Gepost op

Ho ho ho eens even

Ineens is het dan eind december. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat het überhaupt kerst zou worden dit jaar, maar over zes dagen is het al zo ver. En die zes dagen zijn hard nodig want de kerstkaartjes moeten nog geschreven worden, het menu kan nog alle kanten op en de cadeautjes zijn nog niet gekocht, laat staan ingepakt.

Het geven van cadeaus met kerst is al ouder dan Sinterklaas en de kerstman samen. Het stamt zelfs uit een tijd dat kerst nog niet eens bestond! Zowel de Romeinen als de Germanen deden het al. In het oude Rome wisselden ze mooie takken en andere kleine geluksbrengers uit op het feest van zonnegod Mithras. En de Germanen ruilden midden in de winter voedsel met elkaar om het lengen van de dagen, en daarmee de terugkeer van het licht te vieren. Later werden er ook andere geschenken gegeven en kregen slapende kinderen een kleine verrassing van de god Odin.

Daarmee werd gelijk de basis gelegd voor een figuur die niet meer weg te denken is uit onze huidige viering van dit winterzonnewendefeest, de kerstman! Hoewel er meerdere ‘voorvaders’ zijn voor de kerstman, is onze Sinterklaas misschien wel de bekendste. Het feest ter ere van Sint Nicolaas wordt in ons land al sinds de middeleeuwen gevierd. Toen de Nederlanders in de 17e eeuw naar Amerika emigreerden, namen ze deze traditie natuurlijk mee. Afgesloten van de Nederlandse cultuur en onder invloed van onder andere de Britten veranderde er hier en daar wel wat. De naam Sinterklaas verengelste naar Santa Claus en verschillende – fantasierijke – Amerikaanse schrijvers maakten het achtergrondverhaal; een pijprokende beschermer die hoog boven de bomen rijdt; een goedlachse elf die in een slee vol speelgoed wordt voortgetrokken door acht rendieren. In 1860 plaatste illustrator Thomas Nast de kerstman op de Noordpool en het plaatje is compleet.

Fun fact
De rondbuikige, bebaarde, ho-ho-ho roepende man in rood-witte outfit die we nu kennen heeft zijn look te danken aan de slimme marketing mensen van Coca Cola. In 1931 wilde het merk de verkoop uitbreiden naar een jonger publiek, maar mocht het van de toenmalige wetgeving geen kinderen tonen die cola dronken. Dus maakten ze een vriendelijke Santa Claus die het zoete drankje aangeboden krijgt van een stel kindertjes. Inclusief dus een helderrood pak met een witte bontkraag (dé Coca Cola kleuren), naast een grote koelkast vol bruine flesjes en een grote zak vol cadeautjes.

Download gratis cadeaulabels
En over cadeautjes gesproken, heb jij ze al onder de boom liggen? In een mooi papiertje en met een deftige strik? Wat ik namelijk al wel klaar heb, zijn de labels om aan de pakjes te hangen. En omdat het (bijna) kerst is wil ik deze ook met jou delen. Via deze link kan je ze gratis downloaden. Print ze op een stevig papiertje, even met de schaar erlangs, lintje eraan en klaar. Veel plezier ervan!

Gepost op

5 Dingen om te doen met kerstkaarten

Blijkbaar bestaat er zoiets als Christmas card day, iets wat elk jaar op 9 december ‘gevierd’ wordt. Had ik dit geweten dan had deze post twee dagen geleden al online gestaan, maar helaas 😉

Christmas card day is in het leven geroepen om de ‘uitvinder’ van de eerste commerciële kerstkaart (in 1843), de Britse Sir Henry Cole te eren. En natuurlijk om iedereen eraan te herinneren dat de D in de maand is en dat het dus de hoogste tijd is om kerstkaarten te shoppen (bij voorkeur bij kleine, lokale ontwerpers/ondernemers) en aan het schrijven te gaan. Zeker nu kerst er vanwege de coronisatie anders uit gaat zien dan we zouden willen.

En hoe leuk is het om kerstkaarten te krijgen? Het is toch een klein feestje om die gekleurde enveloppen op je deurmat te vinden! De vraag is: wat ga je vervolgens met die kleine cadeautjes doen? Hieronder vind je vijf handige en creatieve tips.

