver maakte het vlak nadat zijn zoontje geboren was en ik snap hem helemaal. De boodschap is universeel: ‘Welkom op aarde. Dit kan een verwarrende plek zijn, vooral als je er nog maar net bent. Dit boek kan je gids zijn bij de start van je reis. Je zult zelf nog veel meer ontdekken.’ De illustraties van het universum en alles eromheen zijn fantastisch. Deze man raakt precies de juiste snaar met humor en ontroering (in ieder geval bij mij als verse ouder). Zijn andere boeken, bijvoorbeeld Die eland is van mij, zijn ook zeer de moeite waard.

Alice in Wonderland door Lewis Carroll – illustraties Floor Rieder (of eigenlijk alles geillustreerd door Floor Rieder)
De tekst is het welbekende verhaal met het konijn dat altijd te laat komt, de gekke hoedenmaker en waarin gecroquet wordt met levende flamingo’s. Maar Floor Rieder veranderde Alice van een braaf blond Disney figuurtje in een blauwe jurk in een stoere meid met hoedje, gympies en een bril. De illustraties doen denken aan houtsneden, maar zijn met een pennetje gekrast in met zwarte gouache bedekte glasplaatjes die op een lichtbak liggen. Een oude techniek, die bewerkelijk klinkt, maar gezien het resultaat wel de moeite waard is.

En tot slot natuurlijk de complete oeuvres van Fiep – Jip & Janneke – Westendorp en van de Zweedse Ingela P. Arrhenius, want lekker retro.

Deze selectie komt uit de boeken die we zelf hebben, maar mijn verlanglijstje is nog lang. Zo heb ik gisteren De jongen, de mol, de vos en het paard besteld, van Charlie Mackesy. Vanmiddag in de brievenbus, dus wordt vervolgd.

En wat zou ik graag zelf een prentenboek maken. Het liefst ook bij mijn eigen verhaaltje, maar er is altijd een maar zo lijkt. Geen tijd, geen inspiratie, te veel inspiratie “als ik het verhaal en de illustraties ga maken, kan ik alle kanten op” en dan kan ik dus niet beslissen. Maar nu is er Nini en het blauwe maantje, dus wie weet komt het er toch ooit van.

Gepost op

Over schrijven en schrijvers

Al heel lang wil ik ooit schrijver worden. Een echte boekenschrijver wel te verstaan, denk literaire roman of iets in het fantastische genre. Het lijkt me zo tof om een boekenwinkel binnen te gaan, bij voorkeur in een wildvreemde stad, en daar dan een stapeltje boeken te zien liggen met mijn naam op de kaft.

Op een zeker moment in mijn schoolcarrière wilde ik de daad bij het woord voegen en Nederlands gaan studeren in Groningen. Maar mijn havo diploma en twee halve propedeuses van bovendien verschillende opleidingen waren niet voldoende om toegelaten te worden tot de universiteit.

Af en toe steekt deze droom zijn hoofd weer om de hoek; nagenoeg elk jaar als het herfst wordt én bij het lezen van een boek geschreven door Ronald Giphart. Van de manier waarop hij woorden gebruikt krijg ik instant schrijfinspiratie, of het nou gaat om een blog zoals deze of voor elke willekeurige andere tekst die uit mijn pen (toetsenbord) moet komen.

Deze man is in zijn eentje* verantwoordelijk voor het vullen van bijna een halve plank in mijn boekenkast, met dertien boeken.

Mijn liefde voor Ronald begon rond het jaar 2000 denk ik, toen we in de vierde klas boekverslagen moesten maken. Met ‘Phileine zegt sorry’, ‘Ik ook van jou’ en ‘Giph’ ging er een wereld voor me open. Want het ging over het leven, over schrijver worden en over literatuur. Over liefde en ook over seks, maar dan wel functioneel want ook dat is het leven. Ik zou nu graag met wat mooie voorbeeldzinnen van zijn hand mijn punt kracht willen bijzetten, maar dan moet ik A. kiezen en B. een zin uit zijn context halen.

Alle tijd
Via Storytel (wat een uitvinding) ben ik nu de laatste Giphart ‘Alle tijd’ aan het luisteren. Wat een heerlijk boek weer. Onderweg in de trein of de bus zit ik dan soms lekker hardop te genieten. Wat mij opvalt is dat (en ik ben natuurlijk geen echte literatuurkenner) er ruim twee decennia zit tussen zijn eerste werk en zijn laatste boek, het is nog steeds typisch Giphart, maar je merkt wel dat hij ouder (volwassener) is geworden ofzo. Het thema vriendschap speelde altijd al een belangrijke rol, maar nu ook de hoofdrol. In plaats van een jongeman met bovenmatige interesse in literatuur die bij tijd en wijle toch vooral zijn *** achterna loopt. Nou ja, dat dus.

