Gepost op

Als ik later groot ben

Als ik later groot ben dan word ik… Prinses! Brandweerman! Dokter! Kan me niet herinneren dat ik ooit één van deze dingen genoemd hebt. Ik denk dat mijn wannabe-carrière begon met schilderes. Opgevolgd door schrijfster. Eigenlijk al zo lang ik weet hoe je met letters woorden en zinnen moet maken, schrijf ik verhaaltjes en andere teksten. Dat begon met het sprookje over Duimeliesje (niet te verwarren met Duimelijntje van H.C. Andersen) die samen met haar libelle Ria in een roze roos woont. Er staat helaas geen jaartal in het schriftje waarin ik dit geschreven heb, maar laten we zeggen dat de wereld van d’s en t’s nog onbekend terrein was.

Na Duimeliesje en een hoop andere personages kwam in 1995, het deels op waarheid gebaseerde verhaal, Pien. In die meivakantie had ik met mijn zusje en een vriendinnetje een meerkoetkuiken gevonden, wat resulteerde in een bijna veertig kantjes met de hand geschreven ‘boek’ over het kuiken dat we Pien hadden genoemd. Ook schreef ik in die tijd veel gedichtjes, enerzijds met duidelijke rijm maar anderzijds ook gebruikmakend van…dichterlijke vrijheid.

Aan het begin van de middelbare school draaide mijn carrièrewens richting turninstructeur bij een vereniging. Ik heb even overwogen om naar de ALO te gaan, maar aangezien je dan alle sporten leert lesgeven en dus ook zelf aan de slag moet met bal- en andere teamsporten heb ik dat maar niet gedaan. Mensen die mij ooit tegen een bal hebben zien schoppen weten wel waarom. Uiteindelijk ook de cursus tot instructeur niet gedaan, maar daarvoor weet ik de reden even niet.

Misschien wel omdat ik journalist wilde worden. Toen we allebei de vierde moesten over doen, heb ik veel tijd besteed aan de schoolkrant. Met een enthousiast clubje misfits schreven, knipten en plakten we het maximale aantal pagina’s vol dat de nietmachine van het stencilapparaat aan kon. De inhoud van deze schrijfsels varieerde van do’s and don’ts in de liefde tot graffiti en het dertiende sterrenbeeld slangendrager; artikelen waar (vaak) echt wat research voor gedaan is. Vraag me ineens wel af hoe we dat deden, zo zonder Wikipedia…

In 2002 mocht ik eindelijk naar de School voor Journalistiek in Zwolle, om er een jaar later weer mee te stoppen. We kregen vakken als geschiedenis, economie en (een variant op) maatschappijleer, vakken waarvan ik eigenlijk blij was dat ik ze op de Havo had afgesloten. Via de Kunstacademie ben ik uiteindelijk Communicatie gaan studeren, onder andere omdat daar ook weer een stuk schrijven bij komt kijken.

Achteraf gezien is de journalistiek niets voor mij. Als journalist kan je maar beperkt je eigen draai geven aan een tekst, moet je je mening voor je houden en mag je niet spelen met woorden. Terwijl dat de dingen zijn die ik juist zo graag doe. Want nog steeds vind ik het heel fijn om te schrijven en doe ik graag research naar een onderwerp om er een leuk stukje van te maken. Gelukkig kan ik hier lekker los 🙂

 

Gepost op

Vrolijke Paashaas

Hiep hoi het is lente! En nog Pasen ook! Tijd voor een gezellig feestje (twee zelfs dit jaar) met familie, allerlei lekkers, eieren in de hoofdrol en de Paashaas on the side. Gister al begonnen met een advocaat taart en daar komen nog doperwtjessoep, brownies met witte én pure chocola, pannenkoekjes met zalm en scones bij. Het begint al bijna kerstachtige proporties aan te nemen…

Eigenlijk vind ik Pasen een beetje een ondergewaardeerd feest; volgens de katholieke kerk is het zelfs het belangrijkste feest van het jaar! Nou wil ik niet zo ver gaan, en ook niet om dezelfde redenen als bovengenoemde kerk, maar ik vind het wel heel fijn dat je al bijna zonder jas met de auto naar de supermarkt kan en dat er weer blaadjes aan de bomen komen. Dat binnenkort de bloesems je weer tegemoet waaien en dat de planten in achtertuin stiekem toch niet massaal overleden blijken te zijn.