Hang ze op
Hoe traditioneel het ook is, door je kerstkaarten op te hangen aan bijvoorbeeld een touwtje met paperclips, geef je ze gemakkelijk een plekje. Hang er hier en daar een takje groen tussen ter decoratie. En of het nou langs de leuning van trap, in de woonkamer boven de bank of op de deur van de wc is; elke keer dat je erlangs loopt word je even herinnert aan al die lieve wensen en mensen.

De boom in
Wil je je kerstkaarten een wat prominentere plek in huis geven tijdens de feestdagen, hang ze dan in de kerstboom. Maak met een perforator een gaatje in de linker bovenhoek, knoop er een mooi lintje of touwtje aan en decoreer je boom je ermee! Zo maak je je kaarten echt onderdeel van je kerstversiering en ziet je boom er net even wat persoonlijker uit.

Onder een stolp
Eerlijk is eerlijk; de ene kerstkaart is de andere niet. En dit bedoel ik puur esthetisch. Het is dus ook volkomen logisch dat je een favoriet hebt. Wil je deze nou echt een bijzonder plekje geven? Plaats em dan eens onder een glazen stolp. Met wat watten en een paar mini kerstballen maak je er echt een feestje van.

In een diorama
Door van je kerstkaart een diorama te maken, breng je de voorstelling een beetje tot leven (een klein beetje maar 😉 Maak een paar kopietjes van de kaart op dik papier en fröbel er met wat tijd, lijm, extra papier en een diep lijstje een diorama van. Dit kan je ook nog opleuken met lampjes, vondsten uit de natuur of miniatuur spulletjes. Geef em een mooi plekje in huis en laat je diorama lekker het hele jaar staan.

Een boekje
Er komt een moment in het jaar dat de kerstkaarten toch echt opgeruimd moeten worden (Bij mij vaak zo tegen Pasen). Wil je de kans vergroten dat je ze nog een keertje weer bekijkt, maak er dan een boekje van. Maak twee gaatjes in de lange kant van elke kaart en rijg ze aan een mooi lint of touwtje of koop metalen ringetjes. Van een mooi papiertje kan je een voorkant maken. Zo krijg je een mooie verzameling.

Veel plezier ermee!

Gepost op

Warme wijn voor koude dagen

Het is Pakjesavond! Als mijn dochter straks wakker is steken we lekker de open haard staan, staat er op magische wijze ineens een zak cadeautjes voor de deur en gaan papa en mama aan de warme wijn. Ik heb er zin in!

Zodra de temperatuur richting de nul gaat, komt hier de glühwein tevoorschijn. Of in het Nederlands gezegd, bisschopswijn. En zo zijn er nog een paar varianten te benoemen; zo drinken ze mulled wine in Groot Brittannië, vin chaud in Frankrijk, izvar in Roemenië en glögg in Scandinavië. In de basis allemaal hetzelfde drankje waar je lekker warm van wordt en rode wangen van krijgt, maar wel met kleine – regionale – verschillen.

Over het algemeen wordt er rode wijn gebruikt, voorzien van suiker, specerijen als kaneel, kruidnagel en citrusvruchten. In bisschopswijn vind je naast de specerijen alleen sinaasappel, terwijl in mulled wine en glühwein ook andere citrusvruchten gaan, zoals citroen. In glögg stoppen ze, naast bovengenoemde specerijen, gember en natuurlijk kardemom (probeer maar eens iets Scandinavisch te vinden zonder). En voor het opdienen worden er nog rozijntjes en amandelen aan toegevoegd. Onder andere in Frankrijk wordt de warme wijn gezoet met honing en in Roemenië gaat er zwarte peper bij in. In alle gevallen wordt het winterse drankje vaak afgetopt met een beetje cognac, amaretto of andere sterke drank, voor een extra kick.

De gewoonte om warme wijn met specerijen te drinken stamt zeker al uit de middeleeuwen, toen dronken ze hippocras. De legende vertelt dat deze drank werd uitgevonden door de Griekse dokter Hippocrates in de 5e eeuw v.Chr., maar in werkelijkheid komt de naam pas voor vanaf de 14e eeuw. Naast dat het gedronken werd bij banketten als aperitief, werd het door dokters voorgeschreven als medicijn.

Je kunt bij praktisch elke supermarkt (en de IKEA!) flessen kant-en-klare glühwein vinden. Even in een pannetje verwarmen en vooral niet laten koken want dan verdampt de alcohol. Maar je kan er ook wat langer de tijd voor nemen en het zelf brouwen. De specerijen kun je nog aanvullen met steranijs, een beetje peper of wat gember.

