Gepost op

Hoera 4 jaar!

Afgelopen woensdag was het alweer vier jaar geleden dat ik bij de Kamer van Koophandel zat om Studio Kvinna in te schrijven. Wat is er veel gebeurd de afgelopen jaren. Ik stond op markten, maakte geboortekaartjes en logo’s in opdracht, illustreerde van alles voor twee kinderexposities en ik tekende lekker veel prints, posters en kaartjes. En wat mij betreft ga ik daar de komende jaren gewoon mee door. Bedankt voor je support. Zonder jullie zou het een stuk minder leuk zijn 🙂

Traktatie
Om te vieren dat ik al vier jaar (deels) mijn eigen baasje ben, heb ik een groot stuk taart gegeten. Heel toevallig bij een Zweeds koffietentje in Utrecht. Maar omdat een stukje taart door de brievenbus meestal niet zo goed werkt krijgt iedereen tot en met zondag een ander leuk cadeautje bij zijn of haar bestelling. En alsof dat nog niet genoeg is, hoef je ook geen verzendkosten te betalen. Gebruik hiervoor de code HOERA4JAAR bij het uitchecken en kies voor de optie gratis verzenden.

Zelf maken
Het liefst had ik het taartje voor deze gelegenheid zelf gemaakt, want meestal houd ik erg van bakken. Meestal. Vooral als het niet aan tijd gebonden is en alle ingrediënten gewoon netjes bij één supermarkt te verkrijgen zijn. Want hoe vaak ik wel niet van de Appie naar de Aldi naar de Jumbo ben gegaan voor een zakje dit of dat… Soms dan ook nog weer een keer terug naar de Appie omdat ze daar dan toch het beste alternatief hebben. En mensen die wel eens een feestje bij ons hebben gehad kunnen zich mijn verhitte hoofd hangend voor de oven vast wel voor de geest halen.

Maar hoe bijzonder is het wat je al niet kan maken van simpele dingen als boter, suiker, eieren en bloem? Cake, boterkoek, taartbodems, koekjes bedenk het maar. Voeg daar bijvoorbeeld cacao, water, melk of wat fruit (of groente) aan toe en je hebt scones, brownies, appelflappen, worteltaart… In de boekenkast staat een hele rits koekboeken. Vooral dol ben ik de recepten van Jamie en Yvette (ik maak zo vaak iets uit hun repertoire dat ik ze bij hun voornaam mag noemen).

Lekker klaaien
Naast dat ik bakken dus heel wonderlijk vind is het voor mij ook heel ontspannend en misschien zelfs wel inspirerend. Soms als ik even vast zit (en een rondje wandelen niet helpt of niet kan omdat het bijvoorbeeld katten en honden regent), ga ik graag in de keuken aan de slag. Schort om, weegschaal erbij en lekker een beslag of deegje in elkaar klaaien. Vaak staat er dan na afloop wat lekkers op het aanrecht en kan ik weer verder met mijn werk. Vandaag nog: ik had wist niet zo goed waar mijn blog deze week over moest gaan, dus ging ik boterkoek maken. Nu staat deze beneden af te koelen én ben ik erover aan het schrijven.

Enige nadeel is dat je het dan ook allemaal zelf mag gaan opeten… Maar goed, er zijn ergere dingen :p

 

 

 

Gepost op

Kalender met leestips

Ja, hij is af! De kalender voor 2019 met elke maand een leestip in de vorm van een illustratie. Twaalf boeken, twaalf verhalen, twaalf schrijvers. Het enige wat deze twaalf echt gemeen hebben is dat de dames en heren in kwestie langer dan zeventig jaar geleden hun laatste adem hebben uitgeblazen. Dit macabere detail heeft alles te maken met auteursrecht, waar ik je nu niet (waarschijnlijk nooit) mee zal vermoeien.

Er zitten heel wat uurtjes aan Wikipedia in deze kalender. Maar hoe leuk is het ook om de literatuurgeschiedenis in te duiken? Ik weet niet meer precies hoe ik daar op de middelbare school over dacht, maar de afgelopen maanden heb ik me hier uitstekend mee vermaakt.


