Gepost op

Lievekesdag

“Het begon met steelse blikken tijdens de lessen wiskunde van meneer Janssen en het eindigde in tranen met tuiten achter in het fietsenhok. Maar tussendoor was daar de kaart met de rode envelop die ik op 14 februari 1998 in mijn kluisje vond. ‘Je weet wel van wie’, stond er in een jongensachtig handschrift in gekriebeld. En of ik dat wist. Natuurlijk lag er ook een kaart met een rode envelop in zijn kluisje. Hoewel zorgvuldig uit gezocht bij de lokale boekenwinkel, kon de kaart helaas niet voorkomen dat hij drie weken later met ander meisje de lente ging vieren.”

Van de meeste feestdagen die we in Nederland vieren kan je over het algemeen wel vertellen wat je nou precies viert. Maar hoe zit dat met de dag van Sint Valentijn? De dag van de romantische (geheime) liefde?

Het zal geen verrassing zijn dat Valentijnsdag, Lievekesdag in het Vlaams, van oorsprong geen Christelijke uitvinding is. In de tijd van de Romeinen werd op 15 februari de Lupercalia gevierd. Hiervan wordt aangenomen dat het een feest was ter ere van de beschermgodin van de vrouw en het huwelijk, Juno, en van Pan, de god van het woud, het vee en het dierlijk instinct. Het was een wild vruchtbaarheidsfeest. Ongehuwde mannen trokken de naam van ongehuwde vrouwen uit een kom, en zij waren zo een koppel gedurende het feest (en wie weet ook daarna…). Ook werden er riemen van geitenhuiden gemaakt, waarmee de mannen al zwaaiend door de straten gingen; een tik van de riem zou de vruchtbaarheid ten goede komen.

De Kerk vond het vanzelfsprekend geen goed idee dat het volk er zulke heidense en perverse gebruiken op na hield en ze kwamen met een alternatief in de vorm van Sint Valentijn. Voor de zekerheid zelfs twee! Een priester in Rome en een bisschop in Terni. De één wilde de Romeinse keizer Claudius II bekeren tot het Christendom. Daar was de keizer niet van gediend en Valentijn verdween achter de tralies. Terwijl hij daar zat kreeg hij warme gevoelens voor de blinde dochter van één van de cipiers, en hij zorgde ervoor dat ze weer kon zien. De avond voor zijn dood schreef hij haar een briefje, ‘Vaarwel, jouw Valentijn’. De andere Valentijn hielp door de Romeinen gevangen genomen Christenen, maar ook dat was niet de bedoeling. Er gaat zelfs een verhaal dat één van de Valentijns in het geheim clandestiene christelijke huwelijken sloot tussen de soldaten van de keizer en hun geliefdes. De keizer had een wet opgesteld waardoor de soldaten niet mochten trouwen, want ze waren betere soldaten zonder vrouw. Van deze wet is echter geen historisch bewijs gevonden.

De koppeling tussen Sint Valentijn en de romantische liefde zoals we die nu kennen kwam pas aan het eind van de veertiende eeuw. Geoffry Chaucer schreef For this was on St. Valentine’s Day, when every bird cometh there to choose his mate. Nou is half februari wat vroeg voor vogeltjes om hun nest te bouwen, maar het idee was geboren. In navolging van Chaucer schreven onder andere de hertog van Orléans (1415) en William Shakespeare (1600-1601, in Hamlet) erover.

En toen zij dat eenmaal deden was het hek van de dam. Zoals wij nu websites hebben voor Sinterklaasgedichten was er aan het eind van de 18e eeuw in Engeland The Young Man’s Valentine Writer, met suggesties voor romantische regels voor minder begiftigde verliefde mannen. Toen in de 19e eeuw de post gereguleerd werd, kwamen er voorgedrukte Valentijnskaarten.

Vandaag de dag zijn de kerstballen de winkel nog niet uit of er is al geen ontkomen meer aan het roze, de hartjes, de snoepjes en de roze hartvormige snoepjes.

De een verafschuwt de dag van Sint Valentijn, maar de ander (waaronder ikzelf) geniet elk jaar weer van de zoetigheid rondom Lievekesdag. Mocht je nou nog last minute op zoek zijn naar een Valentijnskaartje, kijk dan even hier. Krijg je d’r ook nog een gratis postzegel bij.

Bronnen: Wikipedia & Een jaar vol feesten van Bart Lauvrijs

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel II

Inmiddels is het gewone leven weer begonnen en heb ik zomaar tijd gevonden om daadwerkelijk deze blog te kunnen schrijven over de resterende maanden van de Studio Kvinna kalender van 2020. Vorige week kon je al lezen over onder andere Stockholm en fika, hierbij de rest!