In de webshop vind je van dit recept een dubbele kaart met daarbij een kaneelstokje en wat kruidnagels, zo kan de ontvanger zelf aan de slag met het recept. En natuurlijk staan er hier ook een heleboel gezellige (emaille) mokken voor je klaar om de glühwein in te serveren. Leuk als cadeautje voor straks onder de boom!

Fijne avond!

Gepost op

Lievekesdag

“Het begon met steelse blikken tijdens de lessen wiskunde van meneer Janssen en het eindigde in tranen met tuiten achter in het fietsenhok. Maar tussendoor was daar de kaart met de rode envelop die ik op 14 februari 1998 in mijn kluisje vond. ‘Je weet wel van wie’, stond er in een jongensachtig handschrift in gekriebeld. En of ik dat wist. Natuurlijk lag er ook een kaart met een rode envelop in zijn kluisje. Hoewel zorgvuldig uit gezocht bij de lokale boekenwinkel, kon de kaart helaas niet voorkomen dat hij drie weken later met ander meisje de lente ging vieren.”

Van de meeste feestdagen die we in Nederland vieren kan je over het algemeen wel vertellen wat je nou precies viert. Maar hoe zit dat met de dag van Sint Valentijn? De dag van de romantische (geheime) liefde?

Het zal geen verrassing zijn dat Valentijnsdag, Lievekesdag in het Vlaams, van oorsprong geen Christelijke uitvinding is. In de tijd van de Romeinen werd op 15 februari de Lupercalia gevierd. Hiervan wordt aangenomen dat het een feest was ter ere van de beschermgodin van de vrouw en het huwelijk, Juno, en van Pan, de god van het woud, het vee en het dierlijk instinct. Het was een wild vruchtbaarheidsfeest. Ongehuwde mannen trokken de naam van ongehuwde vrouwen uit een kom, en zij waren zo een koppel gedurende het feest (en wie weet ook daarna…). Ook werden er riemen van geitenhuiden gemaakt, waarmee de mannen al zwaaiend door de straten gingen; een tik van de riem zou de vruchtbaarheid ten goede komen.

De Kerk vond het vanzelfsprekend geen goed idee dat het volk er zulke heidense en perverse gebruiken op na hield en ze kwamen met een alternatief in de vorm van Sint Valentijn. Voor de zekerheid zelfs twee! Een priester in Rome en een bisschop in Terni. De één wilde de Romeinse keizer Claudius II bekeren tot het Christendom. Daar was de keizer niet van gediend en Valentijn verdween achter de tralies. Terwijl hij daar zat kreeg hij warme gevoelens voor de blinde dochter van één van de cipiers, en hij zorgde ervoor dat ze weer kon zien. De avond voor zijn dood schreef hij haar een briefje, ‘Vaarwel, jouw Valentijn’. De andere Valentijn hielp door de Romeinen gevangen genomen Christenen, maar ook dat was niet de bedoeling. Er gaat zelfs een verhaal dat één van de Valentijns in het geheim clandestiene christelijke huwelijken sloot tussen de soldaten van de keizer en hun geliefdes. De keizer had een wet opgesteld waardoor de soldaten niet mochten trouwen, want ze waren betere soldaten zonder vrouw. Van deze wet is echter geen historisch bewijs gevonden.

De koppeling tussen Sint Valentijn en de romantische liefde zoals we die nu kennen kwam pas aan het eind van de veertiende eeuw. Geoffry Chaucer schreef For this was on St. Valentine’s Day, when every bird cometh there to choose his mate. Nou is half februari wat vroeg voor vogeltjes om hun nest te bouwen, maar het idee was geboren. In navolging van Chaucer schreven onder andere de hertog van Orléans (1415) en William Shakespeare (1600-1601, in Hamlet) erover.

En toen zij dat eenmaal deden was het hek van de dam. Zoals wij nu websites hebben voor Sinterklaasgedichten was er aan het eind van de 18e eeuw in Engeland The Young Man’s Valentine Writer, met suggesties voor romantische regels voor minder begiftigde verliefde mannen. Toen in de 19e eeuw de post gereguleerd werd, kwamen er voorgedrukte Valentijnskaarten.

Vandaag de dag zijn de kerstballen de winkel nog niet uit of er is al geen ontkomen meer aan het roze, de hartjes, de snoepjes en de roze hartvormige snoepjes.

