Gepost op

Kinderboekenliefde

Een van de bijkomende voordelen van het hebben van een kleintje vind ik de groeiende stapel prentenboeken in ons huis. Nou moet ik bekennen dat er al een zekere verzameling in mijn kast stond voordat er ook maar sprake was van een baby; nu grijp ik elke gelegenheid aan om de collectie uit te breiden. Want man wat zitten er toch kunstwerken tussen! De verhalen an sich zijn simpel, en dat is logisch want die kleine breintjes moeten het wel kunnen begrijpen. Al gaat het soms wel over de Grote Dingen in het leven. Of er staat helemaal geen tekst in, zodat je je eigen verhaal kan bedenken. Maar de illustraties zijn af en toe om je vingers bij af te likken, de één nog mooier en bijzonderder dan de ander. Ik vind het echt een kunstvorm; kan je zo aan de muur hangen.

Hieronder een aantal van mijn favorieten, eigenlijk allemaal boeken met illustraties zo mooi dat ik ze liever uit de grijpgrage pindakaashandjes van mijn mini houdt. De lijst is niet genummerd maar in willekeurige volgorde. Kiezen is veel te moeilijk 😉

Home van Carson Ellis
Dit mooie grote boek laat zien dat heel veel dingen iemands thuis kunnen zijn. Een huisje op het platteland, een paleis of een schoen. Met mooie, herkenbare, waterverf illustraties in zachte maar niet zoete kleuren. Elke pagina is een feest voor het oog en zet je aan het fantaseren over hoe het er van binnen uit ziet en alle dingen waar mensen en dieren in kunnen wonen.

Waar geluk begint door Eva Eland
Wat een fijn boekje is dit, een beetje filosofisch want het gaat over geluk. Over de ongrijpbaarheid ervan, dat je soms even niet gelukkig kan zijn en dat dat ok is, omdat geluk altijd wel weer een weg vindt. Het kleurgebruik in de illustraties, die het midden houden tussen zeefdruk en potloodtekening, is heel fris en fijn. Zowel qua tekst als tekening leuk als cadeautje voor kleine en grote mensen.

De vos en de ster door Coralie Bickford-Smith
De kaft alleen al; donkerblauw linnen met witte bedrukking. En van de binnenkant maakte mijn illustratiehart een sprongetje. De illustraties en het kleurgebruik spelen een leidende rol in het verhaal, dat gaat over verlies, rouw, loslaten en opnieuw beginnen. Ik wil er eigenlijk niet te veel over zeggen, behalve dan dat je dit echt in de kast wil hebben.

Samen hier van Oliver Jeffers
Dit boek kregen we van een goede vriend toen Annika er nog niet was. De schrijver maakte het vlak nadat zijn zoontje geboren was en ik snap hem helemaal. De boodschap is universeel: ‘Welkom op aarde. Dit kan een verwarrende plek zijn, vooral als je er nog maar net bent. Dit boek kan je gids zijn bij de start van je reis. Je zult zelf nog veel meer ontdekken.’ De illustraties van het universum en alles eromheen zijn fantastisch. Deze man raakt precies de juiste snaar met humor en ontroering (in ieder geval bij mij als verse ouder). Zijn andere boeken, bijvoorbeeld Die eland is van mij, zijn ook zeer de moeite waard.

Alice in Wonderland door Lewis Carroll – illustraties Floor Rieder (of eigenlijk alles geillustreerd door Floor Rieder)
De tekst is het welbekende verhaal met het konijn dat altijd te laat komt, de gekke hoedenmaker en waarin gecroquet wordt met levende flamingo’s. Maar Floor Rieder veranderde Alice van een braaf blond Disney figuurtje in een blauwe jurk in een stoere meid met hoedje, gympies en een bril. De illustraties doen denken aan houtsneden, maar zijn met een pennetje gekrast in met zwarte gouache bedekte glasplaatjes die op een lichtbak liggen. Een oude techniek, die bewerkelijk klinkt, maar gezien het resultaat wel de moeite waard is.

En tot slot natuurlijk de complete oeuvres van Fiep – Jip & Janneke – Westendorp en van de Zweedse Ingela P. Arrhenius, want lekker retro.

Deze selectie komt uit de boeken die we zelf hebben, maar mijn verlanglijstje is nog lang. Zo heb ik gisteren De jongen, de mol, de vos en het paard besteld, van Charlie Mackesy. Vanmiddag in de brievenbus, dus wordt vervolgd.

En wat zou ik graag zelf een prentenboek maken. Het liefst ook bij mijn eigen verhaaltje, maar er is altijd een maar zo lijkt. Geen tijd, geen inspiratie, te veel inspiratie “als ik het verhaal en de illustraties ga maken, kan ik alle kanten op” en dan kan ik dus niet beslissen. Maar nu is er Nini en het blauwe maantje, dus wie weet komt het er toch ooit van.