Geen Nederlandse literatuur
Toen ik al een maand of zes getekend had, bleek daar nog geen enkele Nederlandse auteur tussen te zitten. En nu de kalender klaar en gedrukt is, is dat nog steeds het geval. Ik ben zeker geen literatuur expert, maar geen van de Nederlandse boeken die ik tegen kwam, bood mij genoeg inspiratie voor een goede* tekening.

Neem nou Max Havelaar van Multatuli, één van de belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuur. Het boek is een aanklacht tegen het misbruik van het zogeheten cultuurstelsel in Nederlands-Indië; hoe meer geld een stukje land opbracht voor Nederland, hoe meer de inlandse vorst ervoor kreeg. Dit leidde tot flinke uitbuiting van de inheemse bevolking die het land moest bewerken. De Nederlandse ambtenaren in Nederlandse-Indië grepen hierbij nauwelijks in, tot groot ongenoegen dus van Multatuli. Hij schreef het boek in nog geen zes weken tijd en creëerde ermee het bewustzijn bij de Nederlandse bevolking (in Nederland) dat de weelde die zij genoten werd verkregen over de gepijnigde ruggen van mensen aan de andere kant van de wereld.

Dan kan je wel leuk een jungle tekenen, met orang oetans en koffieplanten, maar daarmee doe je volgens mij het boek onrecht aan. En zo waren er nog meer boeken waarbij je met een illustratie het verhaal tekort doet.

Dracula getekend door de briljante illustrator Edward Gorey.

Duister randje
Met mijn illustraties wil ik graag mensen een glimlach geven, dat betekende voor de kalender dat een aantal persoonlijk favorieten afvielen. Veel verhalen uit de Victoriaanse tijd zijn prachtig, maar hebben een duister randje. Denk hierbij aan Mary Shelley’s Frankenstein, het hele repertoire van Oscar Wilde en Dracula van Bram Stoker. Niet perse gezellig zo’n monster in de keuken.

Soms vond ik boeken te voor de hand liggend of niet kenmerkend genoeg, zoals Sherlock Holmes van Sir Edward Conan Doyle en de verhalen van Jane Austen.

Maar welke boeken hebben het dan wel gehaald? Dat zie je hier. En alvast een voornemen voor 2019; aan het begin van de maand zal ik in mijn blog het boek van de illustratie ‘bespreken’. Daarbij ga ik proberen er ook zo veel mogelijk te lezen (of de film ervan te kijken). Wie doet er mee?

* Waarbij je uit het plaatje kan opmaken om welk boek het gaat.

Gepost op

Over herfst en witte wieven

Het ligt er waarschijnlijk aan op welk moment in het jaar de vraag ‘Wat is je favoriete seizoen’ gesteld wordt, maar nu is mijn antwoord herfst. Dat het zonnetje af en toe nog z’n best doet, dat de bomen rood kleuren en het vooruitzicht naar kerst.

Vannacht, zondag 23 september om 3:54 uur, begon de astronomische herfst. Want precies op dat moment passeerde de zon de evenaar, de zogeheten herfstequinox. Dag en nacht zijn even lang, en bijna iedereen die op het noordelijk halfrond woont weet wel zo’n beetje wat we de aankomende maanden kunnen verwachten. Het wordt kouder, natter en donker. Hoewel ik vorige week nog aan het idee moest wennen, ben ik nu helemaal om (zit zelfs al met een sjaal om dit stukje tekst te typen). De berken waar ik van achter mijn computer op uit kijk beginnen de eerste najaars-symptomen al te vertonen, ja van mij mag de herfst wel aan gaan. D’r liggen al kalebassen bij de voordeur en bij het idee van wild gekleurde bomen en pompoensoep word ik blij.

Van deze afbeelding is een kaart beschikbaar, je vindt em hier.