De een verafschuwt de dag van Sint Valentijn, maar de ander (waaronder ikzelf) geniet elk jaar weer van de zoetigheid rondom Lievekesdag. Mocht je nou nog last minute op zoek zijn naar een Valentijnskaartje, kijk dan even hier. Krijg je d’r ook nog een gratis postzegel bij.

Bronnen: Wikipedia & Een jaar vol feesten van Bart Lauvrijs

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel II

Inmiddels is het gewone leven weer begonnen en heb ik zomaar tijd gevonden om daadwerkelijk deze blog te kunnen schrijven over de resterende maanden van de Studio Kvinna kalender van 2020. Vorige week kon je al lezen over onder andere Stockholm en fika, hierbij de rest!

Februari – Samen
Vorige week noemde ik de Samen al, de oorspronkelijke nomadische bevolking van Lapland. Noem deze mensen vooral geen Lappen, want dat zien ze als belediging. Ze wonen in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Een deel van de Samen volgde traditioneel de rendierkudden, voor hun melk, vlees en huiden. En die huiden gebruikten ze weer voor tenten en lekker warme kleding, zoals op deze illustratie.

April – Scherenkust
Scherenkust is een gebied met ondiep en vaak brak water en talrijke, meestal kleine rotsachtige eilanden, scheren genoemd. In Zweden vind je deze voornamelijk aan de westkust bij de provincie Bohüslan en in het oosten vanaf Stockholm tot in de Oostzee. Daar liggen duizenden kleine eilandjes, bewoond en onbewoond, die je alleen maar via het water kunt bereiken.

Juni – Haring
In Nederland zijn we er dol op, maar de Zweden doen aan haring eten 2.0. Als in juni de nieuwe haring gevangen is, wordt deze gemarineerd in allerlei sausjes. Denk aan mosterd, dille en rode bieten. Met feestdagen eet je het dan op een sneetje roggebrood. En dan is er nog ‘surströmming’; gefermenteerde haring. Wereldwijd bekend als één van de smerigste gerechten. Er wordt aangeraden om het blik met de vis buiten te openen omdat de doordringende lucht anders nog maanden in je huis blijft hangen…

Augustus – Paardje uit Dalarna
Ik denk dat iedereen die wel eens in Zweden is geweest dit paardje herkent: de Dalahäst. Häst is het Zweedse woord voor paard en Dala wil zeggen dat het uit de streek Dalarna (in het westen/midden van het land) komt. Daar maakten, aan het eind van de middeleeuwen, de boerenvaders houten speelgoedpaardjes voor hun kindertjes. Andere kindertjes wilden de paardjes ook hebben en zo groeide het eerst tot ruilmiddel en later uit tot symbool van Dalarna en heel Zweden.

Oktober – Zweeds design & Abba
Alles, ok bijna alles, ziet er mooi uit in Zweden. Zo ongeveer elk restaurant of broodjeszaak ziet er uit alsof het uit een woontijdschrift komt. De beste design klassiekers komen wat mij betreft dan ook uit Zweden (en Denemarken). Wat denk je van deze stoel, ontworpen door Yngve Ekström in de jaren zestig? Of van die toffe lamp van Poul Henningsen? En zo’n retro interieur is natuurlijk niet compleet zonder een beetje Abba op de radio.

December – Tomtes
Een tomte (of nisse) is soort van Scandinavische kabouter-elf, volgens folklore de ziel van de eerste bewoner van de boerderij. Ze zijn maximaal 90 cm hoog, de mannetjes hebben een lange witte baard en dragen een rode (punt) muts. Met kerst komen er speciale juletomtes, waarvoor er wat lekkers in de kerstboom of bij de schoorsteenmantel wordt gehangen.

Hoewel ik met pijn in mijn hart onze tomtes weer bij de kerstspullen heb opgeborgen, vind ik het nu wel fijn dat het nog bijna een heel jaar duurt totdat het weer kerst. Het gerucht gaat namelijk dat we deze zomer weer naar Zweden op vakantie gaan. Ik kan niet wachten 🙂

In de webshop staan nog een paar kalenders, mocht je em nog niet aan de muur hebben hangen en dat wel graag willen.

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel 1

Gelukkig 2020!

Zo… De oliebollen zijn op, de dennennaalden liggen op de grond en de kerstkilo’s zitten er aan. De feestelijkheden zijn voorbij en 2020 staat te trappelen om zich voor ons uit te rollen. Ben benieuwd wat het voor ons in petto heeft.