Februari – Samen
Vorige week noemde ik de Samen al, de oorspronkelijke nomadische bevolking van Lapland. Noem deze mensen vooral geen Lappen, want dat zien ze als belediging. Ze wonen in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Een deel van de Samen volgde traditioneel de rendierkudden, voor hun melk, vlees en huiden. En die huiden gebruikten ze weer voor tenten en lekker warme kleding, zoals op deze illustratie.

April – Scherenkust
Scherenkust is een gebied met ondiep en vaak brak water en talrijke, meestal kleine rotsachtige eilanden, scheren genoemd. In Zweden vind je deze voornamelijk aan de westkust bij de provincie Bohüslan en in het oosten vanaf Stockholm tot in de Oostzee. Daar liggen duizenden kleine eilandjes, bewoond en onbewoond, die je alleen maar via het water kunt bereiken.

Juni – Haring
In Nederland zijn we er dol op, maar de Zweden doen aan haring eten 2.0. Als in juni de nieuwe haring gevangen is, wordt deze gemarineerd in allerlei sausjes. Denk aan mosterd, dille en rode bieten. Met feestdagen eet je het dan op een sneetje roggebrood. En dan is er nog ‘surströmming’; gefermenteerde haring. Wereldwijd bekend als één van de smerigste gerechten. Er wordt aangeraden om het blik met de vis buiten te openen omdat de doordringende lucht anders nog maanden in je huis blijft hangen…

Augustus – Paardje uit Dalarna
Ik denk dat iedereen die wel eens in Zweden is geweest dit paardje herkent: de Dalahäst. Häst is het Zweedse woord voor paard en Dala wil zeggen dat het uit de streek Dalarna (in het westen/midden van het land) komt. Daar maakten, aan het eind van de middeleeuwen, de boerenvaders houten speelgoedpaardjes voor hun kindertjes. Andere kindertjes wilden de paardjes ook hebben en zo groeide het eerst tot ruilmiddel en later uit tot symbool van Dalarna en heel Zweden.

Oktober – Zweeds design & Abba
Alles, ok bijna alles, ziet er mooi uit in Zweden. Zo ongeveer elk restaurant of broodjeszaak ziet er uit alsof het uit een woontijdschrift komt. De beste design klassiekers komen wat mij betreft dan ook uit Zweden (en Denemarken). Wat denk je van deze stoel, ontworpen door Yngve Ekström in de jaren zestig? Of van die toffe lamp van Poul Henningsen? En zo’n retro interieur is natuurlijk niet compleet zonder een beetje Abba op de radio.

December – Tomtes
Een tomte (of nisse) is soort van Scandinavische kabouter-elf, volgens folklore de ziel van de eerste bewoner van de boerderij. Ze zijn maximaal 90 cm hoog, de mannetjes hebben een lange witte baard en dragen een rode (punt) muts. Met kerst komen er speciale juletomtes, waarvoor er wat lekkers in de kerstboom of bij de schoorsteenmantel wordt gehangen.

Hoewel ik met pijn in mijn hart onze tomtes weer bij de kerstspullen heb opgeborgen, vind ik het nu wel fijn dat het nog bijna een heel jaar duurt totdat het weer kerst. Het gerucht gaat namelijk dat we deze zomer weer naar Zweden op vakantie gaan. Ik kan niet wachten 🙂

In de webshop staan nog een paar kalenders, mocht je em nog niet aan de muur hebben hangen en dat wel graag willen.

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel 1

Gelukkig 2020!

Zo… De oliebollen zijn op, de dennennaalden liggen op de grond en de kerstkilo’s zitten er aan. De feestelijkheden zijn voorbij en 2020 staat te trappelen om zich voor ons uit te rollen. Ben benieuwd wat het voor ons in petto heeft.

Een nieuw decennium, een nieuw jaar, een nieuwe maand en dus ook een nieuwe kalender. Het thema dit jaar is Zweden. Het tekenen ervan was een reis die gek genoeg begon in Denemarken en die loopt van de taiga in Lapland naar bruisend Stockholm en die via koffie met wat lekkers naar haring gaat. Achter elke plaat zit een verhaal, dat ik je graag vertel. Deze week de oneven maanden, volgende week de rest. Wil je alle plaatjes zien? En in het echt bewonderen? Kijk dan hier!