Pasen vindt haar oorsprong dan ook bij allerlei lentefeesten, die werden gevierd van de Romeinen tot de Germanen en door zowel de Babyloniërs als de Kelten; opgedragen aan de nieuwe geboorte. Waarmee het cirkeltje weer rond is met de wederopstanding van Christus.

Vorig jaar schreef ik in mijn blog over eieren; dat boeren bijvoorbeeld eierschillen mengden door het te zaaien zaad voor vruchtbaarheid en een goede oogst. Ook het zoeken naar eieren heeft een magische oorsprong, het zou de levenskracht van de lente opwekken. En door wie kunnen die eieren dan beter verstopt worden dan door een haas. Het dier dat al duizenden jaren wordt vereerd vanwege haar voortplantingsvermogen en dat het symbool was voor (vruchtbaarheids-)godinnen als Afrodite, Venus, Astarte en Ostara.

Maar waarom dan geen konijn? Die beestjes zijn immers ook prima in staat om zich exponentieel te vermeerderen? Simpelweg omdat konijnen (gek genoeg) pas in de Middeleeuwen de rest van Europa kwamen binnen hoppen vanuit Spanje, te laat om een plaatsje te veroveren in de symboliek.

Inmiddels heeft het konijn, dat eigenlijk ook een haasachtige is, een aardige sprint gemaakt. De fluffyness en schattigheid ervan hebben er voor gezorgd dat dit diertje alom vertegenwoordigd is in de Paas-prullaria en dat het bovendien bovenaan op de most wanted list voor huisdieren van menig kind staat. Het is zelfs verboden om een haas als huisdier te houden, maar dat terzijde.

Hoogste tijd om er als een haas vandoor te gaan om verder te gaan met voorbereidingen voor de Paasbrunch. Vrolijke Paashaas allemaal!

Gepost op

Voorproefje

Volgens mijn planning ga ik vandaag een stukje schrijven over de lente. U weet wel dat fijne seizoen waarbij het voorjaarszonnetje haar best doet om de herinnering aan de koude winter te verdrijven. Dat seizoen waarbij de bomen eerst een zacht geelgroene gloed krijgen om vervolgens los barsten in wel honderd tinten groen met bovendien heerlijk geurende bloesems. Dat seizoen waarbij de lammetjes door de wei dartelen en de kuikens verdwaasd uit hun ei kruipen om de wereld te gaan verkennen. Dat seizoen, dat meteorologisch (1 maart) en astronomisch (20 maart) is begonnen, maar verder nog nergens te bekennen lijkt… Dat seizoen dus. Ik wacht er nog wel even mee. En op.

Begin maart heb ik al wel een voorproefje van de lente gehad. Samen met Steven was ik in Granada in het zuiden van Spanje. Wat een fijne stad (met palm- en sinaasappelbomen)! We sliepen bij een vriend die er al een jaar woont en daarmee hadden we een lokale gids die ons naar mooie plekjes, prachtige uitzichten en lekkere tapas leidde.

Granada ligt op ongeveer twee uur rijden met de bus van het vliegveld van Malaga. Het ritje gaat langs de bergen van Malaga, die toen wij er reden waren bedekt met mist waardoor het eerder Brits dan Spaans leek. En waar er in Malaga al blaadjes aan de bomen zaten, waren deze in Granada nog goed verstopt. Ook regende het meer dan gemiddeld voor de tijd van jaar. Maar…

… als de zon dan schijnt is het meteen heerlijk warm. De straten komen tot leven, kunstenaars verkopen hun handgemaakte spullen op kleedjes op de vele trappen en op pleintjes spelen straatmuzikanten flamenco op hun gitaar. Echt wat een sfeer! Ook krijg je bij elk drankje dat je besteld een gratis tapas, variërend van wat olijfjes tot toast met ham en van aardappelpuree met gegrilde groente tot gefrituurde vis. Dus door bij een paar cafétjes een drankje te doen, heb je gelijk je avondeten bij elkaar verzameld.