Gepost op

Lievekesdag

“Het begon met steelse blikken tijdens de lessen wiskunde van meneer Janssen en het eindigde in tranen met tuiten achter in het fietsenhok. Maar tussendoor was daar de kaart met de rode envelop die ik op 14 februari 1998 in mijn kluisje vond. ‘Je weet wel van wie’, stond er in een jongensachtig handschrift in gekriebeld. En of ik dat wist. Natuurlijk lag er ook een kaart met een rode envelop in zijn kluisje. Hoewel zorgvuldig uit gezocht bij de lokale boekenwinkel, kon de kaart helaas niet voorkomen dat hij drie weken later met ander meisje de lente ging vieren.”

Van de meeste feestdagen die we in Nederland vieren kan je over het algemeen wel vertellen wat je nou precies viert. Maar hoe zit dat met de dag van Sint Valentijn? De dag van de romantische (geheime) liefde?

Het zal geen verrassing zijn dat Valentijnsdag, Lievekesdag in het Vlaams, van oorsprong geen Christelijke uitvinding is. In de tijd van de Romeinen werd op 15 februari de Lupercalia gevierd. Hiervan wordt aangenomen dat het een feest was ter ere van de beschermgodin van de vrouw en het huwelijk, Juno, en van Pan, de god van het woud, het vee en het dierlijk instinct. Het was een wild vruchtbaarheidsfeest. Ongehuwde mannen trokken de naam van ongehuwde vrouwen uit een kom, en zij waren zo een koppel gedurende het feest (en wie weet ook daarna…). Ook werden er riemen van geitenhuiden gemaakt, waarmee de mannen al zwaaiend door de straten gingen; een tik van de riem zou de vruchtbaarheid ten goede komen.

De Kerk vond het vanzelfsprekend geen goed idee dat het volk er zulke heidense en perverse gebruiken op na hield en ze kwamen met een alternatief in de vorm van Sint Valentijn. Voor de zekerheid zelfs twee! Een priester in Rome en een bisschop in Terni. De één wilde de Romeinse keizer Claudius II bekeren tot het Christendom. Daar was de keizer niet van gediend en Valentijn verdween achter de tralies. Terwijl hij daar zat kreeg hij warme gevoelens voor de blinde dochter van één van de cipiers, en hij zorgde ervoor dat ze weer kon zien. De avond voor zijn dood schreef hij haar een briefje, ‘Vaarwel, jouw Valentijn’. De andere Valentijn hielp door de Romeinen gevangen genomen Christenen, maar ook dat was niet de bedoeling. Er gaat zelfs een verhaal dat één van de Valentijns in het geheim clandestiene christelijke huwelijken sloot tussen de soldaten van de keizer en hun geliefdes. De keizer had een wet opgesteld waardoor de soldaten niet mochten trouwen, want ze waren betere soldaten zonder vrouw. Van deze wet is echter geen historisch bewijs gevonden.

De koppeling tussen Sint Valentijn en de romantische liefde zoals we die nu kennen kwam pas aan het eind van de veertiende eeuw. Geoffry Chaucer schreef For this was on St. Valentine’s Day, when every bird cometh there to choose his mate. Nou is half februari wat vroeg voor vogeltjes om hun nest te bouwen, maar het idee was geboren. In navolging van Chaucer schreven onder andere de hertog van Orléans (1415) en William Shakespeare (1600-1601, in Hamlet) erover.

En toen zij dat eenmaal deden was het hek van de dam. Zoals wij nu websites hebben voor Sinterklaasgedichten was er aan het eind van de 18e eeuw in Engeland The Young Man’s Valentine Writer, met suggesties voor romantische regels voor minder begiftigde verliefde mannen. Toen in de 19e eeuw de post gereguleerd werd, kwamen er voorgedrukte Valentijnskaarten.

Vandaag de dag zijn de kerstballen de winkel nog niet uit of er is al geen ontkomen meer aan het roze, de hartjes, de snoepjes en de roze hartvormige snoepjes.

De een verafschuwt de dag van Sint Valentijn, maar de ander (waaronder ikzelf) geniet elk jaar weer van de zoetigheid rondom Lievekesdag. Mocht je nou nog last minute op zoek zijn naar een Valentijnskaartje, kijk dan even hier. Krijg je d’r ook nog een gratis postzegel bij.

Bronnen: Wikipedia & Een jaar vol feesten van Bart Lauvrijs

Gepost op

Over schrijven en schrijvers

Al heel lang wil ik ooit schrijver worden. Een echte boekenschrijver wel te verstaan, denk literaire roman of iets in het fantastische genre. Het lijkt me zo tof om een boekenwinkel binnen te gaan, bij voorkeur in een wildvreemde stad, en daar dan een stapeltje boeken te zien liggen met mijn naam op de kaft.