Januari – Rendier op de taiga
In het noorden van Zweden vind je uitgestrekte naaldbossen, de taiga genaamd. Het woord komt uit het Russisch en betekent ‘naaldwoud’. Maar liefst 80% van de bomen bestaat uit dennen, zilversparren en lariksen. Er zijn niet veel zoogdieren die de strenge winters hier aan kunnen, maar het rendier is één van. Zowel de heren als de dames hebben een gewei. Op de kalender zie je een vrouwtje, dat even een ommetje maakt om te ontsnappen aan de drukte van de grote kudde waar ze deel van uit maakt.

Maart – Fika!
Elke dag, in de ochtend en de middag, leggen de Zweden massaal het werk neer om samen te genieten van een goede kop koffie en wat lekkers on-the-side; tijd voor Fika! Het is een sociaal fenomeen, want het is meer dan alleen koffie drinken. Het tijd maken voor en aandacht geven aan collega’s, vrienden en familie staat voorop. Maar dan wel onder het genot van kaneelbroodjes en kladdkaka (Google maar ;).

Mei – Rood huisje met tuin
Hier wil ik wel wonen. Met binnen veel wit en veel licht, er om heen een mooie groene tuin en een bos erachter. De buitenkant van het huis is van dat typische rood, Falurood genaamd. Bij het plaatsje Falun ligt een kopermijn en al sinds de 16e eeuw wordt er verf gemaakt van het pigment uit de mijn. Deze verf heeft een conserverende werking op het hout van de huizen en het ziet er stiekem ook een beetje uit als baksteen. Win-win!

Juli – Allemänsrätten
Een belangrijk onderdeel van de Zweedse manier van leven is allemänsrätten, allemansrecht. Iedereen is vrij om overal van de natuur en alles wat daarbij hoort te genieten. Je mag wildplukken, wildkamperen en wildzwemmen (of gewoon zwemmen) waar je maar wilt. Ook als dit land van iemand is. Natuurlijk moet je het dan wel even vragen of het ok als je je tent opzet, want je hebt in dat geval wel toestemming nodig. Maar zolang je de natuur niet verstoord en geen afval achterlaat, mag je gaan en staan waar je voeten je brengen.

September – Stockholm
Tja Stockholm… Als je er een keer bent geweest, wil je er sowieso een tweede keer naar toe. En een derde.. En vooruit – zelfs een vierde. De stad is gebouwd op veertien eilanden en dat betekent dat er veel water is! Ideaal voor een rondvaart en het maakt ook dat het weids en ruimtelijk aanvoelt. Niet alsof je in een echt grote stad bent. Twee hoogtepunten: het Vasa museum – een museum om een boot die zonk tijdens de eerste reis amper 1,5 km uit de haven. En Gamla Stan, het middeleeuwse stadshart met smalle straatjes en leuke winkeltjes. O en neem vooral de metro, sommige stations zijn ware kunstwerken.

November – Poolnacht
Deze illustratie maakte ik al een paar jaar geleden. Een beetje afgeleid van de film Brother bear en van het spel Never Alone. Beiden spelen zich af in Noord Amerika, maar animisme en voorouderverering spelen ook een rol in de traditionele cultuur van de Samen, de oorspronkelijke bewoners van Lapland. Zij geloven dat alle wezenlijke objecten, zoals dieren, planten en stenen, een ziel hebben. De relatie met de dieren die ze ‘gebruiken’, zoals rendieren en zeehonden is daardoor heel belangrijk, het vereren van dierengeesten hoort daar ook bij.

Over alle bovenstaande onderwerpen is nog zoveel meer te vertellen, maar voor nu zal ik het hierbij laten. Heb de kalender nog niet aan de muur hangen, bestel em dan snel hier! En ik hoop dat ik je zo alvast iets heb gegeven om over na te denken als je een pagina om slaat naar de volgende maand. Volgende week deel 2!

Gepost op

Inspiratie: volkskunst

De laatste tijd laat ik me steeds vaker inspireren door folklore. Nou was ik al fan van folk muziek en hou ik enorm van de oude culturele tradities rondom bijvoorbeeld de seizoenen, maar sinds een paar weken kijk ik ook naar volkskunst voor tekeninspiratie. Pinterest staat vol met de prachtigste bloemenprinten. Hoogste tijd voor een beetje verdieping.