Op dit moment heb ik niet de tijd of de ruimte in mijn hoofd om met een boek aan de slag te gaan. Maar gelukkig kan ik hier naar hartenlust spelen met taal. Gewoon schrijven om het schrijven, om mijn verbazing en verwondering voor de wereld en al haar bijzondere bewoners te uiten en te delen. Verhalen vertellen, fantasie of non-fictie, blijft toch mijn ding. Mocht je behoefte hebben aan een blog of andere tekst, ik schrijf ook in opdracht.

(*Een eerste plaats die hij overigens wel moet delen met Rascha Peper. Wat ik zo fijn vind aan haar boeken, zijn de personages. Ze hebben bijzondere beroepen, van oceanograaf tot ornitholoog en van een historicus met een fascinatie voor de laatste Russische tsarenfamilie tot een handelaar in zandkastelen. Er is altijd iets met ze aan de hand, wat ze enerzijds een beetje vreemd en anderzijds heel kwetsbaar maakt. Zo mooi!)

Gepost op

Vegan bakken is een eitje

Vorig jaar oktober heb ik een schrijf proefopdracht gedaan voor een bedrijf dat duurzaam leven gemakkelijk en betaalbaar wil maken. Het onderwerp was vegan bakken, iets waar ik zelf weinig kaas van had gegeten. Maar na een klein onderzoekje blijkt het een eitje te zijn!

O de lucht van appeltaart in de oven of de aanblik van een punt cheesecake die op je staat te wachten in koelkast. Zo met de winter buiten, vind ik het heerlijk om m’n schort voor te binden en aan het bakken te gaan. Maar als je veganistisch wilt eten, betekent dit dat je bepaalde producten niet zult gebruiken, denk aan simpele dingen als roomboter, eieren en melk. Maar ook de wat minder voor de hand liggende zaken waaronder honing en gelatine. Daarbij hebben veganistische baksels vaak de reputatie om ‘zwaar’ te zijn. Hoe zorg je er nou voor dat je toch de keukenprins(es) kunt uithangen en ook nog wat lekkers uit de oven tovert?

Het alternatieve circuit
Soms is het gelukkig niet zo moeilijk, want voor veel dierlijke producten zijn tegenwoordig goede plant-based alternatieven te koop. Plantaardige margarine in plaats van roomboter, soja- of amandeldrink als alternatief voor melk en honing vervang je bijvoorbeeld door agavesiroop. Stuk voor stuk producten die je in dezelfde hoeveelheid kunt gebruiken als in het originele recept.

1 Ei is geen ei
Bij eieren gaat het één op één vervangen van dierlijke met plantaardige producten niet op. Eieren komen om verschillende redenen in een recept voor; om je cake mooi luchtig te maken en te laten rijzen of om te binden. Afhankelijk van het doel kan je gepureerde banaan, gebroken lijnzaad met water of bakpoeder met wat azijn gebruiken. Allemaal producten die je gewoon in de supermarkt kunt kopen.

Gelatine, gemaakt uit de huid en beenderen van onder andere varkens, is een bindmiddel om taart of pudding stevig te maken. Vegan alternatief agar agar vindt de oorsprong in algen en is stiekem twee keer zo sterk als gelatine. Win win! Je vindt het in poedervorm bij de toko en de natuurvoedingswinkel.

Andere koek
De kunst van vegan bakken zit ‘em niet in het perfect namaken van cheesecake, want dat gaat gewoonweg niet. Probeer daarom de focus op andere ingrediënten te leggen; maak citroen de ster van je cake of ga helemaal los met cacao en kokos voor een mooie veganistische chocoladerol.

Pinterest blijkt vol te staan met lekkere plant-based bak inspiratie, en ook in de boekhandel ben je wel even zoet met boeken van onder meer Dosia Brewer (Dosia bakt vegan), Emma Herngreen (Funky Vegan bakboek), Food Bandits (Andere koek) en Audrey Fitzjohn (Vegan bakken).

Bake it away!

 

 

Gepost op

Kalender met leestips

Ja, hij is af! De kalender voor 2019 met elke maand een leestip in de vorm van een illustratie. Twaalf boeken, twaalf verhalen, twaalf schrijvers. Het enige wat deze twaalf echt gemeen hebben is dat de dames en heren in kwestie langer dan zeventig jaar geleden hun laatste adem hebben uitgeblazen. Dit macabere detail heeft alles te maken met auteursrecht, waar ik je nu niet (waarschijnlijk nooit) mee zal vermoeien.