Op een zeker moment in mijn schoolcarrière wilde ik de daad bij het woord voegen en Nederlands gaan studeren in Groningen. Maar mijn havo diploma en twee halve propedeuses van bovendien verschillende opleidingen waren niet voldoende om toegelaten te worden tot de universiteit.

Af en toe steekt deze droom zijn hoofd weer om de hoek; nagenoeg elk jaar als het herfst wordt én bij het lezen van een boek geschreven door Ronald Giphart. Van de manier waarop hij woorden gebruikt krijg ik instant schrijfinspiratie, of het nou gaat om een blog zoals deze of voor elke willekeurige andere tekst die uit mijn pen (toetsenbord) moet komen.

Deze man is in zijn eentje* verantwoordelijk voor het vullen van bijna een halve plank in mijn boekenkast, met dertien boeken.

Mijn liefde voor Ronald begon rond het jaar 2000 denk ik, toen we in de vierde klas boekverslagen moesten maken. Met ‘Phileine zegt sorry’, ‘Ik ook van jou’ en ‘Giph’ ging er een wereld voor me open. Want het ging over het leven, over schrijver worden en over literatuur. Over liefde en ook over seks, maar dan wel functioneel want ook dat is het leven. Ik zou nu graag met wat mooie voorbeeldzinnen van zijn hand mijn punt kracht willen bijzetten, maar dan moet ik A. kiezen en B. een zin uit zijn context halen.

Alle tijd
Via Storytel (wat een uitvinding) ben ik nu de laatste Giphart ‘Alle tijd’ aan het luisteren. Wat een heerlijk boek weer. Onderweg in de trein of de bus zit ik dan soms lekker hardop te genieten. Wat mij opvalt is dat (en ik ben natuurlijk geen echte literatuurkenner) er ruim twee decennia zit tussen zijn eerste werk en zijn laatste boek, het is nog steeds typisch Giphart, maar je merkt wel dat hij ouder (volwassener) is geworden ofzo. Het thema vriendschap speelde altijd al een belangrijke rol, maar nu ook de hoofdrol. In plaats van een jongeman met bovenmatige interesse in literatuur die bij tijd en wijle toch vooral zijn *** achterna loopt. Nou ja, dat dus.

Op dit moment heb ik niet de tijd of de ruimte in mijn hoofd om met een boek aan de slag te gaan. Maar gelukkig kan ik hier naar hartenlust spelen met taal. Gewoon schrijven om het schrijven, om mijn verbazing en verwondering voor de wereld en al haar bijzondere bewoners te uiten en te delen. Verhalen vertellen, fantasie of non-fictie, blijft toch mijn ding. Mocht je behoefte hebben aan een blog of andere tekst, ik schrijf ook in opdracht.

(*Een eerste plaats die hij overigens wel moet delen met Rascha Peper. Wat ik zo fijn vind aan haar boeken, zijn de personages. Ze hebben bijzondere beroepen, van oceanograaf tot ornitholoog en van een historicus met een fascinatie voor de laatste Russische tsarenfamilie tot een handelaar in zandkastelen. Er is altijd iets met ze aan de hand, wat ze enerzijds een beetje vreemd en anderzijds heel kwetsbaar maakt. Zo mooi!)

Gepost op

Vegan bakken is een eitje

Vorig jaar oktober heb ik een schrijf proefopdracht gedaan voor een bedrijf dat duurzaam leven gemakkelijk en betaalbaar wil maken. Het onderwerp was vegan bakken, iets waar ik zelf weinig kaas van had gegeten. Maar na een klein onderzoekje blijkt het een eitje te zijn!

O de lucht van appeltaart in de oven of de aanblik van een punt cheesecake die op je staat te wachten in koelkast. Zo met de winter buiten, vind ik het heerlijk om m’n schort voor te binden en aan het bakken te gaan. Maar als je veganistisch wilt eten, betekent dit dat je bepaalde producten niet zult gebruiken, denk aan simpele dingen als roomboter, eieren en melk. Maar ook de wat minder voor de hand liggende zaken waaronder honing en gelatine. Daarbij hebben veganistische baksels vaak de reputatie om ‘zwaar’ te zijn. Hoe zorg je er nou voor dat je toch de keukenprins(es) kunt uithangen en ook nog wat lekkers uit de oven tovert?

Het alternatieve circuit
Soms is het gelukkig niet zo moeilijk, want voor veel dierlijke producten zijn tegenwoordig goede plant-based alternatieven te koop. Plantaardige margarine in plaats van roomboter, soja- of amandeldrink als alternatief voor melk en honing vervang je bijvoorbeeld door agavesiroop. Stuk voor stuk producten die je in dezelfde hoeveelheid kunt gebruiken als in het originele recept.