Waar ik ook erg naar uit kijk, en waar je naar mijn idee het best van kan genieten in Engeland of Oostenrijk ofzo, zijn de ochtenden. Dat het koud is, maar nog net niet vriest en dat er van die flarden witte mist over de weilanden en de weg drijven. De witte wieven…

Witte wieven komen, als je de sagen mag geloven, vooral in het oosten van Nederland voor. Zoals de naam doet vermoeden zijn het dames (wieven) gekleed in wit. Volgens de overlevering wonen ze in grafheuvels en moerassen en dansen ze door het bos en over de heide. Er bestaan verschillende geschiedenissen en naamsverklaringen, zo zou ‘wit wief’ een verbastering zijn van ‘wetend wijf’ oftewel waarzegster. Ze zouden mensen verleiden hen te volgen, met als resultaat dat deze personen voor altijd verdwijnen. Dit kan een kindvriendelijke versie zijn van witte wieven als aankondigers van de dood. En er is het verhaal van Herbert en Albert die bij wijze van test de rust van de witte wieven moeten verstoren om de hand van Johanna te ‘winnen’. Want het zijn geen kwaadaardige wezens, maar je moet ze wel te vriend houden…

Schilderij van de Zweedse kunstenaar August Malmström: Dancing fairies

Overal

Niet alleen in oost Nederland kan je ze tegen het lijf lopen. Over heel het Indo-Germaanse cultuurgebied bestaan er vergelijkbare verhalen. In Ierland bijvoorbeeld wonen bashees, feeën die de dood aankondigen, en in Engeland, Duitsland en Frankrijk vind je respectievelijk White women, Weisse Frauen en Dames Blanches (dat doet je toch ineens heel anders over dat toetje denken). Ook worden ‘onze’ witte wieven in verband gebracht de volva uit onder andere de Noordse mythologie. Daar zijn het echter geen spookachtige verschijningen, maar vrouwen van vlees en bloed die tot in de Middeleeuwen sjamanistische zieneressen waren. Ze zong liederen, sprak bezweringen uit en kon het verleden verklaren en de toekomst voorspellen. Totdat de katholieke kerk in beeld kwam en de jacht opende op deze zelfstandige krachtige vrouwen…

Vroeger met opa en oma ging ik op bezoek bij de Witte wieven in Zwiep nabij Lochem. Daar had bakker Postel een mini thema park gemaakt omtrent deze dames. Met uit hout gesneden witte wieven met voorspellende gaven (Als de steen nat is, dan regent het. Als de je steen niet ziet, dan is er mist) en hele lekkere pannenkoeken. Ik zag dat park onlangs weer geopend is door een andere uitbater en dat er zelfs nieuwe witte wieven bij gekomen zijn. Dat wordt een tripje naar Zwiep deze herfst :D.

Gepost op

Woops…

Woops… Het is ineens bijna herfst… Na maanden zomer en weken vakantie lijken de dingen weer normaal te worden. Al las ik dat het kwik vanaf aanstaande dinsdag weer boven de 25 graden zal komen. Andere jaren keek ik heel erg uit naar de tijd van korte dagen en langere avonden. Maar dit jaar moet ik er erg aan wennen. Een echte verklaring heb ik hier nog niet voor, maar misschien is het omdat het straks heel lang duurt voordat er weer blaadjes aan de bomen komen. Voordat de tuin weer vol zit met zoemende bijen en fladderende vlinders en voordat we weer echt op reis kunnen met ons rode kampeerbusje.

Onze ‘rooie’ in Zweden

Want ik mag dan niet geblogd hebben de afgelopen maanden, stilzitten is niets voor mij. In juni heb ik het grootste deel van mijn vrije tijd ondersteboven gehangen in de tuin, die nu vol staat met vaste planten die zich tooien met bloemen in alle kleuren van de regenboog (behalve blauw, ben niet zo’n fan van blauw). In juli heb ik ons toilet een make-over gegeven en zijn manlief en ik met de rode kampeerbus naar Denemarken en Zweden geweest, waar het minstens net zo warm was als in Nederland. De bus heeft zich super gehouden en bracht ons zonder morren door heel SmÃ¥land, maar daar schrijf ik binnenkort apart een blog over. In augustus moest ik weer aan het werk en had ik nog meer vakantie. Dit keer helaas niet op pad, maar wel veel getekend. Ik maakte een poster met reptielen & amfibieën en begon met de kalender voor 2019, welke ik zojuist (eindelijk) naar de drukker heb gestuurd.