Volkskunst is volgens Wikipedia “kunst door gewone mensen, bedoeld voor een kleinere groep en zonder grote artistieke pretenties.” Dus niet om in een museum te eindigen en niet om voor veel geld geveild te worden in een chique veilinghuis. Het gaat bij volkskunst ook niet om schilderijen, maar om gebruiksvoorwerpen als servies, meubels en kleding. Gewone objecten voorzien van prachtige en vaak technisch ingewikkelde patronen. Beschilderd met een penseel, bestempeld met stippen of ingelegd met hout. Dit maakt dat het wel een ambacht is, die oefening en opleiding vereist.

Elke streek in Europa heeft een eigen stijl als het op volkskunst aan komt. In Rusland ontstond in de zeventiende eeuw chochloma. Kenmerkend voor chochloma zijn goud- en roodkleurige ornamenten op een zwarte, soms rode achtergrond, met accenten in groen en geel. Populaire motieven zijn bessen (meestal lijsterbessen en aardbeien), bloemen en plantenbladeren.

Uit Polen komt wycinanki, papierknipkunst. Traditioneel gebruikt door boeren om hun huizen te versieren met scenes uit het dagelijks leven, zoals bruiloften en feestdagen. En met Pasen werden bijvoorbeeld de eieren rijkelijk versierd met hanen en bloemen van papier.

Op het Noorse platteland is Rosemåling, bloemen schilderen, ontstaan in de tweede helft van de 18e eeuw, toen de Barok haar intrede deed in het Noorse stedelijke gebied. Rosemåling is een decoratieve schilderkunst met gestileerde bloemversieringen, overwegend primaire en secundaire kleuren. Ook in Zweden vond het navolging.

Maar ook in Nederland kunnen we er wat van! Denk aan het Staphorster stipwerk, waarbij stipjes verf met stempels op de stof worden gedrukt. Of aan het Hinderlooper schilderwerk, wereldwijd beroemd. Krullen, bloemen en bladeren in de kleuren rood, blauw, wit en groen, werden in Hindeloopen verwerkt tot een aparte stijl.

En dit is dan nog maar een klein stukje van Europa. De Aboriginals in Australië, de Indianen in Noord Amerika, de Japanse prentkunst, wajangpoppen uit Indonesië en zo kan ik nog wel even doorgaan. Allemaal voorbeelden van volken die met eigengemaakte kunst hun wereld mooier maakten.

Van al dat onderzoek doen heb ik helemaal zin om aan de slag te gaan, dus dat ga ik dan ook maar doen. Deze kaart heb ik woensdag getekend en dat smaakte naar meer. Fijn weekend!

PS De kaart vind je in de webshop.

 

 

Gepost op

5 Dingen om te doen met ansichtkaarten

Vaak zie ik de mensen die bij mijn kraampje staan denken; heel leuk al die gezellige ansichtkaarten van je, maar wat moet ik er mee? Tja, het meest voor de hand liggend is dan waarschijnlijk toch om ze te versturen. En dat kan dan een voor de hand liggende reden hebben, zoals kerst, een verjaardag, het behalen van een zwemdiploma of een pasgeboren baby’tje. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Het kan ook om niets, helemaal zomaar. Of omdat je vindt dat die ene kaart heel goed past bij die ene vriendin, omdat je al zo’n tijd je nichtje niet hebt gesproken of omdat je gewoon heel blij bent met je buurvrouw. En die kaart, die echte papieren handgeschreven kaart met postzegel, moet wel een glimlach toveren op het gezicht van de ontvanger. Want hoe vaak krijg je nou nog echt leuke post in je brievenbus?

Ga internationaal!
Wel eens van Postcrossing gehoord? Dit is een online platform voor het versturen van offline post naar mensen van over de hele wereld. En het leuke is, je krijgt ook post terug van over de hele wereld. Met bovendien vaak prachtige postzegels. Een aantal jaar geleden was ik fervent Postcrosser en ik heb een hele verzameling ansichten uit onder andere Cuba, Israël, Brazilië en 26 verschillende Amerikaanse staten.

Te mooi om weg te doen
Soms zijn er ansichtkaarten die te mooi zijn om op te sturen. Maar in een doosje op de kast heb je er natuurlijk ook niets aan. Zelf vind ik fijn om lievelingskaartjes met washi-tape gewoon direct aan de muur te plakken, tot een soort van inspiratie moodboard. Maar is de kaart echt heel mooi, dan verdiend ie een lijstje en een eigen plekje.

Heb je nou meerdere exemplaren van kaart te pakken, dan kan je er met wat tijd, lijm, extra papier en een diep lijstje een diorama van maken. Dit kan je ook nog opleuken met vondsten uit de natuur of miniatuur spulletjes. Super leuk voor bijvoorbeeld aan de muur in de kinderkamer of in de hal.