1 Ei is geen ei
Bij eieren gaat het één op één vervangen van dierlijke met plantaardige producten niet op. Eieren komen om verschillende redenen in een recept voor; om je cake mooi luchtig te maken en te laten rijzen of om te binden. Afhankelijk van het doel kan je gepureerde banaan, gebroken lijnzaad met water of bakpoeder met wat azijn gebruiken. Allemaal producten die je gewoon in de supermarkt kunt kopen.

Gelatine, gemaakt uit de huid en beenderen van onder andere varkens, is een bindmiddel om taart of pudding stevig te maken. Vegan alternatief agar agar vindt de oorsprong in algen en is stiekem twee keer zo sterk als gelatine. Win win! Je vindt het in poedervorm bij de toko en de natuurvoedingswinkel.

Andere koek
De kunst van vegan bakken zit ‘em niet in het perfect namaken van cheesecake, want dat gaat gewoonweg niet. Probeer daarom de focus op andere ingrediënten te leggen; maak citroen de ster van je cake of ga helemaal los met cacao en kokos voor een mooie veganistische chocoladerol.

Pinterest blijkt vol te staan met lekkere plant-based bak inspiratie, en ook in de boekhandel ben je wel even zoet met boeken van onder meer Dosia Brewer (Dosia bakt vegan), Emma Herngreen (Funky Vegan bakboek), Food Bandits (Andere koek) en Audrey Fitzjohn (Vegan bakken).

Bake it away!

 

 

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel II

Inmiddels is het gewone leven weer begonnen en heb ik zomaar tijd gevonden om daadwerkelijk deze blog te kunnen schrijven over de resterende maanden van de Studio Kvinna kalender van 2020. Vorige week kon je al lezen over onder andere Stockholm en fika, hierbij de rest!

Februari – Samen
Vorige week noemde ik de Samen al, de oorspronkelijke nomadische bevolking van Lapland. Noem deze mensen vooral geen Lappen, want dat zien ze als belediging. Ze wonen in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Een deel van de Samen volgde traditioneel de rendierkudden, voor hun melk, vlees en huiden. En die huiden gebruikten ze weer voor tenten en lekker warme kleding, zoals op deze illustratie.

April – Scherenkust
Scherenkust is een gebied met ondiep en vaak brak water en talrijke, meestal kleine rotsachtige eilanden, scheren genoemd. In Zweden vind je deze voornamelijk aan de westkust bij de provincie Bohüslan en in het oosten vanaf Stockholm tot in de Oostzee. Daar liggen duizenden kleine eilandjes, bewoond en onbewoond, die je alleen maar via het water kunt bereiken.

Juni – Haring
In Nederland zijn we er dol op, maar de Zweden doen aan haring eten 2.0. Als in juni de nieuwe haring gevangen is, wordt deze gemarineerd in allerlei sausjes. Denk aan mosterd, dille en rode bieten. Met feestdagen eet je het dan op een sneetje roggebrood. En dan is er nog ‘surströmming’; gefermenteerde haring. Wereldwijd bekend als één van de smerigste gerechten. Er wordt aangeraden om het blik met de vis buiten te openen omdat de doordringende lucht anders nog maanden in je huis blijft hangen…

Augustus – Paardje uit Dalarna
Ik denk dat iedereen die wel eens in Zweden is geweest dit paardje herkent: de Dalahäst. Häst is het Zweedse woord voor paard en Dala wil zeggen dat het uit de streek Dalarna (in het westen/midden van het land) komt. Daar maakten, aan het eind van de middeleeuwen, de boerenvaders houten speelgoedpaardjes voor hun kindertjes. Andere kindertjes wilden de paardjes ook hebben en zo groeide het eerst tot ruilmiddel en later uit tot symbool van Dalarna en heel Zweden.

Oktober – Zweeds design & Abba
Alles, ok bijna alles, ziet er mooi uit in Zweden. Zo ongeveer elk restaurant of broodjeszaak ziet er uit alsof het uit een woontijdschrift komt. De beste design klassiekers komen wat mij betreft dan ook uit Zweden (en Denemarken). Wat denk je van deze stoel, ontworpen door Yngve Ekström in de jaren zestig? Of van die toffe lamp van Poul Henningsen? En zo’n retro interieur is natuurlijk niet compleet zonder een beetje Abba op de radio.

December – Tomtes
Een tomte (of nisse) is soort van Scandinavische kabouter-elf, volgens folklore de ziel van de eerste bewoner van de boerderij. Ze zijn maximaal 90 cm hoog, de mannetjes hebben een lange witte baard en dragen een rode (punt) muts. Met kerst komen er speciale juletomtes, waarvoor er wat lekkers in de kerstboom of bij de schoorsteenmantel wordt gehangen.