Een nieuw decennium, een nieuw jaar, een nieuwe maand en dus ook een nieuwe kalender. Het thema dit jaar is Zweden. Het tekenen ervan was een reis die gek genoeg begon in Denemarken en die loopt van de taiga in Lapland naar bruisend Stockholm en die via koffie met wat lekkers naar haring gaat. Achter elke plaat zit een verhaal, dat ik je graag vertel. Deze week de oneven maanden, volgende week de rest. Wil je alle plaatjes zien? En in het echt bewonderen? Kijk dan hier!

Januari – Rendier op de taiga
In het noorden van Zweden vind je uitgestrekte naaldbossen, de taiga genaamd. Het woord komt uit het Russisch en betekent ‘naaldwoud’. Maar liefst 80% van de bomen bestaat uit dennen, zilversparren en lariksen. Er zijn niet veel zoogdieren die de strenge winters hier aan kunnen, maar het rendier is één van. Zowel de heren als de dames hebben een gewei. Op de kalender zie je een vrouwtje, dat even een ommetje maakt om te ontsnappen aan de drukte van de grote kudde waar ze deel van uit maakt.

Maart – Fika!
Elke dag, in de ochtend en de middag, leggen de Zweden massaal het werk neer om samen te genieten van een goede kop koffie en wat lekkers on-the-side; tijd voor Fika! Het is een sociaal fenomeen, want het is meer dan alleen koffie drinken. Het tijd maken voor en aandacht geven aan collega’s, vrienden en familie staat voorop. Maar dan wel onder het genot van kaneelbroodjes en kladdkaka (Google maar ;).

Mei – Rood huisje met tuin
Hier wil ik wel wonen. Met binnen veel wit en veel licht, er om heen een mooie groene tuin en een bos erachter. De buitenkant van het huis is van dat typische rood, Falurood genaamd. Bij het plaatsje Falun ligt een kopermijn en al sinds de 16e eeuw wordt er verf gemaakt van het pigment uit de mijn. Deze verf heeft een conserverende werking op het hout van de huizen en het ziet er stiekem ook een beetje uit als baksteen. Win-win!

Juli – Allemänsrätten
Een belangrijk onderdeel van de Zweedse manier van leven is allemänsrätten, allemansrecht. Iedereen is vrij om overal van de natuur en alles wat daarbij hoort te genieten. Je mag wildplukken, wildkamperen en wildzwemmen (of gewoon zwemmen) waar je maar wilt. Ook als dit land van iemand is. Natuurlijk moet je het dan wel even vragen of het ok als je je tent opzet, want je hebt in dat geval wel toestemming nodig. Maar zolang je de natuur niet verstoord en geen afval achterlaat, mag je gaan en staan waar je voeten je brengen.

September – Stockholm
Tja Stockholm… Als je er een keer bent geweest, wil je er sowieso een tweede keer naar toe. En een derde.. En vooruit – zelfs een vierde. De stad is gebouwd op veertien eilanden en dat betekent dat er veel water is! Ideaal voor een rondvaart en het maakt ook dat het weids en ruimtelijk aanvoelt. Niet alsof je in een echt grote stad bent. Twee hoogtepunten: het Vasa museum – een museum om een boot die zonk tijdens de eerste reis amper 1,5 km uit de haven. En Gamla Stan, het middeleeuwse stadshart met smalle straatjes en leuke winkeltjes. O en neem vooral de metro, sommige stations zijn ware kunstwerken.

November – Poolnacht
Deze illustratie maakte ik al een paar jaar geleden. Een beetje afgeleid van de film Brother bear en van het spel Never Alone. Beiden spelen zich af in Noord Amerika, maar animisme en voorouderverering spelen ook een rol in de traditionele cultuur van de Samen, de oorspronkelijke bewoners van Lapland. Zij geloven dat alle wezenlijke objecten, zoals dieren, planten en stenen, een ziel hebben. De relatie met de dieren die ze ‘gebruiken’, zoals rendieren en zeehonden is daardoor heel belangrijk, het vereren van dierengeesten hoort daar ook bij.

Over alle bovenstaande onderwerpen is nog zoveel meer te vertellen, maar voor nu zal ik het hierbij laten. Heb de kalender nog niet aan de muur hangen, bestel em dan snel hier! En ik hoop dat ik je zo alvast iets heb gegeven om over na te denken als je een pagina om slaat naar de volgende maand. Volgende week deel 2!