Geen zin om uitgebreid aan ‘t fröbelen te gaan? Met minimale inspanning maak je van een saai notitieboek je nieuwe lievelings door er met wat plakband of lijm een mooi kaartje voorop te plakken.

En er zijn natuurlijk nog tig andere mogelijkheden. Nog meer inspiratie nodig? Pinterest is je vriend!

Ik heb mijn Postcrossing account inmiddels weer geactiveerd en as we speak zijn er kaartjes van mij onderweg naar Taiwan, China, Rusland, Polen, Duitsland en de VS. Ben benieuwd wat ik ervoor terug krijg.

Gepost op

Over herfst en witte wieven

Het ligt er waarschijnlijk aan op welk moment in het jaar de vraag ‘Wat is je favoriete seizoen’ gesteld wordt, maar nu is mijn antwoord herfst. Dat het zonnetje af en toe nog z’n best doet, dat de bomen rood kleuren en het vooruitzicht naar kerst.

Vannacht, zondag 23 september om 3:54 uur, begon de astronomische herfst. Want precies op dat moment passeerde de zon de evenaar, de zogeheten herfstequinox. Dag en nacht zijn even lang, en bijna iedereen die op het noordelijk halfrond woont weet wel zo’n beetje wat we de aankomende maanden kunnen verwachten. Het wordt kouder, natter en donker. Hoewel ik vorige week nog aan het idee moest wennen, ben ik nu helemaal om (zit zelfs al met een sjaal om dit stukje tekst te typen). De berken waar ik van achter mijn computer op uit kijk beginnen de eerste najaars-symptomen al te vertonen, ja van mij mag de herfst wel aan gaan. D’r liggen al kalebassen bij de voordeur en bij het idee van wild gekleurde bomen en pompoensoep word ik blij.

Van deze afbeelding is een kaart beschikbaar, je vindt em hier.

Waar ik ook erg naar uit kijk, en waar je naar mijn idee het best van kan genieten in Engeland of Oostenrijk ofzo, zijn de ochtenden. Dat het koud is, maar nog net niet vriest en dat er van die flarden witte mist over de weilanden en de weg drijven. De witte wieven…

Witte wieven komen, als je de sagen mag geloven, vooral in het oosten van Nederland voor. Zoals de naam doet vermoeden zijn het dames (wieven) gekleed in wit. Volgens de overlevering wonen ze in grafheuvels en moerassen en dansen ze door het bos en over de heide. Er bestaan verschillende geschiedenissen en naamsverklaringen, zo zou ‘wit wief’ een verbastering zijn van ‘wetend wijf’ oftewel waarzegster. Ze zouden mensen verleiden hen te volgen, met als resultaat dat deze personen voor altijd verdwijnen. Dit kan een kindvriendelijke versie zijn van witte wieven als aankondigers van de dood. En er is het verhaal van Herbert en Albert die bij wijze van test de rust van de witte wieven moeten verstoren om de hand van Johanna te ‘winnen’. Want het zijn geen kwaadaardige wezens, maar je moet ze wel te vriend houden…

Schilderij van de Zweedse kunstenaar August Malmström: Dancing fairies

Overal

Niet alleen in oost Nederland kan je ze tegen het lijf lopen. Over heel het Indo-Germaanse cultuurgebied bestaan er vergelijkbare verhalen. In Ierland bijvoorbeeld wonen bashees, feeën die de dood aankondigen, en in Engeland, Duitsland en Frankrijk vind je respectievelijk White women, Weisse Frauen en Dames Blanches (dat doet je toch ineens heel anders over dat toetje denken). Ook worden ‘onze’ witte wieven in verband gebracht de volva uit onder andere de Noordse mythologie. Daar zijn het echter geen spookachtige verschijningen, maar vrouwen van vlees en bloed die tot in de Middeleeuwen sjamanistische zieneressen waren. Ze zong liederen, sprak bezweringen uit en kon het verleden verklaren en de toekomst voorspellen. Totdat de katholieke kerk in beeld kwam en de jacht opende op deze zelfstandige krachtige vrouwen…

Vroeger met opa en oma ging ik op bezoek bij de Witte wieven in Zwiep nabij Lochem. Daar had bakker Postel een mini thema park gemaakt omtrent deze dames. Met uit hout gesneden witte wieven met voorspellende gaven (Als de steen nat is, dan regent het. Als de je steen niet ziet, dan is er mist) en hele lekkere pannenkoeken. Ik zag dat park onlangs weer geopend is door een andere uitbater en dat er zelfs nieuwe witte wieven bij gekomen zijn. Dat wordt een tripje naar Zwiep deze herfst :D.