Hoewel ik met pijn in mijn hart onze tomtes weer bij de kerstspullen heb opgeborgen, vind ik het nu wel fijn dat het nog bijna een heel jaar duurt totdat het weer kerst. Het gerucht gaat namelijk dat we deze zomer weer naar Zweden op vakantie gaan. Ik kan niet wachten 🙂

In de webshop staan nog een paar kalenders, mocht je em nog niet aan de muur hebben hangen en dat wel graag willen.

Gepost op

Zweedsheid aan de muur – deel 1

Gelukkig 2020!

Zo… De oliebollen zijn op, de dennennaalden liggen op de grond en de kerstkilo’s zitten er aan. De feestelijkheden zijn voorbij en 2020 staat te trappelen om zich voor ons uit te rollen. Ben benieuwd wat het voor ons in petto heeft.

Een nieuw decennium, een nieuw jaar, een nieuwe maand en dus ook een nieuwe kalender. Het thema dit jaar is Zweden. Het tekenen ervan was een reis die gek genoeg begon in Denemarken en die loopt van de taiga in Lapland naar bruisend Stockholm en die via koffie met wat lekkers naar haring gaat. Achter elke plaat zit een verhaal, dat ik je graag vertel. Deze week de oneven maanden, volgende week de rest. Wil je alle plaatjes zien? En in het echt bewonderen? Kijk dan hier!

Januari – Rendier op de taiga
In het noorden van Zweden vind je uitgestrekte naaldbossen, de taiga genaamd. Het woord komt uit het Russisch en betekent ‘naaldwoud’. Maar liefst 80% van de bomen bestaat uit dennen, zilversparren en lariksen. Er zijn niet veel zoogdieren die de strenge winters hier aan kunnen, maar het rendier is één van. Zowel de heren als de dames hebben een gewei. Op de kalender zie je een vrouwtje, dat even een ommetje maakt om te ontsnappen aan de drukte van de grote kudde waar ze deel van uit maakt.

Maart – Fika!
Elke dag, in de ochtend en de middag, leggen de Zweden massaal het werk neer om samen te genieten van een goede kop koffie en wat lekkers on-the-side; tijd voor Fika! Het is een sociaal fenomeen, want het is meer dan alleen koffie drinken. Het tijd maken voor en aandacht geven aan collega’s, vrienden en familie staat voorop. Maar dan wel onder het genot van kaneelbroodjes en kladdkaka (Google maar ;).

Mei – Rood huisje met tuin
Hier wil ik wel wonen. Met binnen veel wit en veel licht, er om heen een mooie groene tuin en een bos erachter. De buitenkant van het huis is van dat typische rood, Falurood genaamd. Bij het plaatsje Falun ligt een kopermijn en al sinds de 16e eeuw wordt er verf gemaakt van het pigment uit de mijn. Deze verf heeft een conserverende werking op het hout van de huizen en het ziet er stiekem ook een beetje uit als baksteen. Win-win!

Juli – Allemänsrätten
Een belangrijk onderdeel van de Zweedse manier van leven is allemänsrätten, allemansrecht. Iedereen is vrij om overal van de natuur en alles wat daarbij hoort te genieten. Je mag wildplukken, wildkamperen en wildzwemmen (of gewoon zwemmen) waar je maar wilt. Ook als dit land van iemand is. Natuurlijk moet je het dan wel even vragen of het ok als je je tent opzet, want je hebt in dat geval wel toestemming nodig. Maar zolang je de natuur niet verstoord en geen afval achterlaat, mag je gaan en staan waar je voeten je brengen.

September – Stockholm
Tja Stockholm… Als je er een keer bent geweest, wil je er sowieso een tweede keer naar toe. En een derde.. En vooruit – zelfs een vierde. De stad is gebouwd op veertien eilanden en dat betekent dat er veel water is! Ideaal voor een rondvaart en het maakt ook dat het weids en ruimtelijk aanvoelt. Niet alsof je in een echt grote stad bent. Twee hoogtepunten: het Vasa museum – een museum om een boot die zonk tijdens de eerste reis amper 1,5 km uit de haven. En Gamla Stan, het middeleeuwse stadshart met smalle straatjes en leuke winkeltjes. O en neem vooral de metro, sommige stations zijn ware kunstwerken.

November – Poolnacht
Deze illustratie maakte ik al een paar jaar geleden. Een beetje afgeleid van de film Brother bear en van het spel Never Alone. Beiden spelen zich af in Noord Amerika, maar animisme en voorouderverering spelen ook een rol in de traditionele cultuur van de Samen, de oorspronkelijke bewoners van Lapland. Zij geloven dat alle wezenlijke objecten, zoals dieren, planten en stenen, een ziel hebben. De relatie met de dieren die ze ‘gebruiken’, zoals rendieren en zeehonden is daardoor heel belangrijk, het vereren van dierengeesten hoort daar ook bij.