De geschiedenis en het straatbeeld van Granada zijn voor het groot deel bepaald door de Moren, een Islamitisch volk bestaande uit Noord Afrikaanse Berbers en Arabieren. Vanaf de zevende tot en met de vijftiende eeuw hadden zij de stad in handen.

Ons logeeradres lag midden in Albaicín, de oude Arabische wijk met fijne nauwe straatjes, veel trappen en huizen uit de veertiende eeuw. De Arabische invloed is hier goed te zien in de bouwstijl en de vele gekleurde tegeltjes rondom ramen en deuren. Vanaf het dakterras hadden we een fantastisch zicht op het Alhambra, de middeleeuwse vesting met prachtige tuinen en paleizen waar de Moorse sultans woonden en regeerden tot 1492. Vanaf dat moment hadden de katholieke koning Ferdinand II en zijn vrouw Isabella het voor het zeggen in Granada. Moskeeën moesten toen plaats maken voor kerken, maar het Alhambra mocht blijven. Nu staan het complex en de wijk Albaicín beide op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

De pracht van Granada wordt uitgedrukt in de beroemde uitspraak van de Mexicaanse dichter Francisco de Icaza: ‘Dale limosna, mujer, que no hay en la vida nada como la pena de ser ciego en Granada’. (‘Geef een aalmoes, vrouw, want er is in het leven geen ergere straf dan een blinde te zijn in Granada’.) En hier ben ik het wel mee eens, terwijl wij de stad niet eens op het mooist hebben gezien. Het is misschien niet de eerste plek waar je aan denkt bij zuid Spanje, maar wat mij betreft zeker het overwegen waard mocht je die kant op willen. Wij komen er ongetwijfeld nog een keer terug, als is het alleen maar voor de inspirerende ramen en deuren 🙂

 

 

 

Gepost op

Catfulness

Onze katten, Charlie en Saartje, hebben het toch maar goed voor elkaar. Dagelijks verschijnen er brokjes in het bakje waar Poes op staat, ’s avonds komt er na enig aandringen een schoteltje natvoer naast te staan en vers water is op meerdere plekken in huis (de salontafel, het nachtkastje) verkrijgbaar. Tel daar de verwarming, de krabpaal en het dekentje op de bank bij op en je hebt volgens mij een volmaakt kattenleven. Soms komen ze even tegen mijn benen aanleunen en krijg ik een kopje tegen mijn bovenarm als ik op de bank zit. Misschien interpreteer ik dit verkeerd, maar het voelt alsof ze daarmee toch genegenheid tonen. De scepticus zal zeggen dat dit vooral eigen belang is, zodat ze een aai krijgen of wat lekkers, maar dat geloof ik toch niet.

Charlie
Saartje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat ik soms lichtelijk jaloers ben als ik mijn katten lekker zie chillen, terwijl ik me druk maak over van alles, kon ik het boekje Catfulness – Hoe een kat ons kan leren gelukkig en mindful te leven niet laten liggen bij de boekhandel. Een dag later vond ik Doe en denk als een kat bij een andere winkel, dus die staat nu naast Catfulness in de kast. Niet alleen lezen beide boekjes lekker weg, waarbij Catfulness is geschreven vanuit het kattenperspectief en die andere vanuit een katteneigenaar, het gaat ook ergens over zonder zweverig of kinderachtig te worden. Want daar was ik eerlijk gezegd wel een tikkeltje bang voor.

In Denk en doe als een kat worden eigenschappen van katten beschreven, waar we als mens een voorbeeld aan kunnen nemen. Eigenschappen die heel herkenbaar zijn als je veel met katten omgaat. En denk er maar eens over na: Een kat is ongevoelig voor oordelen; een kat neemt de tijd om te leven; een kat concentreert zich op wat wezenlijk is; een kat houdt van zichzelf zoals ze is. Abraham Maslow schreef daarover: Katten (…) vertonen geen enkel teken dat ze liever een hond zouden zijn. Ik bedoel maar…

Catfulness is een stappenplan van zeven weken, met voor elke dag een opdracht die vooral gericht is op ontspannen, loslaten en gelukkig zijn. Houd je huis schoon; laat je niet verleiden door een druk bestaan; geniet van het uitzicht (door in de vensterbank te gaan zitten en het leven daarbuiten te bestuderen); angst gaat voorbij. Eigenlijk allemaal dingen die je wel weet, maar waar je (in mijn geval) soms aan herinnert moet worden.