Gepost op

Inspiratie: volkskunst

De laatste tijd laat ik me steeds vaker inspireren door folklore. Nou was ik al fan van folk muziek en hou ik enorm van de oude culturele tradities rondom bijvoorbeeld de seizoenen, maar sinds een paar weken kijk ik ook naar volkskunst voor tekeninspiratie. Pinterest staat vol met de prachtigste bloemenprinten. Hoogste tijd voor een beetje verdieping.

Volkskunst is volgens Wikipedia “kunst door gewone mensen, bedoeld voor een kleinere groep en zonder grote artistieke pretenties.” Dus niet om in een museum te eindigen en niet om voor veel geld geveild te worden in een chique veilinghuis. Het gaat bij volkskunst ook niet om schilderijen, maar om gebruiksvoorwerpen als servies, meubels en kleding. Gewone objecten voorzien van prachtige en vaak technisch ingewikkelde patronen. Beschilderd met een penseel, bestempeld met stippen of ingelegd met hout. Dit maakt dat het wel een ambacht is, die oefening en opleiding vereist.

Elke streek in Europa heeft een eigen stijl als het op volkskunst aan komt. In Rusland ontstond in de zeventiende eeuw chochloma. Kenmerkend voor chochloma zijn goud- en roodkleurige ornamenten op een zwarte, soms rode achtergrond, met accenten in groen en geel. Populaire motieven zijn bessen (meestal lijsterbessen en aardbeien), bloemen en plantenbladeren.

Uit Polen komt wycinanki, papierknipkunst. Traditioneel gebruikt door boeren om hun huizen te versieren met scenes uit het dagelijks leven, zoals bruiloften en feestdagen. En met Pasen werden bijvoorbeeld de eieren rijkelijk versierd met hanen en bloemen van papier.

Op het Noorse platteland is Rosemåling, bloemen schilderen, ontstaan in de tweede helft van de 18e eeuw, toen de Barok haar intrede deed in het Noorse stedelijke gebied. Rosemåling is een decoratieve schilderkunst met gestileerde bloemversieringen, overwegend primaire en secundaire kleuren. Ook in Zweden vond het navolging.

Maar ook in Nederland kunnen we er wat van! Denk aan het Staphorster stipwerk, waarbij stipjes verf met stempels op de stof worden gedrukt. Of aan het Hinderlooper schilderwerk, wereldwijd beroemd. Krullen, bloemen en bladeren in de kleuren rood, blauw, wit en groen, werden in Hindeloopen verwerkt tot een aparte stijl.

En dit is dan nog maar een klein stukje van Europa. De Aboriginals in Australië, de Indianen in Noord Amerika, de Japanse prentkunst, wajangpoppen uit Indonesië en zo kan ik nog wel even doorgaan. Allemaal voorbeelden van volken die met eigengemaakte kunst hun wereld mooier maakten.

Van al dat onderzoek doen heb ik helemaal zin om aan de slag te gaan, dus dat ga ik dan ook maar doen. Deze kaart heb ik woensdag getekend en dat smaakte naar meer. Fijn weekend!

PS De kaart vind je in de webshop.

 

 

Gepost op

5 Dingen om te doen met ansichtkaarten

Vaak zie ik de mensen die bij mijn kraampje staan denken; heel leuk al die gezellige ansichtkaarten van je, maar wat moet ik er mee? Tja, het meest voor de hand liggend is dan waarschijnlijk toch om ze te versturen. En dat kan dan een voor de hand liggende reden hebben, zoals kerst, een verjaardag, het behalen van een zwemdiploma of een pasgeboren baby’tje. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Het kan ook om niets, helemaal zomaar. Of omdat je vindt dat die ene kaart heel goed past bij die ene vriendin, omdat je al zo’n tijd je nichtje niet hebt gesproken of omdat je gewoon heel blij bent met je buurvrouw. En die kaart, die echte papieren handgeschreven kaart met postzegel, moet wel een glimlach toveren op het gezicht van de ontvanger. Want hoe vaak krijg je nou nog echt leuke post in je brievenbus?

Ga internationaal!
Wel eens van Postcrossing gehoord? Dit is een online platform voor het versturen van offline post naar mensen van over de hele wereld. En het leuke is, je krijgt ook post terug van over de hele wereld. Met bovendien vaak prachtige postzegels. Een aantal jaar geleden was ik fervent Postcrosser en ik heb een hele verzameling ansichten uit onder andere Cuba, Israël, Brazilië en 26 verschillende Amerikaanse staten.