Over alle bovenstaande onderwerpen is nog zoveel meer te vertellen, maar voor nu zal ik het hierbij laten. Heb de kalender nog niet aan de muur hangen, bestel em dan snel hier! En ik hoop dat ik je zo alvast iets heb gegeven om over na te denken als je een pagina om slaat naar de volgende maand. Volgende week deel 2!

Gepost op

Shinrin-yoku en lekker het bos in!

Als dit net gepubliceerd is, vliegen er (waarschijnlijk) aan beide kanten auto’s langs ons heen. Het is ongetwijfeld een beetje stressvol, want we rijden achter een caravan en we willen invoegen op de linkerbaan van de Duitse snelweg. Maar ja, daar rijdt men nogal Duits…

Terwijl ik dit schrijf, kabbelt buiten de rivier de Ourthe, in de Belgische Ardennen, langzaam aan me voorbij. Aan de overkant van het water staan naaldbomen afgewisseld met lichtgroene loofbomen en ertussen steken met mos begroeide rotsblokken boven de varens uit. Af en toe dobbert er een eend voorbij of maakt een vis een plons.

Precies in het verschil van hoe deze twee situaties aanvoelen, ligt de oorsprong van het Japanse ‘shinrin-yoku’. Letterlijk vertaald als ‘forest bathing’ en wat vrijer vertaald als ‘bostherapie’, al klinkt dat laatste wel weer wat zwaar. Tijdens onze vakantie in de Ardennen las ik het boekje ‘The Joy of Forest bathing’ door Melanie Choukas-Bradley. Oorspronkelijk kocht ik het vanwege de mooie illustraties van Lieke van der Vorst, maar de inhoud blijkt ook nog eens heel tof!

Shinrin-yoku
In het begin van de jaren tachtig begon de Japanse Staatsbosbeheer met het promoten van shinrin-yoku, voor de gestreste en overwerkte mensen uit de grote steden. Hun leven speelde zich vooral af in gebouwen die hoger zijn dan de bomen en tussen machines die meer geluid maken dan watervallen, niet zo raar eigenlijk dat ze uit sync waren geraakt met de natuur en zichzelf.

De mensen werden gestimuleerd om het bos in te gaan; niet om zoveel mogelijk kilometers te hiken of om zo hoog mogelijk te klimmen, maar gewoon om er te zijn. Om te luisteren naar de wind die door de bomen suist en naar de vogeltjes die zingen. Om te voelen hoe de grond onder je voeten licht meebeweegt met je stappen , om te ruiken hoe het bos geurt na een regenbui en om te ontdekken hoeveel verschillende kleuren groen er wel niet zijn. Verspreid over Japan zijn er speciaal aangelegde forest bathing paden, waar je onder begeleiding van een gids het bos in gaat voor een tocht van een paar uur. Compleet met theeritueel en wat yoga on the side.

Verschillende onderzoeken hebben uitgewezen dat het bos in gaan je bloeddruk en cortisol-level (het welbekende stresshormoon) verlaagd, de variatie in je hartslag vergroot (dit is iets goeds) en je humeur verbetert. En het mooie is: je hoeft er helemaal niet voor naar Japan!

Doe-het-zelf
Ook in Europa bestaan er varianten op shinrin-yoku. In het Duits kennen we de term waldeinsamkeit, het gevoel dat ervaart als je alleen door de bossen zwerft. Uit het Noors komt friluftsliv, oftewel open lucht leven, de Scandinavische passie voor het buitenleven.

Om de kracht van de natuur en de helende werking van bomen zelf te benutten heb je niet veel nodig.

  1. Laat je telefoon thuis of zet deze op vliegtuigmodus.
  2. Ga naar eens stukje natuur – je ‘wild home’ met bomen waar je je fijn voelt.
  3. Adem diep in en uit. Voel je lichaam ontspannen.
  4. Focus op wat je er om je heen gebeurt en merk dat je deel uitmaakt van alles wat je ziet.
  5. Gebruik al je zintuigen.
  6. Als je wil kan je gaan zitten of liggen op de grond.
  7. Neem de tijd. Alles tussen de 20 minuten en 3 uur is goed.
  8. Bezoek je ‘wild home’ regelmatig.
  9. En tijdens alles seizoenen.

Dit lijstje heb ik afgeleid uit het bovengenoemde boekje The Joy of Forest bathing door Melanie Choukas-Bradley. Echt een aanrader als je meer wil lezen. Ook in Nederland groeit forest bathing aan populariteit; zo heeft Natascha Boudewijn de shinrin yoku academie opgezet in de Randstad.

Helaas is het niet gelukt om veel te wandelen in de prachtige, uitnodigende bossen van de Ardennen. Maar als de kleine meid straks is geboren, dan gaan we met ons drietjes op pad om ons onder te dompelen in al het fijns dat de natuur te bieden heeft.