Terwijl ik dit schrijf komt Saartje mijn kamer binnen lopen. Ze slingert langs mijn benen en bureaustoel, springt op mijn bureau en gaat luid spinnend over mijn muisarm liggen. Niet de meest praktische plek vanuit mijn oogpunt, maar deze poes heeft er ongetwijfeld een hele goede kattenreden voor.

Ik denk dat ik beide boekjes nog een keer goed ga bestuderen en de kunst van het leven ga afkijken van mijn twee poezebeesten.

Gepost op

Happy camper I

Eigenlijk is het dus mijn bedoeling om wekelijks een blogbericht te schrijven, om de sjeu en de regelmaat er in te houden enzo. Maar vorige week is het weer niet gelukt. De reden? We waren ‘uit kamperen’. Nou hoor ik u denken, het was toch niet bepaald zomer vorig weekend? Nee dat was het zeker niet, de Siberische kou van nu was nog fijn in Rusland, het was wel wat aan de frisse kant. Maar met goeie slaapzakken, een petroleumkachel en een muts op tijdens het slapen was het eigenlijk heel fijn (ook al was de bus van buiten bevroren en waren onze neusjes rood van de kou).

Elk jaar gingen we met de tent op vakantie. Lekker kamperen op een (hopelijk) rustig stukje natuur. Terwijl wij tijdens één van die tripjes onze tent aan het opzetten waren, kwam er een blauw-groen kampeerbusje bij ons op de camping staan. Nog voordat wij klaar waren met die tent, waren zij geïnstalleerd, stond de buurvrouw te koken en zat de buurman aan een biertje. Dat zag er zo ideaal uit, dat wij een droom én een missie rijker waren.

Afgelopen november hebben we onze, nog naamloze, kampeerbus gekocht en vorig weekend zijn we er voor het eerst mee op pad geweest. Het is een echt campertje. Niet de ouderwetse VW-bus die ik eigenlijk in gedachten had, maar een rode Ford Transit Nugget uit 1989. Deze is wat groter dan een VW, logischer ingericht en laten we eerlijk zijn, betaalbaarder. Vergeet daarbij ook niet het signatuur motor-geluid; je hoort ons al van verre aan komen. Verder heeft ie een hefdak, zodat je bovenin lekker een bedje kan maken terwijl je beneden een fijn zitje hebt. Heerlijk toch? De bus ziet er nu nog een beetje basic uit, maar dat duurt niet lang meer. Ik heb stapels retro stofjes liggen; klaar om vermaakt te worden tot gordijntjes, kussens, vlaggetjes én toiletpapierhouders. Inspiratie (ook voor nieuwe Happy Camper-collectie) haal ik onder andere van Pinterest, wat is dat een heerlijke uitvinding, maar dat terzijde.

Net toen ik dit weekend had besloten om over kamperen met een (ons!) busje te schrijven; over de vrijheid die zo’n (ons!) busje representeert en hoe fijn het is dat je (wij) ieder moment in kan stappen om te ontsnappen aan de harde realiteit, om je te verliezen in een wereld waarin je niet harder gaat dan 100 km per uur en je ’s ochtends nog niet weet waar je bed die avond staat, viel de Flow (u weet wel, dat tijdschrift) op de deurmat. Het openingsartikel gaat over, jawel, het busjesgevoel! Waar je natuurlijk niet perse een busje voor nodig hebt, een bootje of een strandhuisje doet de truc ook. Per ongeluk zijn we met een trend mee gegaan, waarbij ‘het busje voorziet in het verlangen om te versimpelen en tegelijkertijd het normale bestaan prettiger in te richten’. Zelf zouden we het niet met zoveel woorden zeggen, maar in essentie klopt het wel. Daarnaast is het gewoon tof om te weten dat de vakantie al is begonnen zodra je de oprit verlaat. Wordt vervolgd…

 

Gepost op

Alaaf!