De Reptielen & Amfibieën-poster

En nu is het dus bijna herfst. Tijd om nog te genieten van het laatste beetje zomer en van de eerste bokbiertjes, tijd om te kamperen met een muts op en tijd om aan de slag te gaan met kaarsen en de open haard, stoofpotjes en warme wijn. Om het weer hyggelig te maken. Als je het zo op een rijtje zet heb ik eigenlijk ook wel zin in. Winter is coming!

Gepost op

Plantenliefde III

Van deze illustratie staat een ansichtkaart in de webshop.

Plants are friends (de mijne althans) en ik kan echt niet vaak genoeg zeggen hoe blij ik ervan word. Terwijl ik dit schrijf zit ik in de tuin onder de overkapping en overal waar ik kijk staat wel iets te groeien of te bloeien. Het één is gekocht als plant, het ander als zaadje en weer een ander heeft er zelf voor gekozen om hier in de tuin te komen. En ook in huis kunnen er naar mijn idee niet genoeg planten staan.

Ik doe mijn best om alles in leven te houden, maar zo af en toe komt het voor dat iets het niet red. Vandaag heb ik mijn tweede ‘hemionitis arifolia’ oftewel hartjesvaren gekocht; de eerste is onder mysterieuze omstandigheden aan zijn einde gekomen. Ik zou hiervoor graag onze kat Charlie de schuld geven, maar ik denk ie van mij iets te veel water heeft gehad.

Charlie is overigens wel verantwoordelijk voor het structureel kort houden van de papyrusplant. Deze staat in de vensterbank van de keuken, en hoewel het beest natuurlijk niet op het aanrecht mag, blijkt ie zich daar als wij niet thuis zijn weinig van aan te trekken.

In de tuin heeft de kamille zelfstandig een nieuwe plek gevonden. Hij is mooi hoog geworden en barst van de wit met gele bloemen. Misschien maar eens kijken hoe je daar kamillethee van kan maken. Zo moeilijk zal het vast niet zijn.

En overal komt nu oost Indische kers naar boven. Dit heeft zichzelf aardig door de tuin verspreid vorig jaar, dus dat worden weer een hele hoop gezellige oranje bloemen binnenkort.

Moestuin
Ook de moestuin is inmiddels ‘aan’ gegaan. De eerste aardbeien zijn gered van de merels, die likkebaardend op de schutting zaten toe te kijken hoe al dat lekkers voor hun neus weg werd gehaald. Ach ja, de volgende keer zijn zij er weer eerder bij. De peultjes beginnen al daadwerkelijk op peultjes te lijken en voor het eerst dit jaar heb ik mais gezaaid. Twee soorten, popcorn en suikermais, ben heel benieuwd hoe dat gaat.

Ik vond het wat deprimerend worden dat de tuin na de oogst zo leeg werd, dus op de plek waar vorig jaar onder andere de tomaten stonden, staan nu wat vaste planten. De tomaten lijken zich daar alleen weinig van aan te trekken, want gister ontdekte ik twee flinke tomatenplanten tussen wat witte en gele bloemen. Nu nog even bedenken of ze daar mogen blijven…

Volgens mij kan ik nog wel een eind verder schrijven over planten en bloemen (Heb ik al verteld over de zonnebloemen die uit het vogelvoer van afgelopen winter zijn gekomen?) Maar goed, zo blijft er genoeg inspiratie over voor een Plantenliefde IV, V en VI.

Gepost op

Bye bye Bunny

In 2012 ben ik samen met vriendinnetje Sara begonnen met Le lapin blanc oftewel Het witte konijn. Deze naam komt van het verhaal Alice in Wonderland, waarin Alice een wit konijntje volgt door een gat in de grond en zo terecht komt in Wonderland. Een bijzondere wereld waarin niets is wat het lijkt. En zo was het ook een beetje met ons witte konijn. Van sjaaltjes maakten we kussens, van tafelkleden tassen en theekopjes vulden we met kaarsvet en een lont. Oude lederen tasjes gaven we een nieuw hengsel, poppenhuistheepotjes werden sieraden en we haakten ons een slag in de rondte.