Gepost op

Inspiratie: volkskunst

De laatste tijd laat ik me steeds vaker inspireren door folklore. Nou was ik al fan van folk muziek en hou ik enorm van de oude culturele tradities rondom bijvoorbeeld de seizoenen, maar sinds een paar weken kijk ik ook naar volkskunst voor tekeninspiratie. Pinterest staat vol met de prachtigste bloemenprinten. Hoogste tijd voor een beetje verdieping.

Volkskunst is volgens Wikipedia “kunst door gewone mensen, bedoeld voor een kleinere groep en zonder grote artistieke pretenties.” Dus niet om in een museum te eindigen en niet om voor veel geld geveild te worden in een chique veilinghuis. Het gaat bij volkskunst ook niet om schilderijen, maar om gebruiksvoorwerpen als servies, meubels en kleding. Gewone objecten voorzien van prachtige en vaak technisch ingewikkelde patronen. Beschilderd met een penseel, bestempeld met stippen of ingelegd met hout. Dit maakt dat het wel een ambacht is, die oefening en opleiding vereist.

Elke streek in Europa heeft een eigen stijl als het op volkskunst aan komt. In Rusland ontstond in de zeventiende eeuw chochloma. Kenmerkend voor chochloma zijn goud- en roodkleurige ornamenten op een zwarte, soms rode achtergrond, met accenten in groen en geel. Populaire motieven zijn bessen (meestal lijsterbessen en aardbeien), bloemen en plantenbladeren.

Uit Polen komt wycinanki, papierknipkunst. Traditioneel gebruikt door boeren om hun huizen te versieren met scenes uit het dagelijks leven, zoals bruiloften en feestdagen. En met Pasen werden bijvoorbeeld de eieren rijkelijk versierd met hanen en bloemen van papier.

Op het Noorse platteland is Rosemåling, bloemen schilderen, ontstaan in de tweede helft van de 18e eeuw, toen de Barok haar intrede deed in het Noorse stedelijke gebied. Rosemåling is een decoratieve schilderkunst met gestileerde bloemversieringen, overwegend primaire en secundaire kleuren. Ook in Zweden vond het navolging.

Maar ook in Nederland kunnen we er wat van! Denk aan het Staphorster stipwerk, waarbij stipjes verf met stempels op de stof worden gedrukt. Of aan het Hinderlooper schilderwerk, wereldwijd beroemd. Krullen, bloemen en bladeren in de kleuren rood, blauw, wit en groen, werden in Hindeloopen verwerkt tot een aparte stijl.

En dit is dan nog maar een klein stukje van Europa. De Aboriginals in Australië, de Indianen in Noord Amerika, de Japanse prentkunst, wajangpoppen uit Indonesië en zo kan ik nog wel even doorgaan. Allemaal voorbeelden van volken die met eigengemaakte kunst hun wereld mooier maakten.

Van al dat onderzoek doen heb ik helemaal zin om aan de slag te gaan, dus dat ga ik dan ook maar doen. Deze kaart heb ik woensdag getekend en dat smaakte naar meer. Fijn weekend!

PS De kaart vind je in de webshop.

 

 

Gepost op

Een dagje uit spelen

Twee weken geleden vertrok ik met de trein voor dag en dauw naar Den Haag, waar ik mooi op tijd aanbelde bij het atelier van Marenthe Otten. Bij wie hoor ik u denken? Marenthe is illustrator van heel veel moois voor onder andere de Flow, kinderboeken en buitenlandse opdrachtgevers. Maar ook winnaar van de European Design Awards en van andere prestigieuze internationale prijzen in de VS en Japan. Bij Marenthe Otten dus.

Zij richtte ook de The Art Beat Club op; een business school en academie voor creativiteit ineen. En sinds 1 maart hoor ik bij de club YAY. Ik volgde The Mojo Masterclass Paris en mocht zo een hele dag bezig zijn met wat ik het liefste doe: tekenen!

Naar Parijs!
We waren met ons vijven. Allemaal vrouwen met een uiteenlopende achtergronden, maar met de gezamenlijke wens om creatief uitgedaagd te worden. We begonnen lekker met een kopje thee en – geheel in Franse stijl – Madeleines. Daarna werden we door Marenthe meegenomen naar Parijs. De trap af, de deur door en ineens stond ik voor de Eiffeltoren. Na een wandelingetje door van die leuke, smalle straatjes ging ik op een bankje zitten in de Tuin van de Tuilerieën. De zon scheen, om me heen hopten vogeltjes. Er liepen een paar zeer Frans uitziende mensen rond met baretten, blauw-wit gestreepte shirts en sjaaltjes. En teckels. Op de een of andere manier vind ik dat heel Franse hondjes. Zeker als ze een baretje dragen. Helaas was het snel tijd om te gaan en binnen no time was ik weer terug op mijn stoel in Den Haag. We mochten aan de slag met Art Nouveau.