Menig werknemer in het zuiden des lands heeft een paar dagen vrij genomen deze week. Woonachtig zijn in Oeteldonk, Lampegat en Kruikenstad, betekent je drie dagen lang in het feestgedruis storten. Ook het dorp waar ik oorspronkelijk vandaan kom, Vlearmoesdorp, staat nu in het teken van ‘de omgekeerde wereld’ (en veel drinken). Maar wat is toch de reden dat volwassen mensen zich drie dagen lang zomaar niets aantrekken van wat andere mensen denken?

Er werd vroeger, door allerlei volken, in de periode van eind december tot eind maart regelmatig gefeest om het nieuwe jaar, de terugkeer van de zon en daarmee vruchtbaarheid te vieren en af te dwingen. Dodenverering speelde hierbij een grote rol. Gekleed in dierenhuiden en met maskers op probeerden ze in contact te komen met hun voorouders. Vermomming was hierbij belangrijk, want gehuld in een masker maakte je automatisch deel uit van de dodenwereld en was je niet echt meer van de overledenen te onderscheiden. Door de doden blij te maken met offers als eten en drinken, hoopte je er een goed en vruchtbaar nieuwjaar voor terug te krijgen.

De Romeinen vierden eind december de Saturnalia, een feest ter ere van Saturnus, god van de landbouw. Deel van dit festijn was dat de slaven werden vrijgelaten om zo hun meester voor de gek te mogen houden. Daarnaast verkleedden mensen zich en werd er een schijnkoning gekozen. (gebruiken die ook nu nog voorkomen, denk aan prins carnaval).

Na ruim 500 jaar geprobeerd te hebben om deze heidense feesten uit te bannen, dacht de katholieke kerk ‘if you can’t beat them, join them’. In 1091 na Christus werd vastgesteld dat Aswoensdag het begin is van de 40 dagen durende vastentijd tot aan Pasen. Dat maakte de dinsdagavond vastenavond, waarop er uitbundig gegeten en gedronken mocht worden om de vastentijd in te luiden. In 1248 werd besloten dat er zelfs enkele dágen vastenavond gevierd mocht worden. Het feest van overvloed was geboren. Er wordt beweerd dat het woord carnaval een samentrekking is van ‘carne’ en ‘vale’, dat zoveel betekent als ‘vaarwel vlees’. Dit omdat er tijdens de vastentijd geen vlees gegeten mocht worden.

Tijdens de reformatie in de 16e eeuw is het carnaval een tijdje ‘uit’ geweest. Het zou de echte christelijk feesten (Kerstmis, Pasen en Pinksteren) devalueren en bovendien vasten de protestanten niet wat het feest nogal overbodig maakte. Toen de katholieken en de protestanten weer met elkaar in één dorp konden wonen, kwam het carnaval weer in de mode. Het werd zelfs een waarmerk voor de katholieke levensstijl. In de 19e eeuw ontstond het georganiseerde carnaval met de oprichting van talrijke carnavalsverenigingen en men verkleedde zich graag als historische figuren en beroemde personen. Ook kwamen er optochten en zo werd carnaval een volksfeest dat alles ondersteboven haalt als tegenhanger voor de saaie en normale realiteit; de omgekeerde wereld.

Een feest dat vandaag de dag nog springlevend is en wat het hart van menig Brabander, Limburger en bierbrouwer sneller laat kloppen. Alleen dat vasten zit er niet meer in. Het is normale leven is al pittig genoeg zonder.

PS: Over de herkomst van het woord Alaaf bestaan twee lezingen. Sommigen zeggen dat Alaaf een verbastering is van het woord elf. Elf is immers het ‘gekkengetal’. Anderen zeggen dat Alaaf afkomstig is uit het oud-Keulse dialect; “all af” (Hoogduits : all ab), hetgeen zou betekenen ‘alles aan de kant’. Dit is gegrond op de oorsprong van de carnaval, namelijk dat voor de vastentijd al het goede spijs en drank op moest 🙂 (met dank aan Wikipedia)