Te mooi om weg te doen
Soms zijn er ansichtkaarten die te mooi zijn om op te sturen. Maar in een doosje op de kast heb je er natuurlijk ook niets aan. Zelf vind ik fijn om lievelingskaartjes met washi-tape gewoon direct aan de muur te plakken, tot een soort van inspiratie moodboard. Maar is de kaart echt heel mooi, dan verdiend ie een lijstje en een eigen plekje.

Heb je nou meerdere exemplaren van kaart te pakken, dan kan je er met wat tijd, lijm, extra papier en een diep lijstje een diorama van maken. Dit kan je ook nog opleuken met vondsten uit de natuur of miniatuur spulletjes. Super leuk voor bijvoorbeeld aan de muur in de kinderkamer of in de hal.

Geen zin om uitgebreid aan ‘t fröbelen te gaan? Met minimale inspanning maak je van een saai notitieboek je nieuwe lievelings door er met wat plakband of lijm een mooi kaartje voorop te plakken.

En er zijn natuurlijk nog tig andere mogelijkheden. Nog meer inspiratie nodig? Pinterest is je vriend!

Ik heb mijn Postcrossing account inmiddels weer geactiveerd en as we speak zijn er kaartjes van mij onderweg naar Taiwan, China, Rusland, Polen, Duitsland en de VS. Ben benieuwd wat ik ervoor terug krijg.

Gepost op

Over herfst en witte wieven

Het ligt er waarschijnlijk aan op welk moment in het jaar de vraag ‘Wat is je favoriete seizoen’ gesteld wordt, maar nu is mijn antwoord herfst. Dat het zonnetje af en toe nog z’n best doet, dat de bomen rood kleuren en het vooruitzicht naar kerst.

Vannacht, zondag 23 september om 3:54 uur, begon de astronomische herfst. Want precies op dat moment passeerde de zon de evenaar, de zogeheten herfstequinox. Dag en nacht zijn even lang, en bijna iedereen die op het noordelijk halfrond woont weet wel zo’n beetje wat we de aankomende maanden kunnen verwachten. Het wordt kouder, natter en donker. Hoewel ik vorige week nog aan het idee moest wennen, ben ik nu helemaal om (zit zelfs al met een sjaal om dit stukje tekst te typen). De berken waar ik van achter mijn computer op uit kijk beginnen de eerste najaars-symptomen al te vertonen, ja van mij mag de herfst wel aan gaan. D’r liggen al kalebassen bij de voordeur en bij het idee van wild gekleurde bomen en pompoensoep word ik blij.

Van deze afbeelding is een kaart beschikbaar, je vindt em hier.

Waar ik ook erg naar uit kijk, en waar je naar mijn idee het best van kan genieten in Engeland of Oostenrijk ofzo, zijn de ochtenden. Dat het koud is, maar nog net niet vriest en dat er van die flarden witte mist over de weilanden en de weg drijven. De witte wieven…

Witte wieven komen, als je de sagen mag geloven, vooral in het oosten van Nederland voor. Zoals de naam doet vermoeden zijn het dames (wieven) gekleed in wit. Volgens de overlevering wonen ze in grafheuvels en moerassen en dansen ze door het bos en over de heide. Er bestaan verschillende geschiedenissen en naamsverklaringen, zo zou ‘wit wief’ een verbastering zijn van ‘wetend wijf’ oftewel waarzegster. Ze zouden mensen verleiden hen te volgen, met als resultaat dat deze personen voor altijd verdwijnen. Dit kan een kindvriendelijke versie zijn van witte wieven als aankondigers van de dood. En er is het verhaal van Herbert en Albert die bij wijze van test de rust van de witte wieven moeten verstoren om de hand van Johanna te ‘winnen’. Want het zijn geen kwaadaardige wezens, maar je moet ze wel te vriend houden…

Schilderij van de Zweedse kunstenaar August Malmström: Dancing fairies

Overal

Niet alleen in oost Nederland kan je ze tegen het lijf lopen. Over heel het Indo-Germaanse cultuurgebied bestaan er vergelijkbare verhalen. In Ierland bijvoorbeeld wonen bashees, feeën die de dood aankondigen, en in Engeland, Duitsland en Frankrijk vind je respectievelijk White women, Weisse Frauen en Dames Blanches (dat doet je toch ineens heel anders over dat toetje denken). Ook worden ‘onze’ witte wieven in verband gebracht de volva uit onder andere de Noordse mythologie. Daar zijn het echter geen spookachtige verschijningen, maar vrouwen van vlees en bloed die tot in de Middeleeuwen sjamanistische zieneressen waren. Ze zong liederen, sprak bezweringen uit en kon het verleden verklaren en de toekomst voorspellen. Totdat de katholieke kerk in beeld kwam en de jacht opende op deze zelfstandige krachtige vrouwen…