We stonden ermee op markten, runden een Etsy-shop en we hadden een heuse webshop die een vriend van me in elkaar had geklust (voor een kratje bier). Op al die markten waar we stonden, zagen we dat veel mensen ansichtkaartjes verkochten. Geïnspireerd gingen we aan de slag en zo ontstond de eerste kaartjes collectie (waarvan een aantal ontwerpen nog steeds via Studio Kvinna te koop is).

Met de tijd merkte ik dat ik het tekenen wel erg leuk vond en ontdekte ik dat je met foto’s ook allerlei toffe dingen kan maken. Het handwerken vond (en vind) ik nog steeds heel leuk maar het is behoorlijk arbeidsintensief. En soms was het even slikken om te horen dat iemand het te duur vond, omdat ze ‘het zelf ook wel konden maken’. Zeker in Twente, van oudsher de textielregio met hard werkende mensen, hoorden we dat regelmatig. Terwijl de getekende ansichtkaarten en laten ook posters het goed deden, zélfs hier in het oosten van het land.

Vriendinnetje Sara vond het na een paar jaar toch prettiger om haar gemaakte spulletjes cadeau te geven in plaats van ze te verkopen en ik neigde er meer en meer naar om de hele kraam te vullen met getekende kaarten, posters en mokken. Dus we gingen uit elkaar en Studio Kvinna werd geboren.

Op de achtergrond bleef het witte konijntje rondhopsen. De Etsy-shop en website bleven online, af en toe werd er zelfs wat verkocht (alle voorraad was er immers nog). Maar afgelopen winter tijdens een grote opruimronde verdwenen er al wat spullen richting kringloop en het aantal bezoekers op de website nam af. En ergens begon een stemmetje te fluisteren dat het misschien, heel misschien, wel tijd is om afscheid te nemen van de pluizebol.

Inmiddels is de kogel door kerk en de knoop doorgehakt en zo. Op 12 juni 2018 gaat de website definitief offline en gaat de Etsy-shop dicht. Tijd voor iets nieuws. Want het blijft kriebelen om achter de naaimachine plaats te nemen om van een lapje stof iets tofs te maken of van een simpel bolletje wol een kussen te haken 😀 Bye bye bunny en wordt vervolgd!

PS. De website www.lelapinblanc.nl is nog online, maar ik blijk niets meer aan te kunnen passen. Mocht je interesse hebben in iets wat je daar in de shop ziet, stuur dan even een mailtje en dan kijk ik of ik het artikel nog heb. Thanks!

Gepost op

Lang leve de koning

Hoera! Hoera! Hoera! Morgen vieren we Koningsdag. Onze vorst mag dan 51 kaarsjes uitblazen en het hele land mag er van mee genieten. Eerst lekker met een oranje tompouce voor de tv en later (hopelijk is het droog en niet te koud) met een drankje in de stad.

Koningsdag is één van de weinige feestdagen die echt alleen van Nederland is. Tot ergens in de 19e eeuw vierden we op 18 juni Waterloo-dag, ter herinnering aan het einde van de Franse bezetting in 1815. In alle kerken moest op die datum een uur worden stilgestaan bij de slag, waarna er allerlei activiteiten georganiseerd werden. Toen de herinnering aan de veldslag vervaagde ging de dag uiteindelijk ongemerkt voorbij.

Op 31 augustus 1885, op de vijfde verjaardag van prinses Wilhelmina, werd de eerste ‘Prinsessedag’ georganiseerd. Dit nobele initiatief kwam van de heer Gerlach, de hoofdredacteur van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (iedere horeca-ondernemer in een binnenstad zou deze meneer Gerlach op z’n blote knietjes moeten bedanken voor dit inmiddels bijna twee dagen durende feest). Zijn doel was ‘de nationale eenheid te benadrukken’.