Er zitten heel wat uurtjes aan Wikipedia in deze kalender. Maar hoe leuk is het ook om de literatuurgeschiedenis in te duiken? Ik weet niet meer precies hoe ik daar op de middelbare school over dacht, maar de afgelopen maanden heb ik me hier uitstekend mee vermaakt.


Geen Nederlandse literatuur
Toen ik al een maand of zes getekend had, bleek daar nog geen enkele Nederlandse auteur tussen te zitten. En nu de kalender klaar en gedrukt is, is dat nog steeds het geval. Ik ben zeker geen literatuur expert, maar geen van de Nederlandse boeken die ik tegen kwam, bood mij genoeg inspiratie voor een goede* tekening.

Neem nou Max Havelaar van Multatuli, één van de belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuur. Het boek is een aanklacht tegen het misbruik van het zogeheten cultuurstelsel in Nederlands-Indië; hoe meer geld een stukje land opbracht voor Nederland, hoe meer de inlandse vorst ervoor kreeg. Dit leidde tot flinke uitbuiting van de inheemse bevolking die het land moest bewerken. De Nederlandse ambtenaren in Nederlandse-Indië grepen hierbij nauwelijks in, tot groot ongenoegen dus van Multatuli. Hij schreef het boek in nog geen zes weken tijd en creëerde ermee het bewustzijn bij de Nederlandse bevolking (in Nederland) dat de weelde die zij genoten werd verkregen over de gepijnigde ruggen van mensen aan de andere kant van de wereld.

Dan kan je wel leuk een jungle tekenen, met orang oetans en koffieplanten, maar daarmee doe je volgens mij het boek onrecht aan. En zo waren er nog meer boeken waarbij je met een illustratie het verhaal tekort doet.

Dracula getekend door de briljante illustrator Edward Gorey.

Duister randje
Met mijn illustraties wil ik graag mensen een glimlach geven, dat betekende voor de kalender dat een aantal persoonlijk favorieten afvielen. Veel verhalen uit de Victoriaanse tijd zijn prachtig, maar hebben een duister randje. Denk hierbij aan Mary Shelley’s Frankenstein, het hele repertoire van Oscar Wilde en Dracula van Bram Stoker. Niet perse gezellig zo’n monster in de keuken.

Soms vond ik boeken te voor de hand liggend of niet kenmerkend genoeg, zoals Sherlock Holmes van Sir Edward Conan Doyle en de verhalen van Jane Austen.

Maar welke boeken hebben het dan wel gehaald? Dat zie je hier. En alvast een voornemen voor 2019; aan het begin van de maand zal ik in mijn blog het boek van de illustratie ‘bespreken’. Daarbij ga ik proberen er ook zo veel mogelijk te lezen (of de film ervan te kijken). Wie doet er mee?

* Waarbij je uit het plaatje kan opmaken om welk boek het gaat.

Gepost op

Als ik later groot ben

Als ik later groot ben dan word ik… Prinses! Brandweerman! Dokter! Kan me niet herinneren dat ik ooit één van deze dingen genoemd hebt. Ik denk dat mijn wannabe-carrière begon met schilderes. Opgevolgd door schrijfster. Eigenlijk al zo lang ik weet hoe je met letters woorden en zinnen moet maken, schrijf ik verhaaltjes en andere teksten. Dat begon met het sprookje over Duimeliesje (niet te verwarren met Duimelijntje van H.C. Andersen) die samen met haar libelle Ria in een roze roos woont. Er staat helaas geen jaartal in het schriftje waarin ik dit geschreven heb, maar laten we zeggen dat de wereld van d’s en t’s nog onbekend terrein was.

Na Duimeliesje en een hoop andere personages kwam in 1995, het deels op waarheid gebaseerde verhaal, Pien. In die meivakantie had ik met mijn zusje en een vriendinnetje een meerkoetkuiken gevonden, wat resulteerde in een bijna veertig kantjes met de hand geschreven ‘boek’ over het kuiken dat we Pien hadden genoemd. Ook schreef ik in die tijd veel gedichtjes, enerzijds met duidelijke rijm maar anderzijds ook gebruikmakend van…dichterlijke vrijheid.

Aan het begin van de middelbare school draaide mijn carrièrewens richting turninstructeur bij een vereniging. Ik heb even overwogen om naar de ALO te gaan, maar aangezien je dan alle sporten leert lesgeven en dus ook zelf aan de slag moet met bal- en andere teamsporten heb ik dat maar niet gedaan. Mensen die mij ooit tegen een bal hebben zien schoppen weten wel waarom. Uiteindelijk ook de cursus tot instructeur niet gedaan, maar daarvoor weet ik de reden even niet.