Marenthe had voor ons een mooie verzameling boeken neergelegd over deze kunststroming uit het fin de siècle en het begin van de 20e eeuw. Kunstenaars lieten zich toen inspireren door de gracieusheid van de natuur, met bloemmotieven, vogels, insecten en slanke vrouwen.

We mochten natekenen en onze eigen compositie maken met elementen uit deze stijlperiode. Het voelde echt wonderlijk bevrijdend om te tekenen zonder vooropgezet plan, zonder na te denken over het eindresultaat en zonder stil te staan bij of het ‘verkoopbaar’ zou zijn. Gewoon tekenen om te tekenen.

Met verf
Na de lunch, bij een art nouveau-achtig restaurant waar ik heel Frans een croque monsieur at, gingen we aan de slag met het maken van een kalenderpagina in bovengenoemde stijl van onze geboortemaand. Ik ben geboren in januari en op mijn kalenderpagina staan sneeuwklokjes en helleborussen. Eerst een schets met potlood en aansluitend voor het echie verven met Acrlya Gouache van het Japanse merk Holbein. Dat was fijn!

Het was een heerlijke dag die mij vooral liet stil staan bij je dat niet alleen maar moet tekenen voor opdrachten en nieuwe producten; je moet ook oefenen en uitproberen en soms ook gewoon wat aanrommelen met materialen en technieken. Daar komen de leukste dingen en nieuwe ideeën uit voort.

Inmiddels heb ik een doos Acryla Gouache besteld die hier nu op mijn bureau staat de shinen. Het is nu natuurlijk de kunst om, het liefst dagelijks, tijd te maken om te spelen zonder de druk om te presteren… Dat valt niet mee, maar ik doe mijn best (:

Gepost op

Koekenbakker

Vandaag even geen verhaaltje over ondernemerschap, illustraties of andere echt Studio Kvinna gerelateerde content. Ik zit nu midden in mijn vier weken ‘vakantie’ van Concordia. En deze weken zijn er voornamelijk op gericht om Studio Kvinna naar een hoger plan tillen. Heel het internet pluis ik uit op zoek naar toffe illustratoren, naar manieren om m’n portfolio leuk vorm te geven en naar hoe ik toch nieuwe mensen naar mijn webshop kan lokken. Hoogste tijd voor een kleine pauze.

Want, en het is hier al eerder voorbijgekomen, ik ben fan van bakken. Zout of zoet, mij maakt het niet uit. Geef mij roomboter, suiker en bloem, ik ben blij. Liever wat hartigs? Met wat aubergines, tomatensaus en kaas draai ik een fijne groentelasagne voor je in elkaar. Heerlijk!

Wat hier nou zo fijn aan is, vind ik lastig uit te leggen. Misschien is het het gewoonweg opvolgen van een recept (zelf bedenken is niet mijn ding, moet al zo veel zelf nadenken) of de zekerheid dat je iets lekkers krijgt als je alle stappen volgt. En door dit hele proces, krijg ik vaak nieuwe energie en ideeën om met mijn bedrijf te doen. Want je moet je hoofd er wel bij houden, voordat je het weet komt er te veel zout in de cake of is de temperatuur in de oven hoog en is alle inspanning voor niets…

Het is eigenlijk een soort magie; je doet gewone dingen als suiker, roomboter (altijd roomboter gebruiken), eieren en bloem in verschillende verhoudingen bij elkaar, stopt het in cakeblik, springvorm of gewoon los op de bakplaat, wacht een x-aantal minuten en tring! Er staat iets lekkers voor je klaar. De ingrediënten kan je aanvullen met fruit of nootjes, cacao en melk of vervangen door zonnebloemolie, boekwietmeel, haver of honing en er ontstaan nog veel meer mogelijkheden. Het leuke is ook, je kan er eindeloos mee doorgaan.

En het is niet alleen het zelf in de keuken bezig zijn. Ik kan ook uren kijken naar 24Kitchen, mits de desbetreffende tv-kok een beetje leuk is. Maar Britse chefs als Jamie Oliver en James Martin doen dat heel goed, ze koken lekkere gerechten, gaan op zoek naar lokale producten en maken af en toe een grapje.

Vanmiddag ben ik aan de slag geweest met de peperkoekjes van Yvette van Boven. Nou ze heeft weer niets te veel gezegd, man wat lekker! Graag zou ik dit recept met jullie delen, alleen weet ik even niet precies hoe dat zit met auteursrecht enzo. Maar ik kan natuurlijk wel het basisrecept voor zandkoekjes op papier zetten. Bij deze! En geniet ervan!