De nieuwe traditie begon in Utrecht en waaierde langzaam maar zeker over naar de rest van het land. Toen in november 1890 Wilhelmina’s vader Willem III overleed, werd in 1891 voor het eerst Koninginnedag gevierd. Een feestdag die vooral voor kinderen was.

In 1948 volgde Juliana haar moeder Wilhelmina op. Daarmee veranderde de datum van Koninginnedag van 31 augustus naar 30 april, Juliana’s verjaardag. Juliana was de eerste vorstin die ook echt lijfelijk aanwezig was bij de viering. Ze kreeg een bloemenhulde op Paleis Soestdijk, waarbij vele Nederlanders in een kilometerslange optocht langs het bordes met Juliana en haar familie liepen en haar geschenken en bloemen gaven: het zogeheten defilé. Na een gezamenlijk Wilhelmus, was het tijd voor de traditionele kinderspelen, zoals zaklopen en koekhappen. Meer en meer mensen kregen een vrije dag, zodat het uit kon groeien tot de nationale feestdag die het nu is.

Toen in 1980 Beatrix koningin werd, koos zij ervoor om Koninginnedag op 30 april te blijven vieren. Haar eigen verjaardag is op 31 januari, niet persé de meest geschikte dag om een groot buitenevenement te plannen. Vanaf 1981 bezocht ze, met het liefst een zo groot mogelijk deel van de koninklijke familie, één of twee plaatsen in Nederland. Die haalden dan alles uit de kast om goed voor de dag te komen. En zo is het eigenlijk nog steeds. Alleen dan op 27 april, want dan is onze Willem jarig.

Morgen is Groningen aan de beurt. Altijd weer leuk om te zien hoe de prinsesjes zich soms zichtbaar vervelen, hoe de grote prinsessen zich op hoge hakken over de kinderkopjes bewegen, hoe Maxima soms moeite moet doen om haar hand terug te krijgen en hoe WimLex met volle teugen van alles geniet. Ik hoop dat we deze traditie nog lang mogen volhouden. Gefeliciteerd beste koning en geniet ervan morgen.

Gepost op

Als ik later groot ben

Als ik later groot ben dan word ik… Prinses! Brandweerman! Dokter! Kan me niet herinneren dat ik ooit één van deze dingen genoemd hebt. Ik denk dat mijn wannabe-carrière begon met schilderes. Opgevolgd door schrijfster. Eigenlijk al zo lang ik weet hoe je met letters woorden en zinnen moet maken, schrijf ik verhaaltjes en andere teksten. Dat begon met het sprookje over Duimeliesje (niet te verwarren met Duimelijntje van H.C. Andersen) die samen met haar libelle Ria in een roze roos woont. Er staat helaas geen jaartal in het schriftje waarin ik dit geschreven heb, maar laten we zeggen dat de wereld van d’s en t’s nog onbekend terrein was.

Na Duimeliesje en een hoop andere personages kwam in 1995, het deels op waarheid gebaseerde verhaal, Pien. In die meivakantie had ik met mijn zusje en een vriendinnetje een meerkoetkuiken gevonden, wat resulteerde in een bijna veertig kantjes met de hand geschreven ‘boek’ over het kuiken dat we Pien hadden genoemd. Ook schreef ik in die tijd veel gedichtjes, enerzijds met duidelijke rijm maar anderzijds ook gebruikmakend van…dichterlijke vrijheid.

Aan het begin van de middelbare school draaide mijn carrièrewens richting turninstructeur bij een vereniging. Ik heb even overwogen om naar de ALO te gaan, maar aangezien je dan alle sporten leert lesgeven en dus ook zelf aan de slag moet met bal- en andere teamsporten heb ik dat maar niet gedaan. Mensen die mij ooit tegen een bal hebben zien schoppen weten wel waarom. Uiteindelijk ook de cursus tot instructeur niet gedaan, maar daarvoor weet ik de reden even niet.