Gepost op

Over Frida

Naar kunst kijken is één van mijn lievelingsdingen om te doen. Daarbij zijn kunst en kunstenaars vaak een dankbare bron van inspiratie. Elk jaar neem ik me voor om meer naar musea te gaan, en soms lukt dat ook. Soms lukt ’t ook niet maar dan zijn daar altijd volledig logische verklaringen voor, te vooral te maken hebben met tijd en het openbaar vervoer. En heel, heel af en toe heb ik ook gewoon geen zin om de deur uit te gaan… Een aantal jaar geleden (voelt als een eeuwigheid) ging ik voor mijn opleiding naar het Gemeentemuseum in Den Haag voor een tentoonstelling over kunstenaarskoppels uit het eind van de 18e en begin van de 19e eeuw, waaronder schilder Georgia O’Keeffe & fotograaf Alfred Stieglitz, beeldhouwers Niki de Saint Phalle & Jean Tinguely en het schilders echtpaar Frida Kahlo & Diego Rivera. Wat ik vooral gaaf vond aan die expo was om te zien welke invloed de kunstenaars op elkaar hadden.

Frida Kahlo is al jaren een favoriete kunstenaar van me. Wanneer dat is begonnen weet ik niet, misschien wel met de film die over haar leven is gemaakt (Frida, 2002). Er zijn theorieën dat ze zelf haar leven op 47-jarige leeftijd heeft beëindigd. Zo liet ze een briefje achter met de tekst ‘Ik hoop dat het einde vrolijk is en hoop nooit meer terug te keren’. Het waren dan ook 47 heftige jaren. Op zes-jarige leeftijd krijgt ze kinderverlamming aan haar rechterbeen en twaalf jaar later krijgt ze bij een busongeluk een metalen buis door haar lichaam; het brak haar ribben, heup en haar slechte been op elf plaatsen, haar ruggengraat was op diverse plaatsen gebroken en het ongeluk verbrijzelde haar voet. Maandenlang moest ze in bed blijven, geteisterd door constante pijn en gehuld in een metalen korset.

Mijn impressie van Frida, te koop als ansichtkaart.

Dit was het moment waarop ze in begonnen met schilderen. Haar moeder maakte spiegels aan het bed vast, zodat ze zichzelf kon gebruiken als muze. In totaal heeft Frida 143 schilderijen gemaakt, waarvan 55 zelfportretten. De kleuren in haar werk zijn vrolijk en helder, wat in contrast staat met de vervreemdende voorstellingen op het doek. Een regelmatig terugkerend thema is haar echtgenoot Diego Rivera, waar ze mee trouwt als ze 22 is. Voor de 21 jaar oudere Diego is zij zijn derde vrouw. Het is een tumultueus huwelijk, met affaires aan beide kanten. In 1940 scheidden ze, nadat Frida hoort dat haar zus één van de buitenechtelijke escapades van haar man is geweest. Laten in dat jaar trouwen ze weer, zij het onder strikte voorwaarden.

“I paint the flowers so they will not die.”
De natuur en haar dieren waren Frida lief en ze speelden een belangrijke rol in haar leven. Dit, Sun and Live (1947) is misschien wel mijn favoriete schilderij van haar. Door het ongeluk raakte haar bekken zo beschadigd dat ze geen kinderen kon krijgen, iets waar ze veel verdriet van had. Ook dit komt veelvuldig terug in haar werk. Net als de kenmerkende doorlopende wenkbrauw.

Wat ik aan haar bewonder is haar doorzettingsvermogen, om ondanks alle tegenslag toch door te gaan met dat doen waar je passie ligt. Door haar geschiedenis lijken mijn ‘problemen’ met het openbaar vervoer als ik naar een museum wil maar verwaarloosbaar. Iets om te onthouden als ik weer eens loop te klagen ;).

Gepost op

Stormachtige verjaardag

Vorige week verscheen er geen blog en ook geen nieuwsbrief want traditiegetrouw was ik op 18 januari jarig. En nou kan je daar van alles van vinden, want hoeveel tijd kost het nou helemaal om een blogpost te schrijven, maar ik was er nogal druk mee dit jaar. Niet in de minste plaats omdat er storm van formaat over ons landje raasde. De bomen in de wijk gingen met bosjes tegelijk om en de beide schuttingen in onze achtertuin deden verwoede pogingen om fijn met de wind mee te waaien. Gelukkig was de Man ook thuis en hebben we samen tussen de koffie en de taart door onze erfafscheiding met scheerlijnen en boomstammen vast gezet.