Misschien wel omdat ik journalist wilde worden. Toen we allebei de vierde moesten over doen, heb ik veel tijd besteed aan de schoolkrant. Met een enthousiast clubje misfits schreven, knipten en plakten we het maximale aantal pagina’s vol dat de nietmachine van het stencilapparaat aan kon. De inhoud van deze schrijfsels varieerde van do’s and don’ts in de liefde tot graffiti en het dertiende sterrenbeeld slangendrager; artikelen waar (vaak) echt wat research voor gedaan is. Vraag me ineens wel af hoe we dat deden, zo zonder Wikipedia…

In 2002 mocht ik eindelijk naar de School voor Journalistiek in Zwolle, om er een jaar later weer mee te stoppen. We kregen vakken als geschiedenis, economie en (een variant op) maatschappijleer, vakken waarvan ik eigenlijk blij was dat ik ze op de Havo had afgesloten. Via de Kunstacademie ben ik uiteindelijk Communicatie gaan studeren, onder andere omdat daar ook weer een stuk schrijven bij komt kijken.

Achteraf gezien is de journalistiek niets voor mij. Als journalist kan je maar beperkt je eigen draai geven aan een tekst, moet je je mening voor je houden en mag je niet spelen met woorden. Terwijl dat de dingen zijn die ik juist zo graag doe. Want nog steeds vind ik het heel fijn om te schrijven en doe ik graag research naar een onderwerp om er een leuk stukje van te maken. Gelukkig kan ik hier lekker los 🙂

 

Gepost op

Aaltje en Dina

Weet u nog dat ik hier vorige week zondag schreef ‘over gezellig keuvelende oude dametjes die hun dwergpoedel uitlaten’. Ik verwachtte dat er in het leven van deze twee, laten we ze Aaltje en Dina noemen, weinig enerverende zaken voorbij zouden komen. Los van natuurlijk de nieuwe, elektrische fiets van de postbode of het te laat verschijnen van de Libelle. Daar heb ik me toch lelijk in vergist…

Aaltje en Dina wonen naast elkaar op nummer 6 en nummer 8 van de Magnoliastraat aan de rand van een klein dorpje niet ver hier vandaan. Hun huisjes zijn door de jaren heen ’n beetje verzakt, waardoor de één zonder de steun van de ander zou omvallen. En dat geldt ook eigenlijk ook voor Aaltje en Dina, die de leeftijd van 87 jaar reeds zijn gepasseerd. Ze kennen elkaar al heel lang. Na hun bruiloften in de jaren vijftig kwamen ze hier wonen en werden ze buurvrouwen en vriendinnen. De echtgenoten, die allebei toevallig Bertus hadden geheten, waren jaren terug vrij snel na elkaar overleden en sindsdien zijn de dames op elkaar aangewezen. Van kinderen is het zowel op nummer 6 als op nummer 8 niet gekomen, maar gelukkig hebben ze hun dieren; Aaltje woont samen met dwergpoedel Minnie en Dina deelt haar huis met Hansje, de lapjeskat.

Drie keer per dag lopen ze samen een stukje met Minnie, waarbij Hansje ze vaak (als het droog is) op een afstandje volgt. De route is vrijwel altijd hetzelfde; van de Magnoliastraat naar het uitlaatveldje op de hoek met de Rozenweg, dan een rondje om de kerk, vervolgens via de bakker en de slager naar de bosrand en dan over het zandweggetje weer terug naar huis. Soms als het regent slaan ze het bos over, anders krijgt Minnie van die vieze pootjes en daar houdt de witte vloerbedekking bij Aaltje niet van.

Vandaag is het mooi weer, het najaarszonnetje schijnt erop los. De bomen dragen hun herfsttooi en in het kleine gezamenlijke grasveld in de voortuin prijken een paar flinke vliegenzwammen. Aaltje stond al klaar met haar tuinhandschoenen om ‘dat onkruid’ hardhandig te verwijderen, maar Dina wist haar ervan te overtuigen de rood met witte paddenstoelen te laten staan. “Het is maar voor een paar dagen en een beetje kleur in de tuin vind ik nog wel fijn.”

Na de koffie met een Jan Hagel-koekje, gaan de sjaals om en de mantels aan. Minnie weet al hoe laat het is en ze gaat vast bij de riem zitten. Eenmaal buiten heeft Aaltje een beetje moeite om Minnie in bedwang te houden; de dwergpoedel gaat enthousiast met haar snuit door de eikenbladeren in de goot, maar even later is Minnie weer wat gekalmeerd. Daar gaan ze, zij aan zij, de één met een pluizig beige hondje en allebei gewapend met een wandelstok.

Wordt vervolgd…