Gepost op

Lang leve de koning

Hoera! Hoera! Hoera! Morgen vieren we Koningsdag. Onze vorst mag dan 51 kaarsjes uitblazen en het hele land mag er van mee genieten. Eerst lekker met een oranje tompouce voor de tv en later (hopelijk is het droog en niet te koud) met een drankje in de stad.

Koningsdag is één van de weinige feestdagen die echt alleen van Nederland is. Tot ergens in de 19e eeuw vierden we op 18 juni Waterloo-dag, ter herinnering aan het einde van de Franse bezetting in 1815. In alle kerken moest op die datum een uur worden stilgestaan bij de slag, waarna er allerlei activiteiten georganiseerd werden. Toen de herinnering aan de veldslag vervaagde ging de dag uiteindelijk ongemerkt voorbij.

Op 31 augustus 1885, op de vijfde verjaardag van prinses Wilhelmina, werd de eerste ‘Prinsessedag’ georganiseerd. Dit nobele initiatief kwam van de heer Gerlach, de hoofdredacteur van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (iedere horeca-ondernemer in een binnenstad zou deze meneer Gerlach op z’n blote knietjes moeten bedanken voor dit inmiddels bijna twee dagen durende feest). Zijn doel was ‘de nationale eenheid te benadrukken’.

De nieuwe traditie begon in Utrecht en waaierde langzaam maar zeker over naar de rest van het land. Toen in november 1890 Wilhelmina’s vader Willem III overleed, werd in 1891 voor het eerst Koninginnedag gevierd. Een feestdag die vooral voor kinderen was.

In 1948 volgde Juliana haar moeder Wilhelmina op. Daarmee veranderde de datum van Koninginnedag van 31 augustus naar 30 april, Juliana’s verjaardag. Juliana was de eerste vorstin die ook echt lijfelijk aanwezig was bij de viering. Ze kreeg een bloemenhulde op Paleis Soestdijk, waarbij vele Nederlanders in een kilometerslange optocht langs het bordes met Juliana en haar familie liepen en haar geschenken en bloemen gaven: het zogeheten defilé. Na een gezamenlijk Wilhelmus, was het tijd voor de traditionele kinderspelen, zoals zaklopen en koekhappen. Meer en meer mensen kregen een vrije dag, zodat het uit kon groeien tot de nationale feestdag die het nu is.

Toen in 1980 Beatrix koningin werd, koos zij ervoor om Koninginnedag op 30 april te blijven vieren. Haar eigen verjaardag is op 31 januari, niet persé de meest geschikte dag om een groot buitenevenement te plannen. Vanaf 1981 bezocht ze, met het liefst een zo groot mogelijk deel van de koninklijke familie, één of twee plaatsen in Nederland. Die haalden dan alles uit de kast om goed voor de dag te komen. En zo is het eigenlijk nog steeds. Alleen dan op 27 april, want dan is onze Willem jarig.

Morgen is Groningen aan de beurt. Altijd weer leuk om te zien hoe de prinsesjes zich soms zichtbaar vervelen, hoe de grote prinsessen zich op hoge hakken over de kinderkopjes bewegen, hoe Maxima soms moeite moet doen om haar hand terug te krijgen en hoe WimLex met volle teugen van alles geniet. Ik hoop dat we deze traditie nog lang mogen volhouden. Gefeliciteerd beste koning en geniet ervan morgen.

Gepost op

Vrolijke Paashaas

Hiep hoi het is lente! En nog Pasen ook! Tijd voor een gezellig feestje (twee zelfs dit jaar) met familie, allerlei lekkers, eieren in de hoofdrol en de Paashaas on the side. Gister al begonnen met een advocaat taart en daar komen nog doperwtjessoep, brownies met witte én pure chocola, pannenkoekjes met zalm en scones bij. Het begint al bijna kerstachtige proporties aan te nemen…

Eigenlijk vind ik Pasen een beetje een ondergewaardeerd feest; volgens de katholieke kerk is het zelfs het belangrijkste feest van het jaar! Nou wil ik niet zo ver gaan, en ook niet om dezelfde redenen als bovengenoemde kerk, maar ik vind het wel heel fijn dat je al bijna zonder jas met de auto naar de supermarkt kan en dat er weer blaadjes aan de bomen komen. Dat binnenkort de bloesems je weer tegemoet waaien en dat de planten in achtertuin stiekem toch niet massaal overleden blijken te zijn.