Op vrijdagavond kwamen mijn familie en schoonfamilie op bezoek. Ik vind het dan heel leuk om voor het hele spul (12 in totaal) lekker te koken. Op het menu stond bietensoep met appel, groentetaart, kip-champignon-pastei en kwarktaart met frambozensaus voor toe. En ook al was ik best op tijd begonnen (donderdag al!), in de aanloop naar de avond, vlak voordat de gasten kwamen, was er hét moment waarop ik dacht: waarom wilde ik dit ook al weer? Want opeens bleek de keuken te klein, was het deeg voor de pastei veranderd in een klomp steen, moest de tafel nog gedekt worden, wilden de pitjes niet uit de frambozensaus gezeefd worden en vond de soep dat het best ok was om heeeeeel langzaam op te warmen in plaats van snel. Gelukkig was de Man toen thuis en kwamen we al relativerend tot de conclusie dat het allemaal wel mee viel. Iedereen vond ’t lekker en het was een erg gezellige avond 🙂

Daarbij heb ik echt een top cadeau gehad: een Polaroid OneStep 2! Een nieuwe analoge fotocamera in een ouderwets jasje, waarbij de foto na het nemen uit de camera gespuugd wordt. Vervolgens moet je een klein kwartiertje wachten terwijl het beeld langzaam op de foto verschijnt. Heel magisch 🙂 Het is met recht wel bijzonder te noemen dat er nu nieuwe Polaroid-camera’s en films gemaakt worden. In 2008 stopte Polaroid met de productie van de bekende direct-klaar foto’s, maar een paar slimme mensen kochten de laatste fabriek in Enschede. Daar gingen ze, onder de naam The impossible project, aan de slag met het ontrafelen van de chemische formule die deze manier van fotograferen mogelijk maakt. En driewerf hoera want het is ze gelukt! De fabriek in Enschede draait weer op volle toeren en ook de naam Polaroid mag weer gevoerd worden. De films zijn nog prijzig, maar daardoor denk je wel (ik tenminste) goed na voordat je een foto maakt. Vind je het leuk om meer te weten te komen over Polaroid, kijk dan de film Instant dreams: een audiovisuele trip op zoek naar het geheim van Polaroid-fotografie.

Morgenavond komen er gezellig vriendjes en vriendinnetjes op bezoek, om mijn verjaardag nog een beetje te vieren. Gaan jullie wat leuks doen dit weekend?

Gepost op

Heel hyggelig

Zo. De vakantie zit erop, net als de eerste werkweek van 2018. De kerstspullen zijn weer opgeborgen, op die ene vaas met verlichte witte takken na. Die staat nog gezellig in de keuken te shinen. De dagen mogen dan misschien weer langer worden, tis nog steeds donker als ik thuis kom. ’s Avonds gaat er regelmatig weer een hele bubs waxinelichtjes aan, in het weekend brand de open haard er lustig op los en mijn gele fleece-dekentje ligt standaard op de bank.

De Denen hebben een woord voor veel kaarsen en met warme thee en boek op de bank: hygge. En ze hebben er niet alleen het woord voor, dat zowel als zelfstandig naamwoord en als werkwoord wordt gebruikt; hygge is een belangrijk deel van de Deense identiteit en daarmee hun manier vann leven. Vergelijk het met ons Nederlandse ‘gezelligheid’, volgens velen niet te vertalen naar een andere taal, ‘gemutlichkeit’ en ‘cozy’ komen in de buurt maar zijn het net niet, maar het is wel typisch Nederlands. Hygge heeft wel wat weg van onze gezelligheid, maar het gaat verder. Je kan namelijk ook alleen in het bos, zonder je telefoon in de buurt te hebben, heel hyggelig zijn.

Bovenstaande woorden vormen de kern van hygge. Het is makkelijk om hier van alles bij te verzinnen. Wat denk je van een kop warme chocolademelk of glögg (warme wijn met specerijen) bij de open haard. Of van een avondje bordspelletjes doen met vrienden. De hele middag een pan op fornuis hebben staan, zodat je ’s avonds kunt genieten van een stoofpot met groenten uit eigen tuin. Op kantoor fijn koffie drinken met collega’s en dan na je werk met je lief knus op de bank een goeie (of juist slechte) film kijken. En waar ik zelf ook erg fan van ben: een grote sjaal om je warm te houden en je in te verstoppen. Veel van die dingen doe je misschien al. Ik denk dat deel van de hyggeligheid is dat je het met aandacht doet en dat je bewust in het moment aanwezig bent. Maar dan zonder dat het zweverig is.