Vroeger met opa en oma ging ik op bezoek bij de Witte wieven in Zwiep nabij Lochem. Daar had bakker Postel een mini thema park gemaakt omtrent deze dames. Met uit hout gesneden witte wieven met voorspellende gaven (Als de steen nat is, dan regent het. Als de je steen niet ziet, dan is er mist) en hele lekkere pannenkoeken. Ik zag dat park onlangs weer geopend is door een andere uitbater en dat er zelfs nieuwe witte wieven bij gekomen zijn. Dat wordt een tripje naar Zwiep deze herfst :D.

Gepost op

Lang leve de koning

Hoera! Hoera! Hoera! Morgen vieren we Koningsdag. Onze vorst mag dan 51 kaarsjes uitblazen en het hele land mag er van mee genieten. Eerst lekker met een oranje tompouce voor de tv en later (hopelijk is het droog en niet te koud) met een drankje in de stad.

Koningsdag is één van de weinige feestdagen die echt alleen van Nederland is. Tot ergens in de 19e eeuw vierden we op 18 juni Waterloo-dag, ter herinnering aan het einde van de Franse bezetting in 1815. In alle kerken moest op die datum een uur worden stilgestaan bij de slag, waarna er allerlei activiteiten georganiseerd werden. Toen de herinnering aan de veldslag vervaagde ging de dag uiteindelijk ongemerkt voorbij.

Op 31 augustus 1885, op de vijfde verjaardag van prinses Wilhelmina, werd de eerste ‘Prinsessedag’ georganiseerd. Dit nobele initiatief kwam van de heer Gerlach, de hoofdredacteur van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (iedere horeca-ondernemer in een binnenstad zou deze meneer Gerlach op z’n blote knietjes moeten bedanken voor dit inmiddels bijna twee dagen durende feest). Zijn doel was ‘de nationale eenheid te benadrukken’.

De nieuwe traditie begon in Utrecht en waaierde langzaam maar zeker over naar de rest van het land. Toen in november 1890 Wilhelmina’s vader Willem III overleed, werd in 1891 voor het eerst Koninginnedag gevierd. Een feestdag die vooral voor kinderen was.

In 1948 volgde Juliana haar moeder Wilhelmina op. Daarmee veranderde de datum van Koninginnedag van 31 augustus naar 30 april, Juliana’s verjaardag. Juliana was de eerste vorstin die ook echt lijfelijk aanwezig was bij de viering. Ze kreeg een bloemenhulde op Paleis Soestdijk, waarbij vele Nederlanders in een kilometerslange optocht langs het bordes met Juliana en haar familie liepen en haar geschenken en bloemen gaven: het zogeheten defilé. Na een gezamenlijk Wilhelmus, was het tijd voor de traditionele kinderspelen, zoals zaklopen en koekhappen. Meer en meer mensen kregen een vrije dag, zodat het uit kon groeien tot de nationale feestdag die het nu is.

Toen in 1980 Beatrix koningin werd, koos zij ervoor om Koninginnedag op 30 april te blijven vieren. Haar eigen verjaardag is op 31 januari, niet persé de meest geschikte dag om een groot buitenevenement te plannen. Vanaf 1981 bezocht ze, met het liefst een zo groot mogelijk deel van de koninklijke familie, één of twee plaatsen in Nederland. Die haalden dan alles uit de kast om goed voor de dag te komen. En zo is het eigenlijk nog steeds. Alleen dan op 27 april, want dan is onze Willem jarig.

Morgen is Groningen aan de beurt. Altijd weer leuk om te zien hoe de prinsesjes zich soms zichtbaar vervelen, hoe de grote prinsessen zich op hoge hakken over de kinderkopjes bewegen, hoe Maxima soms moeite moet doen om haar hand terug te krijgen en hoe WimLex met volle teugen van alles geniet. Ik hoop dat we deze traditie nog lang mogen volhouden. Gefeliciteerd beste koning en geniet ervan morgen.

UPDATE 27 april 2020

Vandaag vieren we Koningsdag thuis. Om toch een beetje aan de Vrijmarkt mee te doen, kan je een gokje wagen in de grabbelton. Of scoor een van de andere bijpassende items in de shop.