Pasen vindt haar oorsprong dan ook bij allerlei lentefeesten, die werden gevierd van de Romeinen tot de Germanen en door zowel de Babyloniërs als de Kelten; opgedragen aan de nieuwe geboorte. Waarmee het cirkeltje weer rond is met de wederopstanding van Christus.

Vorig jaar schreef ik in mijn blog over eieren; dat boeren bijvoorbeeld eierschillen mengden door het te zaaien zaad voor vruchtbaarheid en een goede oogst. Ook het zoeken naar eieren heeft een magische oorsprong, het zou de levenskracht van de lente opwekken. En door wie kunnen die eieren dan beter verstopt worden dan door een haas. Het dier dat al duizenden jaren wordt vereerd vanwege haar voortplantingsvermogen en dat het symbool was voor (vruchtbaarheids-)godinnen als Afrodite, Venus, Astarte en Ostara.

Maar waarom dan geen konijn? Die beestjes zijn immers ook prima in staat om zich exponentieel te vermeerderen? Simpelweg omdat konijnen (gek genoeg) pas in de Middeleeuwen de rest van Europa kwamen binnen hoppen vanuit Spanje, te laat om een plaatsje te veroveren in de symboliek.

Inmiddels heeft het konijn, dat eigenlijk ook een haasachtige is, een aardige sprint gemaakt. De fluffyness en schattigheid ervan hebben er voor gezorgd dat dit diertje alom vertegenwoordigd is in de Paas-prullaria en dat het bovendien bovenaan op de most wanted list voor huisdieren van menig kind staat. Het is zelfs verboden om een haas als huisdier te houden, maar dat terzijde.

Hoogste tijd om er als een haas vandoor te gaan om verder te gaan met voorbereidingen voor de Paasbrunch. Vrolijke Paashaas allemaal!

Gepost op

Alaaf!

Menig werknemer in het zuiden des lands heeft een paar dagen vrij genomen deze week. Woonachtig zijn in Oeteldonk, Lampegat en Kruikenstad, betekent je drie dagen lang in het feestgedruis storten. Ook het dorp waar ik oorspronkelijk vandaan kom, Vlearmoesdorp, staat nu in het teken van ‘de omgekeerde wereld’ (en veel drinken). Maar wat is toch de reden dat volwassen mensen zich drie dagen lang zomaar niets aantrekken van wat andere mensen denken?

Er werd vroeger, door allerlei volken, in de periode van eind december tot eind maart regelmatig gefeest om het nieuwe jaar, de terugkeer van de zon en daarmee vruchtbaarheid te vieren en af te dwingen. Dodenverering speelde hierbij een grote rol. Gekleed in dierenhuiden en met maskers op probeerden ze in contact te komen met hun voorouders. Vermomming was hierbij belangrijk, want gehuld in een masker maakte je automatisch deel uit van de dodenwereld en was je niet echt meer van de overledenen te onderscheiden. Door de doden blij te maken met offers als eten en drinken, hoopte je er een goed en vruchtbaar nieuwjaar voor terug te krijgen.

De Romeinen vierden eind december de Saturnalia, een feest ter ere van Saturnus, god van de landbouw. Deel van dit festijn was dat de slaven werden vrijgelaten om zo hun meester voor de gek te mogen houden. Daarnaast verkleedden mensen zich en werd er een schijnkoning gekozen. (gebruiken die ook nu nog voorkomen, denk aan prins carnaval).

Na ruim 500 jaar geprobeerd te hebben om deze heidense feesten uit te bannen, dacht de katholieke kerk ‘if you can’t beat them, join them’. In 1091 na Christus werd vastgesteld dat Aswoensdag het begin is van de 40 dagen durende vastentijd tot aan Pasen. Dat maakte de dinsdagavond vastenavond, waarop er uitbundig gegeten en gedronken mocht worden om de vastentijd in te luiden. In 1248 werd besloten dat er zelfs enkele dágen vastenavond gevierd mocht worden. Het feest van overvloed was geboren. Er wordt beweerd dat het woord carnaval een samentrekking is van ‘carne’ en ‘vale’, dat zoveel betekent als ‘vaarwel vlees’. Dit omdat er tijdens de vastentijd geen vlees gegeten mocht worden.