In alles wat ik er over lees komen een paar elementen terug; lekker eten en drinken, comfi kleding, een aaibaar interieur met sfeerlicht en kaarsen, aardig zijn voor jezelf, de warmte van vrienden en familie en de liefde voor natuur binnen en buitenshuis. Ik snap wel waarom Denen zulke gelukkige mensen zijn, ondanks het feit dat het daar in de winter extra donker en koud is. Alleen van het lezen van het boek Hygge-de Deense kunst van het leven van Meik Wiking word ik al een blijer mens (alles wel heeeeel hyggelig in het boek). Er staan ook een paar fijne recepten in, al vind ik De keukentafel van het Noorden (van Yvon Jaspers, je verwacht het niet) beter als het over de Scandinavische keuken gaat. Vol met lekkers voor bijvoorbeeld  bij de koffie, zoals kaneelbroodjes en peperkoekjes. Maar dat terzijde.

Ik denk dat ik heel hyggelig maar eens lekker naar buiten ga om een wandeling te maken. Misschien laat ik zelfs mijn telefoon wel thuis zodat ik mijn aandacht extra goed bij de vogeltjes kan houden.

Gepost op

Gelukkig 2018!

Gelukkig 2018 allemaal! En maak er wat moois van 🙂
Deze week had ik nog lekker vakantie, tijd die ik besteed heb aan het afronden van 2017. Uren heb ik zitten tellen voor de balans en de rommel die ik de laatste weken (maanden) had gemaakt op mijn werkkamer is eindelijk weggewerkt en opgeruimd. Helemaal netjes en klaar om dit jaar te gaan knallen met Studio Kvinna.

Tijdens het meditatieve stofzuigen en poetsen van bovengenoemde werkkamer kon ik het niet laten om even op het afgelopen jaar terug te blikken, want het was een intens jaar. Centraal stond toch wel onze bruiloft, op 2 september. De maanden ervoor waren voornamelijk gericht op deze ontzettend bijzondere dag. Maanden waarin manlief en ik samen toe werkten naar dit evenement en waarin we nog dichter naar elkaar groeiden. En de maanden na 2 september stonden eigenlijk nog steeds in het teken van de bruiloft, met onze huwelijksreis naar Corsica, de foto’s die van alle kanten binnen druppelden, het ‘officiële’ boek van de fotograaf en de hartjes-vlaggetjes die onze slaapkamer tot vlak voor kerst sierden. De tijd die deze festiviteiten kostten kon ik natuurlijk, want zo gaat dat met tijd, maar één keer besteden. Met als gevolg dat de moestuin nog steeds gevuld is met doorgeschoten koolrabi en uit de kluiten gewassen snijbiet. Dit jaar ga ik voor een makkelijke moestuin, zodat ik naast mijn werk bij Concordia en voor Studio Kvinna ook nog tijd over hou om gezellig met vriendinnetjes thee te drinken en taartjes te eten. Want daarin heb ik volgens mij wel wat goed te maken.

Met Studio Kvinna wil ik (proberen) het wat professioneler aan (te) pakken. Ik heb een nieuwe bedrijfsagenda die ik nu echt ga gebruiken (heus) en ik ben bezig met een jaarplanning. Voor sommigen van jullie zal dit heel logisch klinken, maar voor mij duurt het soms (vaak) even voordat ik tot zulke inzichten kom. Daarnaast zou ik graag een cursus, of seminar, dat klinkt deftiger, volgen over het hebben van een webshop en hoe je hier nou echt een succes van kan maken. Goede voornemens enzo… 🙂

Maar vooral wil ik doorgaan met wat ik het liefste doe, namelijk lekker tekenen, mooie dingen creëren en mensen blij maken. En als dat laatste lukt, dan komt de rest vanzelf wel.

Om ruimte te maken voor al deze nieuwe dingen is er een kleine sale in webshop 😀 Kom je kijken?