Misschien wel omdat ik journalist wilde worden. Toen we allebei de vierde moesten over doen, heb ik veel tijd besteed aan de schoolkrant. Met een enthousiast clubje misfits schreven, knipten en plakten we het maximale aantal pagina’s vol dat de nietmachine van het stencilapparaat aan kon. De inhoud van deze schrijfsels varieerde van do’s and don’ts in de liefde tot graffiti en het dertiende sterrenbeeld slangendrager; artikelen waar (vaak) echt wat research voor gedaan is. Vraag me ineens wel af hoe we dat deden, zo zonder Wikipedia…

In 2002 mocht ik eindelijk naar de School voor Journalistiek in Zwolle, om er een jaar later weer mee te stoppen. We kregen vakken als geschiedenis, economie en (een variant op) maatschappijleer, vakken waarvan ik eigenlijk blij was dat ik ze op de Havo had afgesloten. Via de Kunstacademie ben ik uiteindelijk Communicatie gaan studeren, onder andere omdat daar ook weer een stuk schrijven bij komt kijken.

Achteraf gezien is de journalistiek niets voor mij. Als journalist kan je maar beperkt je eigen draai geven aan een tekst, moet je je mening voor je houden en mag je niet spelen met woorden. Terwijl dat de dingen zijn die ik juist zo graag doe. Want nog steeds vind ik het heel fijn om te schrijven en doe ik graag research naar een onderwerp om er een leuk stukje van te maken. Gelukkig kan ik hier lekker los 🙂

 

Gepost op

Vrolijke Paashaas

Hiep hoi het is lente! En nog Pasen ook! Tijd voor een gezellig feestje (twee zelfs dit jaar) met familie, allerlei lekkers, eieren in de hoofdrol en de Paashaas on the side. Gister al begonnen met een advocaat taart en daar komen nog doperwtjessoep, brownies met witte én pure chocola, pannenkoekjes met zalm en scones bij. Het begint al bijna kerstachtige proporties aan te nemen…

Eigenlijk vind ik Pasen een beetje een ondergewaardeerd feest; volgens de katholieke kerk is het zelfs het belangrijkste feest van het jaar! Nou wil ik niet zo ver gaan, en ook niet om dezelfde redenen als bovengenoemde kerk, maar ik vind het wel heel fijn dat je al bijna zonder jas met de auto naar de supermarkt kan en dat er weer blaadjes aan de bomen komen. Dat binnenkort de bloesems je weer tegemoet waaien en dat de planten in achtertuin stiekem toch niet massaal overleden blijken te zijn.

Pasen vindt haar oorsprong dan ook bij allerlei lentefeesten, die werden gevierd van de Romeinen tot de Germanen en door zowel de Babyloniërs als de Kelten; opgedragen aan de nieuwe geboorte. Waarmee het cirkeltje weer rond is met de wederopstanding van Christus.

Vorig jaar schreef ik in mijn blog over eieren; dat boeren bijvoorbeeld eierschillen mengden door het te zaaien zaad voor vruchtbaarheid en een goede oogst. Ook het zoeken naar eieren heeft een magische oorsprong, het zou de levenskracht van de lente opwekken. En door wie kunnen die eieren dan beter verstopt worden dan door een haas. Het dier dat al duizenden jaren wordt vereerd vanwege haar voortplantingsvermogen en dat het symbool was voor (vruchtbaarheids-)godinnen als Afrodite, Venus, Astarte en Ostara.

Maar waarom dan geen konijn? Die beestjes zijn immers ook prima in staat om zich exponentieel te vermeerderen? Simpelweg omdat konijnen (gek genoeg) pas in de Middeleeuwen de rest van Europa kwamen binnen hoppen vanuit Spanje, te laat om een plaatsje te veroveren in de symboliek.

Inmiddels heeft het konijn, dat eigenlijk ook een haasachtige is, een aardige sprint gemaakt. De fluffyness en schattigheid ervan hebben er voor gezorgd dat dit diertje alom vertegenwoordigd is in de Paas-prullaria en dat het bovendien bovenaan op de most wanted list voor huisdieren van menig kind staat. Het is zelfs verboden om een haas als huisdier te houden, maar dat terzijde.