Tijdens de reformatie in de 16e eeuw is het carnaval een tijdje ‘uit’ geweest. Het zou de echte christelijk feesten (Kerstmis, Pasen en Pinksteren) devalueren en bovendien vasten de protestanten niet wat het feest nogal overbodig maakte. Toen de katholieken en de protestanten weer met elkaar in één dorp konden wonen, kwam het carnaval weer in de mode. Het werd zelfs een waarmerk voor de katholieke levensstijl. In de 19e eeuw ontstond het georganiseerde carnaval met de oprichting van talrijke carnavalsverenigingen en men verkleedde zich graag als historische figuren en beroemde personen. Ook kwamen er optochten en zo werd carnaval een volksfeest dat alles ondersteboven haalt als tegenhanger voor de saaie en normale realiteit; de omgekeerde wereld.

Een feest dat vandaag de dag nog springlevend is en wat het hart van menig Brabander, Limburger en bierbrouwer sneller laat kloppen. Alleen dat vasten zit er niet meer in. Het is normale leven is al pittig genoeg zonder.

PS: Over de herkomst van het woord Alaaf bestaan twee lezingen. Sommigen zeggen dat Alaaf een verbastering is van het woord elf. Elf is immers het ‘gekkengetal’. Anderen zeggen dat Alaaf afkomstig is uit het oud-Keulse dialect; “all af” (Hoogduits : all ab), hetgeen zou betekenen ‘alles aan de kant’. Dit is gegrond op de oorsprong van de carnaval, namelijk dat voor de vastentijd al het goede spijs en drank op moest 🙂 (met dank aan Wikipedia)

Gepost op

Stormachtige verjaardag

Vorige week verscheen er geen blog en ook geen nieuwsbrief want traditiegetrouw was ik op 18 januari jarig. En nou kan je daar van alles van vinden, want hoeveel tijd kost het nou helemaal om een blogpost te schrijven, maar ik was er nogal druk mee dit jaar. Niet in de minste plaats omdat er storm van formaat over ons landje raasde. De bomen in de wijk gingen met bosjes tegelijk om en de beide schuttingen in onze achtertuin deden verwoede pogingen om fijn met de wind mee te waaien. Gelukkig was de Man ook thuis en hebben we samen tussen de koffie en de taart door onze erfafscheiding met scheerlijnen en boomstammen vast gezet.

Op vrijdagavond kwamen mijn familie en schoonfamilie op bezoek. Ik vind het dan heel leuk om voor het hele spul (12 in totaal) lekker te koken. Op het menu stond bietensoep met appel, groentetaart, kip-champignon-pastei en kwarktaart met frambozensaus voor toe. En ook al was ik best op tijd begonnen (donderdag al!), in de aanloop naar de avond, vlak voordat de gasten kwamen, was er hét moment waarop ik dacht: waarom wilde ik dit ook al weer? Want opeens bleek de keuken te klein, was het deeg voor de pastei veranderd in een klomp steen, moest de tafel nog gedekt worden, wilden de pitjes niet uit de frambozensaus gezeefd worden en vond de soep dat het best ok was om heeeeeel langzaam op te warmen in plaats van snel. Gelukkig was de Man toen thuis en kwamen we al relativerend tot de conclusie dat het allemaal wel mee viel. Iedereen vond ’t lekker en het was een erg gezellige avond 🙂

Daarbij heb ik echt een top cadeau gehad: een Polaroid OneStep 2! Een nieuwe analoge fotocamera in een ouderwets jasje, waarbij de foto na het nemen uit de camera gespuugd wordt. Vervolgens moet je een klein kwartiertje wachten terwijl het beeld langzaam op de foto verschijnt. Heel magisch 🙂 Het is met recht wel bijzonder te noemen dat er nu nieuwe Polaroid-camera’s en films gemaakt worden. In 2008 stopte Polaroid met de productie van de bekende direct-klaar foto’s, maar een paar slimme mensen kochten de laatste fabriek in Enschede. Daar gingen ze, onder de naam The impossible project, aan de slag met het ontrafelen van de chemische formule die deze manier van fotograferen mogelijk maakt. En driewerf hoera want het is ze gelukt! De fabriek in Enschede draait weer op volle toeren en ook de naam Polaroid mag weer gevoerd worden. De films zijn nog prijzig, maar daardoor denk je wel (ik tenminste) goed na voordat je een foto maakt. Vind je het leuk om meer te weten te komen over Polaroid, kijk dan de film Instant dreams: een audiovisuele trip op zoek naar het geheim van Polaroid-fotografie.

Morgenavond komen er gezellig vriendjes en vriendinnetjes op bezoek, om mijn verjaardag nog een beetje te vieren. Gaan jullie wat leuks doen dit weekend?