Hoogste tijd om er als een haas vandoor te gaan om verder te gaan met voorbereidingen voor de Paasbrunch. Vrolijke Paashaas allemaal!

Gepost op

Voorproefje

Volgens mijn planning ga ik vandaag een stukje schrijven over de lente. U weet wel dat fijne seizoen waarbij het voorjaarszonnetje haar best doet om de herinnering aan de koude winter te verdrijven. Dat seizoen waarbij de bomen eerst een zacht geelgroene gloed krijgen om vervolgens los barsten in wel honderd tinten groen met bovendien heerlijk geurende bloesems. Dat seizoen waarbij de lammetjes door de wei dartelen en de kuikens verdwaasd uit hun ei kruipen om de wereld te gaan verkennen. Dat seizoen, dat meteorologisch (1 maart) en astronomisch (20 maart) is begonnen, maar verder nog nergens te bekennen lijkt… Dat seizoen dus. Ik wacht er nog wel even mee. En op.

Begin maart heb ik al wel een voorproefje van de lente gehad. Samen met Steven was ik in Granada in het zuiden van Spanje. Wat een fijne stad (met palm- en sinaasappelbomen)! We sliepen bij een vriend die er al een jaar woont en daarmee hadden we een lokale gids die ons naar mooie plekjes, prachtige uitzichten en lekkere tapas leidde.

Granada ligt op ongeveer twee uur rijden met de bus van het vliegveld van Malaga. Het ritje gaat langs de bergen van Malaga, die toen wij er reden waren bedekt met mist waardoor het eerder Brits dan Spaans leek. En waar er in Malaga al blaadjes aan de bomen zaten, waren deze in Granada nog goed verstopt. Ook regende het meer dan gemiddeld voor de tijd van jaar. Maar…

… als de zon dan schijnt is het meteen heerlijk warm. De straten komen tot leven, kunstenaars verkopen hun handgemaakte spullen op kleedjes op de vele trappen en op pleintjes spelen straatmuzikanten flamenco op hun gitaar. Echt wat een sfeer! Ook krijg je bij elk drankje dat je besteld een gratis tapas, variërend van wat olijfjes tot toast met ham en van aardappelpuree met gegrilde groente tot gefrituurde vis. Dus door bij een paar cafétjes een drankje te doen, heb je gelijk je avondeten bij elkaar verzameld.

De geschiedenis en het straatbeeld van Granada zijn voor het groot deel bepaald door de Moren, een Islamitisch volk bestaande uit Noord Afrikaanse Berbers en Arabieren. Vanaf de zevende tot en met de vijftiende eeuw hadden zij de stad in handen.

Ons logeeradres lag midden in Albaicín, de oude Arabische wijk met fijne nauwe straatjes, veel trappen en huizen uit de veertiende eeuw. De Arabische invloed is hier goed te zien in de bouwstijl en de vele gekleurde tegeltjes rondom ramen en deuren. Vanaf het dakterras hadden we een fantastisch zicht op het Alhambra, de middeleeuwse vesting met prachtige tuinen en paleizen waar de Moorse sultans woonden en regeerden tot 1492. Vanaf dat moment hadden de katholieke koning Ferdinand II en zijn vrouw Isabella het voor het zeggen in Granada. Moskeeën moesten toen plaats maken voor kerken, maar het Alhambra mocht blijven. Nu staan het complex en de wijk Albaicín beide op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

De pracht van Granada wordt uitgedrukt in de beroemde uitspraak van de Mexicaanse dichter Francisco de Icaza: ‘Dale limosna, mujer, que no hay en la vida nada como la pena de ser ciego en Granada’. (‘Geef een aalmoes, vrouw, want er is in het leven geen ergere straf dan een blinde te zijn in Granada’.) En hier ben ik het wel mee eens, terwijl wij de stad niet eens op het mooist hebben gezien. Het is misschien niet de eerste plek waar je aan denkt bij zuid Spanje, maar wat mij betreft zeker het overwegen waard mocht je die kant op willen. Wij komen er ongetwijfeld nog een keer terug, als is het alleen maar voor de inspirerende ramen en deuren 🙂